Ga naar hoofdinhoud

Is de wereldranglijst vergif voor paarden?

Van: De Paardenkrant
Aan: Jeroen Dubbeldam (internationaal topspringruiter), Louis Konickx (internationaal parcoursbouwer), Henk Nooren (internationaal trainer)
Geen wereldranglijstpunten voor Jos Lansink op Jumping Mechelen. De Nederbelg weerstond de verleiding om in de Nekkerhal punten voor de wereldranglijst te verdienen omdat zijn paarden er niet helemaal klaar voor waren. Lansink liet weten dat de wereldranglijst zijn rekeningen niet betaalt, dat hij het moet hebben van een goede opleiding van zijn paarden. Volgens Lansink is de wereldranglijst vergif voor de paarden. Ben je het met deze stelling eens?


Foto: Arnd Bronkhorst / www.arnd.nl
Foto: Arnd Bronkhorst / www.arnd.nl

Van: Jeroen
Ik ben zelf een ruiter die zich niet druk maakt om de wereldranglijst, dus wat dat betreft klinkt de stelling van Jos Lansink mij als muziek in de oren. Natuurlijk is het handig in verband met uitnodigingen voor concoursen en dergelijke om niet al te ver weg te staan op de wereldranglijst, maar het is voor mij geen must om koste wat het kost bij de beste tien van de wereld te willen staan. Dat is gewoon roofbouw op je paarden, dat is makkelijk zat.

Scott Brash staat nu al meer dan een jaar op nummer één, maar hij heeft een ijzersterk arsenaal aan paarden: hij heeft meerdere paarden voor de Grote Prijzen en paarden voor de rankingproeven, zodat zijn Grand Prix-paarden die niet altijd hoeven te lopen. Hij heeft groot gelijk dat hij op één wil blijven. Maar als je niet zo’n groep paarden hebt als Scott en je kijkt toch continu naar de wereldranglijst, dan ben je verkeerd bezig. Dan laat je je paarden dingen doen die ze helemaal niet kunnen en dan is de wereldranglijst inderdaad echt vergif. Wat wellicht een mooier beeld zou geven, is wanneer de wereldranglijst gebaseerd zou zijn op een ruiter in combinatie met zijn paard. Dat verandert misschien niet heel veel, maar dan hebben ruiters met één toppaard toch wat meer kans op een hogere ranking ten opzichte van ruiters met een hele groep toppaarden.
Maar ook dan geldt dat de volgorde goed moet zijn: je moet eerst kijken en luisteren naar je paarden en aan de hand daarvan kun je een planning maken. Niet je planning laten bepalen door waar je de meeste punten voor de wereldranglijst kan halen.


Foto: Arnd Bronkhorst / www.arnd.nl
Foto: Arnd Bronkhorst / www.arnd.nl

Van: Louis
Het aantal wedstrijden met veel prijzengeld is evenals het aantal ruiters de laatste jaren enorm toegenomen. Dat is goed voor de sport, maar heeft ook als consequentie dat ruiters hun paarden vaker moeten inzetten om hun positie op de wereldranglijst te verbeteren of te behouden. De FEI hanteert geen limiet aan het aantal malen dat een paard wordt ingezet. Dit schetst het dilemma van Jos. Een zorgvuldige inzet van je paard werkt in dit systeem tegen je, want het maakt het lastiger om vervolgens weer voldoende startbewijzen te krijgen voor wedstrijden waar het grote geld en de punten te verdienen zijn.

Ik kan de gedachtegang van Jos goed volgen. Er zijn ruiters die de kwaliteit in een paard ontwikkelen en ruiters die de kwaliteit van een paard gebruiken. In het ideale geval zie je dat een combinatie van de ene fase in de andere groeit. Er zijn echter ook paarden die nagenoeg wekelijks op de startlijsten van zware proeven staan, op jacht naar punten.
Afgezien van de constatering dat elke ruiter zijn eigen afweging in deze moeilijke realiteit moet maken, zou je ook naar bescherming in het reglement kunnen kijken. Meest voor de hand ligt het dan het aantal starts per paard in een bepaalde periode te maximeren. Een andere invalshoek is om het aantal wedstrijden waarop ranglijstpunten kunnen worden behaald per paard en per periode te beperken. Dit haalt de druk weg om op ongelegen momenten te moeten presteren. Het verwezenlijken van zulke voorstellen zie ik nog niet zo snel gebeuren. Daarvoor zijn de belangen te groot.


Foto: Arnd Bronkhorst / www.arnd.nl
Foto: Arnd Bronkhorst / www.arnd.nl

Van: Henk
We kunnen de klok niet terugdraaien. De wereldranglijst is er en daar zullen we mee moeten leven. De deelname aan drie-, vier- en vijfsterrenwedstrijden is namelijk voor het grootste gedeelte gebaseerd op de plaats die je inneemt op die ranglijst. Het is persoonlijk hoe ruiters met die ranglijst omgaan, maar volgens mij doen de meeste ruiters dat heel verstandig en verantwoord.

Het is te overwegen om wel een grens te stellen hoe vaak een paard mag worden ingezet. Dat zal ook zeker ter discussie komen want binnen nu en een jaar zal het reglement voor de wereldranglijst op de schop gaan en zullen ook andere elementen een rol gaan spelen.
Het is nu wachten op het computersysteem bij de FEI, dat onder meer inschrijvingen kan controleren. Dat moet nu duidelijk en overzichtelijk worden. Als je na een tijdje het systeem goed begrijpt, kunnen ook aanpassingen worden gedaan
Mogelijk moet men teruggaan naar een combinatiegerichte ranglijst met een grens hoe vaak een paard ingezet mag worden en dat gekoppeld aan één rankingrubriek per dag. Dan gaat de ranking er een stuk flexibeler uitzien en is hij niet zo statisch als vandaag de dag.

Deze [email protected] verscheen woensdag 6 januari 2016 in De Paardenkrant. Geen abonnee van De Paardenkrant? Sluit dan hier een (online) abonnement af.


Poll

Wereldranglijst is vergif voor paarden.Lees meer

Laden ... Laden ...

6 reacties op “Is de wereldranglijst vergif voor paarden?

  • Tom Goethals

    Een ruiter die 4 paarden heeft voor de grote prijzen en/of ranking proeven kan makkelijker zijn positie op de FEI- ranking behouden dan iemand die maar één toppaard heeft. De uitbouw van een sportstal bepaald de ruiter zijn ranking. Met één toppaard kan je even bovenaan meedraaien maar je zal daarna weer wegzakken.

  • eddy crul

    En niet alleen voor de paarden.Deze wereldranglijst is terug een mooi voorbeeld van de oneerlijke toestanden in de paardensport.Mijn statement dat er een kleine top moet in standgehouden worden is hiermede nog eens bevestigd.Wat is een wereldcompetitie waard als het steeds zelfde kleine groep ruiters is ruiters zijn die mogen en kunnen meedoen. Terwijl er over de ganse wereld allicht tientallen combinaties zijn die geen kans krijgen.Gelukkig gaat het er in de springsport eerlijk aan toe,een balk is een balk en een seconde is een seconde.vr gr ec

  • eddy crul

    correctie; Wat is een wereldcompetitie waard ? Als het steeds de zelfde kleine groep ruiters is die mogen en kunnen meedoen. Sorry

  • Desiree

    In principe zou iemand als Al shabatly bovenaan moeten kunnen staan. Die koopt elk paard dat hij hebben wil.

  • marcel dufour

    Ik ben het oneens met de stelling aangezien ik denk dat maar weinig ruiters in de top echt bezig zijn met die ranking. Het is namelijk zo dat de top altijd op zoek is naar de wedstrijden waar het meeste geld te verdienen is. Het gros weet zelfs niet eens hoeveel rankingpunten er te verdienen zijn op welk concours.
    Voor ruiters geldt dat de hoogst gedoteerde proeven de belangrijkste zijn en dat naar aanleiding van het prijzengeld ook wordt ingeschreven voor wedstrijden.

    Dat brengt automatisch met zich mee dat dat soort proeven de meeste topruiters trekt en daardoor het te behalen aantal punten het hoogst is.
    Ik ben het met Nooren eens dat het hele systeem op de schop zou moeten aangezien het zeer verouderd is en nog stamt uit een tijd waar er nationale en internationale circuits waren. Tegenwoordig is nagenoeg ieder concours een of ander CSI variërend van 1 tot 5 sterren.

    Uiteindelijk zullen er altijd een paar ruiters zijn die het geluk hebben in hun loopbaan iemand te treffen die bereid is om vele miljoenen te investeren in een ruiter waardoor deze de top 10 kan bereiken. Of dit nu een bedrijf is, familie, een sponsor, een fokker of eigena(a)r(en) het komt erop neer dat die ruiter de beschikking moet hebben over diverse toppaarden en deze op zich al bedragen vertegenwoordigen met zes nullen.

    Geen enkel systeem zal hier verandering in kunnen brengen, wat trouwens niet alleen geldt voor de paardensport maar voor heel veel sporten. Er zijn veel meer ruiters in de wereld die capabel zijn om Grote Prijzen te winnen dan er paarden zijn en dus is bijna alles afhankelijk van de financiële middelen die erin gestoken kunnen worden.

  • eddy crul

    Zeer goed geschreven Marcel en ben het met u eens.In de springsport ben ik enkel een toeschouwer en dan nog op TV. Telkenmale ik een belangrijke wedstrijd bekijk vraag ik mij af “Zit ik hier nu terug naar dit zelfde kleine bevoordeelde groepje te kijken?” Het selectiesysteem bevoordeelt hun al,en de geldstromen gaan in hun richting.Het tweede is een natuurwet waar we niets kunnen aan doen.Aan het eerste daarentegen wel.Een sport heeft een correct en eerlijk selectiesysteem nodig ,zo niet heeft die sport sportief geen waarde.En inderdaad dit loopt verkeerd in vele sporten.Voornaamste reden daarvan is die natuurwet van het geld.Let wel ik blameer hier geen enkele ruiter die behoort tot dit kleine groepje.Het is hun goed recht, zelfs bijna hun plicht, daar aan de top te draaien.Ook al is het een oneerlijk systeem.Maar het is zeker de plicht van een sportfederatie 100% eerlijke structuren en selectiecriteria te creëren.Pas dan kunnen we naar een echte sportieve wedstrijd kijken.vr gr EC

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Lees ook