Ga naar hoofdinhoud

Heeft de galoppeerbaan als onderdeel van de hengstenselectie foktechnische betekenis?

Van: De Paardenkrant
Aan: Bert Poppelaars, Suzanne Bredero, Floris van Leuken
Over de gang van zaken rond het verongelukken van de hengst Emerson in het NRPS-verrichtingsonderzoek was veel te doen. Daar willen we met deze aflevering van [email protected] niet op doorgaan. De vraag blijft nog wel of de galoppeerbaan als onderdeel van de hengstenselectie enige foktechnische betekenis heeft. Graag daarover je mening.


Bert PoppelaarsVan: Bert
Aan: allen
Toch allereerst mijn medeleven met allen die nabij Emerson staan, inclusief het NRPS; het blijft een kleine ramp maar incidenteel komt dit voor tijdens de opleiding van vooral jonge paarden en zijn alle risico’s nooit uit te sluiten.
Ten aanzien van de foktechnische betekenis van de galoppeerbaan zullen wel vele voors en tegens zijn. Naar mijn mening geeft het wel extra informatie over zowel het galoppeervermogen als het karakter van deze jonge hengsten, eigenschappen die op jonge leeftijd op deze manier goed zijn waar te nemen. Vroeger kende het KWPN ook een terreinproef die een wezenlijk onderdeel van de selectie uitmaakte en zoals ik me herinner gaf dit voor de oplettende fokker veel informatie. In Duitsland worden bij de meeste hengstentesten de jonge hengsten ook gepresenteerd in een terreinproef.
Doordat de meeste hengsten beschermd worden opgefokt en klaargemaakt voor de test, blijft de terreinproef een extra risico: een aandachtspunt voor degene die de hengst voorstelt in de desbetreffende test. Natuurlijk zijn de belanghebbenden op de hoogte van hetgeen wordt gevraagd gedurende de test, zij zullen daarom hun hengst hierop moeten voorbereiden. Men start een springpaard ook niet in een derby zonder geoefend te hebben op een wal.


Susanne BrederoVan: Suzanne
Aan: allen
Het NRPS hecht waarde aan de informatie die naar voren komt uit de galoppade in het terrein. Als fokkers streven we naar correct gebouwde paarden met bepaalde talenten, die inzetbaar zijn voor de topsport. Maar de talloze paarden die het hoogste niveau niet bereiken, moeten ook door meer of minder ervaren amateurs te rijden zijn. Specialisatie is nog niet aan de orde voor een paard dat aan de basis van zijn opleiding staat. Ook een paard met veel talent in een bepaalde richting moet zich laten scholen en ontwikkelen. Wezenlijk is de bereidheid om mét en vóór de ruiter te werken en vertrouwen te ontwikkelen, waardoor het paard inzetbaar wordt op concoursen. Ook op vreemd terrein moet het nog ontvankelijk zijn voor de aanwijzingen van de ruiter, en zich niet laten afleiden door spandoeken, reclameborden, vlaggen en bloemstukken langs de ring.
Het karakter van een paard speelt hierin een sleutelrol. De voor de sport benodigde ‘vechtlust’ mag niet in aanleg al tegen de ruiter gekeerd zijn. Hengsten die de fokkerij gaan dienen, moeten hun aanleg als sportpaard en karakter tonen in een verrichtingsonderzoek naar de bruikbaarheid, hanteerbaarheid en mogelijkheid om aanwezig talent te ontwikkelen. Tijdens de galoppade, feitelijk een buitenrit op een omheind terrein, is juist het karakter van de hengst goed te testen: de bereidwilligheid om met zijn ruiter alleen op pad te gaan, de gehoorzaamheid en werkwilligheid op dat moment. Daarnaast geeft de galoppade, die ook door de Duitse stamboeken nog altijd wordt gevraagd, informatie over het lichaamsgebruik onder deze omstandigheden.


Floris van Leuken
Foto: Arnd Bronkhorst / www.arnd.nl

Van: Floris
Aan: allen
Specialisatie is niet meer weg te denken binnen ons huidig selectiesysteem. Een bijzonder positieve ontwikkeling waar ik volledig achter sta.
In het selectiesysteem van de verschillende Duitse stamboeken vormen het terrein en de galoppeerbaan een wezenlijk onderdeel. De paarden worden hierbij getest op karakter, temperament, werkwilligheid en de lichamelijke gesteldheid. Stuk voor stuk onderdelen die foktechnisch van grote waarde zijn. Naar mijn mening ook onderdelen die in het terrein beter te beoordelen zijn dan veilig in een binnenmanege tussen vier muren.
Specialisatie in Nederland moet echter niet doorslaan naar het extreme. Er moeten inderdaad paarden worden geselecteerd voor de professionele ruiter, maar ook de amateurruiter moet bediend blijven, waarbij het karakter en werkwilligheid van enorm belang zijn.
Zolang de meeste dressuurpaarden niet zonder begeleiding en touw de baan kunnen betreden, is het misschien zo dom nog niet om dit onderdeel maar even te behouden.

Deze [email protected] verscheen dinsdag 27 november 2012 in De Paardenkrant.


Poll

Galoppeerbaan mist als onderdeel van hengstenselectie foktechnische betekenis Lees meer

Laden ... Laden ...

2 reacties op “Heeft de galoppeerbaan als onderdeel van de hengstenselectie foktechnische betekenis?

  • Jorieke van Cappellen

    Ik ben geen fokker, maar wel ruiter en dus gebruiker van het moderne rijpaard. Wat alledrie hierboven zeggen over de noodzaak van een werkwillig karakter is maar al te waar. Een paard kan nog zo’n mooi plaatje zijn, zonder werkwillig karakter bereikt het de top nooit.

    Even los gezien van Emerson, want de omstandigheden van dat paard ken ik niet goed, maar het feit dat (dressuur)paarden niet zonder touw/begeleider de baan kunnen betreden (en daarbij doel ik op ‘de betere dressuurpaarden’ in het algemeen), is naar mijn mening vooral een kwestie van opvoeden. Een paard weet niet dat hij goed is, dat maken wij mensen ervan. En daarom zijn we er o zo voorzichtig mee.

    En omdat ‘het betere dressuurpaard’ toch hup van eigenaar op eigenaar gaat, want aan doorverkoop wordt tenslotte het meeste geld verdiend, besteed ook niemand goed aandacht aan de opvoeding. Netjes stilstaan bij opstijgen, mee naar buiten, sprongetjes. Wij zijn het zelf die de mietjes en brutale apen maken.

    Maar hierdoor is het echte karakter wat een paard in zich heeft, minder goed te beoordelen. Ik vind het daarom goed dat stamboeken hier met terreinproeven enz op letten.

  • Yvonne Meijer

    Ik, fokker/amazone, ben het maar al te zeer eens met het gebruik maken van de galoppeerbaan in het verrichtingsonderzoek. Hoeveel of hoe weinig “bloed” de paarden ook hebben, ze zullen mee moeten/willen werken met de mens.
    Foktechnisch geeft de galoppeerbeen denk ik heel veel informatie. Tenslotte weten we ook hoe de merrie zich, “in de buitenlucht en zonder hekjes”, gedraagd.
    Wat mij betreft gelijk invoeren bij stamboeken die hier geen gebruik van maken.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Lees ook