Ga naar hoofdinhoud

Moet hengstenkeuringscommissie moederlijnen meer kansen geven?

Van: De Paardenkrant
Aan: Jan Greve, Peter Rinkes, Wiebe Yde van de Lageweg

Op de KWPN-hengstenkeuring liepen nogal wat hengsten de aanwijzing voor het verrichtingsonderzoek mis omdat ze uit een matige moederlijn zouden komen. Wat vinden jullie van het beleid van de hengstenkeuringscommissie om goed gebouwde, goed presterende hengsten te weigeren omdat er onvoldoende sport in de moederlijn zit?


Jan Greve Van: Jan
Aan: allen
Als het gaat om moederlijninformatie zijn er drie mogelijkheden. Of er komen veel goede sportpaarden uit de directe moederlijn, dan is iedereen het erover eens dat dit zeer gunstig is, zoals de kampioen van de springhengsten cat.nr 154. Of er komen wel veel paarden uit de moederlijn, alleen hebben die met z’n allen weinig gepresteerd. Dan is iedereen het erover eens dat dit een matige moederlijn is. Maar er is ook nog een derde mogelijkheid: door allerlei omstandigheden heeft een moederlijn zich nog niet kunnen bewijzen. Als merries in opvolgende generaties weinig veulens voortbrengen, naar het buitenland verkocht worden of als springmerries aangepaard worden met dressuurhengsten, kún je simpelweg niet zeggen of iets een slechte of een goede moederlijn is. Goede moederlijnen hebben tijd nodig om zich te ontwikkelen en te bewijzen. Steunpilaren van onze fokkerij, zoals Voltaire, Indoctro, Libero, Tinka’s Boy, Numero Uno en Guidam, waren onder de huidige filosofie nooit goedgekeurd.
In de fokkerij boek je weinig vooruitgang als je alleen zoekt naar wat je al weet: die goede, alom erkende moederstammen. Er is nog veel meer te zoeken en te vinden. Als Columbus destijds alleen had gezocht naar dat wat hij wist en kende, was Amerika nooit ontdekt.


Peter RinkesVan: Peter
Aan: allen
Natuurlijk kennen we allemaal de dominante merriestammen waar verhoudingsgewijs veel goede paarden uit voortkomen. Fokkerij is alleen niet zo simpel dat een jury van elke hengst kan zien of hij uit een goede of uit een slechte merrielijn komt. Soms wéét je als fokker gewoon dat het met een stam helemaal goed zit, maar de bewijzen daarvan laten dan nog op zich wachten. De stam van onze blinde merrie Bantha (Ronald x Nimmerdor) is daar een mooi voorbeeld van. Het zijn vooral haar dochters die fokken als een tierelier. Als fokkers wisten wij wel dat ’t goed zat, maar het blijkt voor de buitenwereld pas vele jaren later.
Voor mij is een merrie pas een matige vererver als zij veel nakomelingen heeft voortgebracht, die allemaal niet – of niet succesvol – in de sport zijn uitgebracht. Maar dan moet je ook nog kijken naar de hengsten, waaraan de merrie is gecombineerd.
Ook uit andere fokkerijen weten we dat je moet oppassen met het veroordelen van een merrielijn. Diamond W was in de Duitse draverij de hengst van de eeuw. Hij kwam uit een groot nest, waaruit de rest het allemaal níet deed.
Bepaalde stammen, die met goede vaderpaarden zijn opgebouwd, moet je de kans geven. Als uit zo’n lijn een hengst heel goed springt, moet je als commissie wel serieus nadenken wat je doet. Dan kun je volgens mij niet uitsluiten dat het toch om een interessante hengst gaat.


Wiebe Yde van de LagewegVan: Wiebe Yde
Aan: allen
De hengstenkeuringscommissie heeft in principe gelijk. We zijn wel met fokkerij bezig. Hoe meer bevestiging vanuit een moederlijn achter een hengst zit, hoe beter het is. Echter, wanneer een hengst echt boven de rest uitsteekt qua type en prestatie moet hij een kans krijgen. Hoe lang en goed we ook blijven fokken, er blijven altijd nieuwe, zeer goede hengsten opduiken waarvan de familie minder goed is. Die hengsten die beter zijn dan hun papier en uitblinken boven de rest, kun je gebruiken in de fokkerij.
Toch heeft de commissie in principe gelijk om geen hengsten te keuren uit een matige moederlijn. Zulke hengsten krijgen in de fokkerij toch weinig kans. Wanneer een hengst mooi gefokt is, maar uit een weinig presterende moederlijn komt, kan hij nog wel kans krijgen als hij beter presteert dan de rest. Andersom kan het ook: soms heb je een minder goed paard uit een zeer goede stam. Toch komen die goede bloedlijnen in de fokkerij vaak weer bovendrijven. Als er voldoende bevestiging in de moederlijn zit, kan ook een minder paard een goede geven.

Deze [email protected] verscheen woensdag 13 februari 2013 in De Paardenkrant.


Poll

Hengstenkeuringscommissie moet moederlijnen meer kansen geven. Lees meer

Laden ... Laden ...

11 reacties op “Moet hengstenkeuringscommissie moederlijnen meer kansen geven?

  • art uma

    Met name eens met Jan.

    Daar komt bij dat wat mij betreft het diermodel van het KWPN misschien iets zegt over de familie, maar zeker niet alles over de directe moederlijn.

    Voor prestaties is het afgezien van de kwaliteit zelf, minstens zo belangrijk waar zo’n paard terecht komt. Een topper bij een tobber wordt niets.

    Er zijn zat voorbeelden van hengsten welke eerst langs de kant bleven staan, welke later van groot belang bleken.

  • bert schoemmaker

    wanneer beginnen we eens een keer hengsten te beoordelen zonder de informatie van afstamming, eigenaar e.d erbij. alleen beoordelen op eigen prestatie.zonder papier erbij. wie durft. ik denk niemand van de beoordelingscommissie.

  • ad van den tillaart

    het is altijd meer geluk als wijsheid het gaat erom welke ruiter het paard heeft
    en welke kansen het krijgt een zeer goede is altijd een toevalstreffer

  • joesoef Broekaart

    Ik denk als het van de moederlijn af hang of je paard
    door de keuring kom dan kan meer dan de helft van de
    fokkers wel thuis blijven .
    een goede manier om de markt in te krimpen
    hoe zit het met de paarden die afgekeurd zijn is daar onderzoek naar
    gedaan .

  • Lida de Ruijter

    Helemaal met Bert eens,want of het is de moederlijn, of het is te oud bloed (bewezen) of de index, lekker blanco laten keuren, en ja kampioenen komen toch wel boven drijven en dan erkent het KWPN ze.

  • Gerrit Bras

    Uit fokkerij van andere dieren weten we allang dat de moederlijn niets zegt over de vererving van mannelijke dieren, wel vrouwelijke. Jazz, Ferro, Donnerhall en De Niro komen helemaal niet uit geweldige moederlijnen, wel hebben ze allen een sterk verervende vader , moedersvader en liepen zelf op het hoogste niveau. We hebben veel teleurstellende verervers momenteel en die zijn allen geselecteerd op hun goede moederlijnen. In fokkerijen waar je wordt afgerekent op resultaten kijkt men allang op deze manier en weet men dat emotie fokkerij niet tot de beoogde topverervers leidt

  • joesoef broekaart

    Zelf denk ik als niet fokker dat er genoeg goede paarden zijn die nooit
    bekend worden ook als de moeder lijn niet altijd even goed zijn ,
    in de top zijn te weinig ruiters om alle goede paarden te rijden,
    en als alleen de moeder lijn tel dan kunnen er heelveel stallen stoppen met fokken.
    misschien dat het goed is dat ook de minderen een keer de kans krijgen en kijken wat daar uit kom
    dan onder een goede ruiter voor veel ruiters is het sport en om top te fokken
    het gaat er ook om wat een paard doe beter lelijk als de nacht maar goed .
    dan mooi en geen hout goed doen.

  • Karel de Lange

    @2 Bert

    Goede moederlijnen is maar een beperkt gegeven wanneer lang niet alle paarden voor de sport worden in gezet. Als men vervolgens wel uitgaat van zogenaamde goede moederlijnen dan moet de betrokken hengst ook aan de functionele voorwaarden van een sportpaard voldoen. En daar wringt de schoen. Want ondanks dat men al lange tijd de merrielijnen in de beoordeling meeneemt, gaat de kwaliteit vooral bij de dressuurpaarden niet significant omhoog maar eerder achteruit. De oorzaak is dat deze hengsten zelf de toets der kritiek niet kunnen doorstaan.
    Een goed voorbeeld is de kersverse dressuurkampioen die volledig op de voorhand gaat. Met een hoge achterhand en met het diepste(zwaarte)punt tussen de voorbenen gaat hij wel met heel veel beenactie rond maar van een gebalanceerde beweging, waarbij het gewicht gelijk over de dragende benen wordt verdeeld, is geen sprake. Met alle rijkunst van de wereld zijn zulke paarden niet in balans te rijden en zijn de verzamelde hogeschooloefeningen uitgesloten.
    Bij het springen hanteert men een selectiemethode waar geen enkel internationaal springpaard aan voldoet. Die springen niet met het hoofd omlaag en de schoft omhoog maar met het hoofd omhoog en niet met een bolle maar met een holle rug om geen fouten te maken en om in balans te kunnen blijven.
    Derhalve zou uw voorstel veel betere hengsten kunnen opleveren die functioneel wel aan de criteria voldoen.
    De bijgevoegde link laat zien dat nr. 311 in de afzet het volle gewicht op het voorbeen draagt. Bij een paard dat goed in balans gaat, vertrekt het achterbeen in de afzet het laatst de grond en landt het achterbeen het eerst bij de landing. Ook valt op dat het dragende voorbeen steeds verder naar achteren en schuiner onder massa komt te staan met als gevolg dat het gewicht steeds meer op de voorhand komt.
    http://www.horses.nl/fotos/kwpn-hengstenkeuring-dag-3-doorverwezen-hengsten/

  • Agnes van den Broek

    Moederlijn is zeker net zo belangrijk als de vaderlijn,
    ze moeten elkaar goed aanvullen op elkaars zwakkere punten,en de goede punten benadrukken ,
    maar men moet er niet vanuit gaan dat met een “slechte/matige” moederlijn met “zwakke” gangen en bouw een top veulen kan worden gefokt, een hengst kan veel doen maar heeft net geen toverballen!

  • Hans Leijzer

    Neem van mij nou maar aan dat een moederlijn binnen de fokkerij van onschatbare waarde is.
    Het kan enkele generaties duren, het goede van de moederlijn komt terug.
    Een minder goede moederlijn zal best wel een keer goede brengen, maar je werkt je in de toekomst wel in de problemen. De mindere elementen zullen altijd verankerd blijven en zoals ik voorheen al hebt geschetst, bij een goede moeder dus ook.
    Dit wil dus ook zeggen dat een hengstencommissie altijd op de hoogte moet zijn van de afstamming van een hengst. De eigenaren die graag zien dat er zonder catalogus wordt gekeurd zullen altijd met argumenten komen, zodat hen ook een kans krijgen. Goed bloed verloochend zich nooit!!!

  • annie lijklema

    Ik ben het helemaal eens met Jan Greve, en met Bert Schoemmaker om zonder informatie van afstamming of eigenaar de hengsten te beoordelen op kwaliteit en prestatie en zo dus de moederlijnen meer kansen geven en niet altijd alleen maar kijken naar de papieren zoals Wiebe Yde van de Lageweg ook noemt maar naar de kwaliteit die eruit springt

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Lees ook