Ga naar hoofdinhoud

Moet het KFPS gendefecten mee laten wegen bij de hengstenselectie?

Foto: KFPS

Van: Paardenkrant-Horses.nl
Aan: Willem Lokhorst, Waling Haytema, Roelof Bos

Hoewel er dit jaar een recordaantal Friese hengsten is doorverwezen naar het Centraal Onderzoek, blijft de populatie klein. En de verwantschap, met de bijbehorende risico’s als dwerggroei en waterhoofd, groot. Zo is Jehannes 484 (9 zonen doorverwezen) drager van het dwerggroeigen, en beschikken kampioen Jurre 495 en reservekampioen Markus 491 over het waterhoofdgen. Geen probleem? Of moet het KFPS in actie komen om deze gendefecten terug te dringen?


Van: Willem

Willem Lokhorst, fokker

Nee, dit vormt geen probleem. Men moet alleen goed uitkijken met welke merries ze deze hengsten aanparen. Elke serieuze fokker moet zijn merries netjes laten testen om de risico’s tegen te gaan. Bij het stamboek is alle kennis aanwezig over de hengsten die drager zijn, maar dat wordt niet door iedereen serieus genomen. Er zijn nog steeds fokkers die hengsten gebruiken op merries die niet getest zijn en dan het risico aangaan dat beide paarden over deze genen beschikken. De populatie van het Friese paard is zo klein dat we, om vooruit te komen in de fokkerij, ook de hengsten nodig hebben die drager zijn. We kunnen nog lang niet zeggen dat we voldoende hengsten in onze populatie hebben waarmee we alleen het dwerggroei- en waterhoofdgen kunnen uitsluiten voor de fokkerij omdat deze hengsten vaak ook kwaliteiten hebben die we anders zouden missen. Ikzelf vind het waterhoofdgen erger dan het dwerggroeigen. Bij de geboorte van het veulen kan je merrie er ook aan onderdoor gaan als het veulen een waterhoofd heeft en bij dwerggroei is dat niet het geval. Als de merrie getest is, zie ik op korte termijn geen bezwaar om een drager te gebruiken als er geen risicoparing is. Het buitenland hoort goed te worden geïnformeerd door de hengstenhouders en het stamboek over dragerschap en risicoparingen. Men vindt nu dat er geen interesse getoond mag worden bij een merrie die een van deze twee genen heeft terwijl de klanten wel geïnteresseerd zijn in deze merrie. Mensen worden bang gemaakt door onwetendheid. Goede voorlichting is van groot belang, ook voor de export.


Van: Waling

Waling Haytema, fokkerijraadslid KFPS en veterinair. FOTO WWW.ARND.NL

De hengstenkeuring van het KFPS was dit jaar in meerdere opzichten succesvol. Veel publiek, veel sfeer en veel aangewezen hengsten voor het verrichtingsonderzoek. Doelgericht beleid heeft ertoe bijgedragen dat inteelt binnen de populatie onder controle is. In twintig jaar tijd is de inteelttoename per generatie afgenomen van twee procent naar 0,7%, hetzelfde niveau als bij de KWPN dressuurrichting. Een aantal van de huidige genetische problemen heeft te maken met de inteelttrechter in het begin van de vorige eeuw en in de jaren zestig. De dwerggroei en het waterhoofd kennen daar waarschijnlijk hun oorsprong. Er is voor gekozen deze afwijkingen te voorkomen door alle hengsten en alle fokmerries te testen, waardoor risicoparingen vermeden worden. Het alternatief is alle dragers uit de fokkerij halen. De nadelen hiervan zijn een grotere toename van de inteelt en we gooien dan veel dieren weg die op andere wijze genetisch interessant zijn. Kortom, de genetische problemen hebben de volle aandacht van het KFPS. Een voorbeeld daarvan is dat er gewerkt wordt aan een totaalindex waarin ook het verwantschapspercentage wordt meegenomen. De verwantschap van een paard met de populatie gaat dan een rol spelen in de fokwaarde.


Van: Roelof

Roelof Bos, fokker

Ja, we zijn eraan toe een volgende stap te zetten in het terugdringen van gendefecten! Bij de goedkeuring van een hengst wordt het dragerschap kenbaar gemaakt, maar dit vormt geen selectiecriterium voor het wel of niet goedkeuren van een hengst. In mijn ogen is dit niet meer uit te leggen, sinds we de mogelijkheid hebben een drager met zekerheid vast te stellen. Aan de andere kant willen we goede genen in onze fokkerij behouden. Een drager met extreem goede genen is dan ook niet uit te sluiten. Je kunt dus prima dragers goedkeuren, als deze op basis van andere eigenschappen onze fokkerij extra vooruit kan helpen. Is hier geen sprake van, dan is deze hengst ook niet interessant voor de fokkerij. Daarnaast moeten we ook niet vergeten dat dragers ook veel nakomelingen geven die geen drager zijn. Deze nakomelingen wil je niet missen. Dus door dragerschap mee te nemen als selectieonderdeel, maak je duidelijk dat we gendefecten terug willen dringen. Door de hengsten niet uit te sluiten blijft de vijver waaruit we kunnen selecteren groot genoeg. Dit jaar een veertigtal hengsten die naar het Centraal Onderzoek mogen. Een prachtig aantal om verder te selecteren!

Deze [email protected] verscheen woensdag 23 januari in De Paardenkrant. Nog geen abonnee? Sluit dan hier een (online) abonnement af.


Poll

KFPS moet gendeffecten mee laten wegen bij hengstenselectie Lees meer »

Laden ... Laden ...
Topics van dit bericht

Selecteer een topic en vind alle berichten over dit onderwerp onder "Mijn nieuws".
Lees meer over topics .

Eén reactie op “Moet het KFPS gendefecten mee laten wegen bij de hengstenselectie?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Lees ook