Ga naar hoofdinhoud

Paarden op gebruikswaarde schatten

Van: De Paardenkrant
Aan: Bert Poppelaars, Marian Dorresteijn, Peter Bleeker
In De Paardenkrant deed Frenk Jespers een oproep om anders te gaan keuren. Het voormalige lid van de KWPN-hengstenkeuringscommissie wil minder uitgaan van het exterieur en meer letten op wat het paard met dat exterieur doet. Ook wil hij op keuringen paarden liever aan de longe, dan in vrijheid laten bewegen. Jespers wil ‘dichter bij de functionaliteit keuren’ om paarden zoveel mogelijk op hun gebruikswaarde te schatten.
Wat vinden jullie van de ideeën van Frenk Jespers?


Van: Bert
Aan: allen

Toch enigszins verrassend en erg positief hoe Frenk nu tegenover de keuringen staat. Eens te meer geeft een kenner aan dat het beoordelen, zoals het KWPN dat vandaag de dag doet, voor verbetering vatbaar is. Het is geen geheim dat ik al jaren de voorkeur geef aan het selecteren korter bij het fokdoel, namelijk het presteren onder het zadel. Zoals het huidige systeem nu werkt, wordt veel kwaliteit niet erkend en blijven paarden die het vrijspringen en het vrijbewegen tot kunst hebben verheven (al dan niet met hulp van hun opfokkers) geselecteerd worden voor de hengstentesten.
Daarnaast geven bepaalde vaderdieren nu eenmaal meer kinderen die bovengemiddeld scoren bij het vrijspringen of vrijbewegen. Onder invloed van de entourage zal een groot aantal paarden met meestal wat meer bloed in hun pedigree moeite hebben om zich te ontspannen en daardoor een mindere prestatie laten zien. Vaak zijn dit echter de paarden die het later in de sport wel doen voor hun ruiter of amazone. Bloed moet, maar dan zal het selecteren van de hengsten hier beter op moeten aansluiten. Hun potentie komt vaak pas boven als deze hengsten presteren op latere leeftijd en dan niet in hengstencompetities maar op meerdaagse concoursen tussen hun leeftijdsgenoten.
Al jaren blijkt dat van de aangewezen hengsten ongeveer 20 procent wordt goedgekeurd als dekhengst; een score die het KWPN tot nadenken moet stemmen. Want ik neem aan dat de aangewezen hengsten genetisch interessant zijn als vaders van de volgende generatie en door deze selectie wordt slechts 20 procent van het beschikbare genetisch potentieel benut. Door de strenge voorselectie zou dit minstens 60 procent moeten zijn. Hoog tijd om nu eens serieus de gehele selectie onder de loep te nemen en wat mij betreft met hulp van onder andere Frenk Jespers.

Van: Marian
Aan: allen
Het is zeker goed om kritisch te blijven kijken naar het bestaande keuringssysteem en het is nog belangrijker dat de juryleden zich blijven ontwikkelen in inzicht en visie om zo de fokkerij vooruit te helpen.
Het is al uit de tijd van Gert van der Veen dat het fokdoel van het KWPN geschreven is waarin het sportpaard bovenal een functioneel exterieur moet hebben met een correct bewegingsmechanisme.
Het scoringsformulier bestaat uit de onderbalk (constatering) waarin je per onderdeel het paard bekijkt en de bovenbalk (waardering) waarin alle plussen en minnen meegenomen worden voor het uiteindelijke oordeel of het totale paard geschikt is voor het fokdoel (dus de sport).
Het vrij bewegen geeft zeker veel informatie, maar kan ook erg vertekenen als een paard gespannen is. Zelf denk ik dat longeren als onderdeel van de keuring ook niet echt een alternatief is. Goed longeren vereist vakmanschap waardoor er veel meer verschil ontstaat tussen goed getrainde paarden en slecht voorbereide paarden. Bovendien is het belangrijk dat de animo voor de keuringen blijft en dan moet je proberen het laagdrempelig te houden.
Met het verlagen van de eisen voor het sterpredicaat ben ik het absoluut niet eens. Wil je vooruitgang houden in de fokkerij, dan moet je blijven selecteren op zowel exterieur als op beweging. Een correct exterieur en correct fundament zijn immers de basis voor de functionaliteit en duurzaamheid van een sportpaard.

Van: Peter
Aan: allen
Beoordelen wij het KWPN paard wel op de juiste manier, vraagt Frenk Jespers zich af. Kan het misschien beter?
Waar men nog niet zolang geleden een paard enkel beoordeelde op stand en in stap en draf aan een touwtje, is met het los bewegen en vrij springen al een grote stap gezet. Maar is dat genoeg, als het gebruiksdoel rijpaard is, dus met een amazone/ruiter op de rug? En kijken wij niet te veel naar exterieurkenmerken waarvan wij met z’n allen aannemen dat ze voor een optimaal spring- dan wel dressuurpaard nodig zijn? Een paard in partjes is nodig om door middel van een lineaire score de vererving van een hengst of merrie op de verschillende lichaamskenmerken vast te leggen. Maar een paard in optimale partjes is geen garantie voor een goed functionerend geheel!
Ik heb dan ook veel sympathie voor ideeën, die ons verder kunnen helpen om tot een nog beter oordeel te komen. Maar met het systeem van de stamboekopname zoals dat nu gehanteerd wordt kunnen we niet meer zien en dus beoordelen, dan wat we nu doen. De stap die dan volgt zijn de IBOP en het verrichtingsonderzoek, waarbij gereden paarden worden beoordeeld. Wil men iets toevoegen, dan moet dat dus op de stamboekopname gebeuren en dan blijft eigenlijk alleen longeren praktisch uitvoerbaar.
Omdat stilstand achteruitgang is en we toch zo dicht mogelijk bij het gebruiksdoel willen beoordelen, wordt het wel tijd om met het één en ander te gaan experimenteren. Bij Duitse stamboeken is men er al enige tijd mee bezig. Als men daar onze manier van vrij bewegen omarmt, kunnen wij misschien hun ervaringen met longeren benutten.

Deze [email protected] verscheen dinsdag 10 januari 2012 in De Paardenkrant
Reageren kan hieronder of via [email protected]

5 reacties op “Paarden op gebruikswaarde schatten

  • Tja

    Ik ben voor. Er wordt te veel in hokjes gedacht, G voor toontredend, F voor steile schouder, enz.
    Mijn paard staat ook frans, voor stamboekopname netjes grotendeels weggemoffeld zodat het binnen de ‘normaal’ viel. Maar de hoge schoft, gevolgd door een wat arme hals was niet echt weg te moffelen. En hierdoor ondanks perfect vrijspringen geen ster. En als ze dat wel zou kunnen worden is dat mooi meegenomen. Ze fokt het frans staan en die schoft niet door. Haar eerste zoon, een prachtig B-register paard springt net als zij, maar heeft ook nog eens een mooie dressuuruitstraling.
    Mijn paard komt niet in aanmerking voor het sportpredikaat omdat ik simpelweg niet meer spring en ook voor de dressuur de startkaart heb opgezegd. Een bijrijder die zin heeft in wedstrijden rijden heb ik helaas nog niet gevonden. Dus is mijn fantastische merrie nu gewoon recreatiepaard.

  • Anoniem

    Aan allen: Er zijn een aantal punten waarop het KWPN zich onderscheidt van andere stamboeken. Bijvoorbeeld: een KWPN paard draait, dankzij de strenge selectie op correctheid en gezondheid, vaak lang mee in de sport. Natuurlijk is er nog veel vooruitgang te boeken, maar laten we op de correctheid van paarden blijven selecteren. Het KWPN paard is niet voor niets zo geliefd voor zowel sport als fokkerij.
    Ik ben het echter op de meeste punten eens met de heer Jespers. De functionaliteit moet het belangrijkst zijn. Het gaat er immers om of een paard kan functioneren. Daarom is het wellicht goed om het exterieur anders te bekijken, niet: is het een goed exterieur? Maar wellicht meer: beperkt dit exterieur het paard in zijn functioneren? Op die manier geef je paarden eerder de kans zich te bewijzen in de sport.
    Aan: de heer Poppelaars
    In grote lijnen ben ik het met u eens, maar niet op alle punten. U hebt het namelijk over onder het zadel presenteren. Vanuit foktechnisch opzicht is dit misschien goed, maar toch denk ik dat het KWPN dan op korte termijn veel ‘macht’ gaat verliezen. Ten eerste worden er veel minder hengsten aangeboden, omdat het immers erg duur is om een paard onder het zadel te kunnen presenteren. Het is erg duur om een jonge hengst op te laten leiden. Ten tweede is het waarschijnlijk dat de hengsten dan op latere leeftijd pas worden aangeboden, bijvoorbeeld als ze 4 of 5 jaar oud zijn. Dit betekent dat een hengst op driejarige leeftijd nog bijna geen geld waard is, maar er dient al wel veel geld ingestoken te worden. Ik denk dat veel hengstenleveranciers hun hengsten bij andere stamboeken zullen gaan aanbieden, omdat die hengsten dan bijvoorbeeld geveild kunnen worden voor hoge bedragen terwijl er minder geld in geïnvesteerd hoeft te worden. Dit zal zeer nadelig zijn voor het KWPN.
    U zegt ook dat eigenlijk 60% van de voor het verrichtingsonderzoek aangewezen hengsten goedgekeurd zou moeten worden. In theorie is dit misschien geen rare gedachte, maar in praktijk zal dit betekenen dat er minder hengsten worden aangewezen voor het verrichtingsonderzoek, puur omdat het KWPN maar een klein aantal hengsten per jaar wil goedkeuren. De nadruk zal dus meer op het vrijspringen en op het exterieur komen te liggen en dit is juist wat veranderd dient te worden. Een beter idee is wellicht om meer hengsten aan te wijzen. Hierdoor krijgen meer hengsten de kans en kan er nog meer op het functioneren worden geselecteerd. Dit is financieel gezien voor het KWPN ook interessant. Hoe meer aangewezen hengsten, hoe meer geld er binnen komt.

    Naar mijn mening moet het KWPN zich nog meer focussen op een functioneel exterieur en zeer grondig gaan onderzoeken hoe een functioneel exterieur er uit ziet. Dit kan het best gedaan worden aan de hand van de huidige topsport. Kijk dan voornamelijk naar de paarden die gedurende langere tijd tot de wereldtop behoren en niet naar de eendagsvliegen. Kunnen paarden met een incorrect fundament langere tijd functioneren op topniveau of krijgen ze toch snel last van hun incorrectheid? Dat kan een interessante onderzoeksvraag zijn.
    Ik hoop dat het KWPN deze richting uitgaat en functionaliteit voorop stelt. Desalniettemin vind ik, in tegenstelling tot andere critici, dat het KWPN goed op weg is.

  • Sandra

    Het zou al een hele verbetering zijn de CK en de NMK op dezelfde manier te doen als de stamboekkeuring. Een rondje aan de hand draven, daar kun je niets mee..
    Verder is er natuurlijk altijd verbetering mogelijk en moet daar continue bij worden stilgestaan.

  • KWPN fokker

    Jongens laten we er vooral bij de jonge hengsten mee beginnen om een correcte hengst te keuren. Als een hengst op oudere leeftijd ver boven gemiddeld presteerd kunnen we zeker wat door de vingers zien.
    Het liefst zag ik ook de hengsten alleen maar onder het zadel gepresenteerd worden op 4 en nog liever op 5 jr leeftijd gepresenteerd en geselecteerd worden voor eventuele goedkeuring.
    Maar wij als fokkers bepalen toch zelf met welke hengsten we dekken. Als we ze als jonge hengst niet goed genoeg vinden gebruiken we ze toch niet en wachten we tot ze zich in de sport boven gemiddeld presenteren.

  • irma

    Het Kwpn zou moeten kijken naar het exterieur van de paarden die op hoog niveau presteren. En daar de exterieur standaarden op aanpassen. Daar hebben ze vorig jaar toch pas naar gekeken? Volgens mij kwamen daar opvallende resultaten uit maar die zijn nog niet geimplementeerd…..
    Daarnaast is volgens mij instelling van groot belang!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Lees ook