Ga naar hoofdinhoud

Zet KWPN te snel in op genoomselectie?

© Jacquelien van Tartwijk / Paardenkrant-horses.nl

Van: Paardenkrant-Horses.nl
Aan: Nico Schulpen, Doede Santema, Henk Angenent

Röntgenfoto’s voor oc(d) worden binnenkort vervangen door een DNA-predicaat, dat maakte het KWPN onlangs bekend. De reacties op deze maatregel zijn zeer wisselend, ook onder kenners van genoomselectie uit de koeienfokkerij. Inteelt, ophoping van de nadelen van topverervers, papieren fokkerij, dat zijn de voornaamste kritiekpunten. Wat vind jij van de KWPN-plannen ten aanzien van genoomselectie?


Nico Schulpen, fokker en jurylid
Nico Schulpen, fokker en jurylid

Van: Nico

Ik ben een voorstander. Met genoomselectie kun je de fokkerij versnellen, daarbij is het een stuk goedkoper dan röntgenfoto’s. Het duurt alleen een tijdje voordat we genoomselectie in de breedste zin gaan toepassen. Het is nog wat te snel om röntgenfoto’s helemaal af te schaffen. Er zit een groot verschil tussen gebruiker en fokkerijorganisatie. De gebruiker wil de stand van zaken van het individu weten en heeft daarom röntgenfoto’s nodig. Een fokkerijorganisatie niet, zij willen de erfelijke aanleg in beeld krijgen. Wellicht kunnen ze deze systemen een aantal jaren naast elkaar gebruiken om elkaar te versterken. Men moet alleen een goedkopere manier vinden om data te verzamelen. De vraag is echter of onze referentiegroep groot genoeg is. Hierbij is het belangrijk om in Europa partners te zoeken waarmee je dit soort projecten samen gaat uitvoeren. Dat zou efficiënter zijn en geld besparen.

Het is essentieel om de zorgvuldigheid en de betrouwbaarheid te waarborgen. Uiteindelijk gaat er op veel bredere basis genoomselectie plaatsvinden, maar die stappen moeten snel en zorgvuldig genomen worden en vervolgens moeten we evalueren en goed aanpassen. Als we met deze techniek de kenmerken genomisch gezien beter in beeld hebben gebracht, komen alle stappen onder de zeventig procent betrouwbaarheid te vervallen. Op de langere termijn worden de keuringen overbodig, bovendien gaan we sneller vooruit dan andere fokkerijorganisaties.


Doede Santema, fokker. Foto: Paardenkrant-Horses.nl
Doede Santema, fokker. Foto: Paardenkrant-Horses.nl

Van: Doede

De wetenschappelijke ontwikkelingen in de paardenfokkerij zijn geen bedreiging, maar een welkome aanvulling om genetische vooruitgang te boeken. De genoomselectie is een hulpmiddel om alle fokkers te bedienen van een aantal gegevens die je kunt gebruiken bij de selectie. Elke fokker weet ook dat de epi-genetica (milieufactoren) oftewel het managen van je veulen tot en met sportpaard zeker niet van minder betekenis is dan het DNA-profiel.

Het KWPN loopt voorop als het gaat om gezonde paarden en wil voorop blijven lopen. We weten allemaal, dat aan de top blijven veel moeilijker is dan aan de top te komen. Is het erg, dat hengsten met een DNA-score lager dan 96 op oc(d) maar weinig merries zullen dekken? Er blijven vast en zeker voldoende hengsten over waaruit de fokkers een keuze kunnen maken. Hoe zit het met de fokkers van paarden/veulentjes met een erg lage DNA-score op oc(d)? Beschouw dit als een uitdaging. Vroeger kozen we een mooi paard, daarna een gezond paard dat in de sport goede resultaten behaalde en nu weten we straks iets meer over de aanleg met betrekking tot oc(d). Wat de belangrijkste selectiecriteria zijn beslissen de fokker en de markt. Dat maakt fokken interessant.

Tenslotte de DNA-score op oc(d) laat onverlet dat bij verkoop van een paard altijd foto’s gemaakt moeten worden, want de koper wil zeker weten dat hij een gezond paard koopt ook al is zijn DNA nog zo goed. Dit heeft echter niks met genetische vooruitgang te maken.


24-01-2014 Amsterdam, Jumping Amsterdam DVD 203 Henk Angenent (Woubrugge, 1 november 1967) is een voormalig Nederlands marathonschaatser en spruitjeskweker uit Woubrugge. In 1997 won hij de Elfstedentocht. Henk met partner Sanne Foto en Copyright: Foto Leo Vogelzang VOF
Henk Angenent, fokker. Foto: Leo Vogelzang VOF

Van: Henk

Ik ben erop tegen. Financieel gezien is het niet haalbaar. Genoomselectie is onbetrouwbaar. Ze praten maar over een betrouwbaarheid van veertig procent. Ik vind dat zonde van de tijd, de energie en het geld. Je zult zien dat sommige hengsteneigenaren hun hengsten niet meer bij het KWPN voorbrengen als ze niet door de test komen. Hengsten met kwaliteit gooi je er hierdoor uit. Dit is het verlengde van het index-verhaal. Wat heeft dat ons gebracht? Dit soort data versnelt absoluut je genetische vooruitgang, maar aan de andere kant zie je een versmalling van je bloedspreiding. Met alle desastreuze gevolgen van dien. In de wandelgangen hoor je regelmatig dat er een veulen met één oog blind wordt geboren. Dat is toch wel een teken aan de wand. Het KWPN geeft daar geen gehoor aan. Misschien dat je zulke erfelijke afwijkingen eerst serieus moet aanpakken. Een hengst kan een topvererver zijn, maar hij geeft ook negatieve eigenschappen door. Als hengsten op grote schaal worden ingezet, ontstaat er snel inteelt. In de koeienfokkerij zijn ze ook sceptisch over genoomselectie. De resultaten zijn niet spectaculair. Er zijn gigantische uitschieters naar boven en beneden, zij wijken af van de genoomwaarde. Deze cijfers zijn redelijk betrouwbaar omdat alles meetbaar is en je een grote populatie hebt.

Deze [email protected] verscheen donderdag 21 april 2016 in de Paardenkrant


Poll

KWPN zet te snel in op genoomselectie. Lees meer »

Laden ... Laden ...

6 reacties op “Zet KWPN te snel in op genoomselectie?

  • J Andela

    maar even los van dit alles. Wat moet er eigenlijk gefokt worden, je hoort alleen maar dat het beter moet. Eigenlijk moet er niet meer gefokt worden met “gewone merrie`s”, maar met “topmateriaal”. We hebben al de beste paarden van de wereld, voor wat het waard is. We kunnen niet allemaal op de eerste plaats staan bij de keuring, hoewel het ook maar een intrepetatie is van het trio wat op dat moment staat te keuren en het moment van de dag. Wat willen we nog beter, Moet het hoger kunnen springen, moet het sneller kunnen accelereren tussen de hindernissen? Heeft geen zin, de parcoursbouwers passen het parcours toch aan, is over de laatste decennia steeds gebeurd. Moeten de dressuur paarden de knieën nog hoger naar de neus gooien, of de zijwaartse gangen nog ruimer maken? Willen we alle ziekten en afwijkingen uitbannen?

  • Gerrit Bras

    Dat genoom selectie tot meer inteelt zou leiden hoeft helemaal niet zo te zijn. Door veel bloempjes buiten het perk te testen kan je juist de inteelt tegengaan. Hoe meer hengsten je op deze manier test hoe meer spreiding je krijgt. Zo als er nu geselecteerd wordt met veel emotie en aannames krijg je dat er duizenden paarden gefokt worden van hengsten die sterk verslechterend vererven. Dat kun je hier veel meer sturen. Het kaf wordt sneller van het koren gescheiden. En juist de erfelijke gebreken krijg je veel sneller in zicht en daar kan je dan op selecteren. Inteelt is trouwens een zaak van de individuele fokker want die bepaalt de combinatie van welke hengst voor zijn merrie. Dus kwpn, goed bezig.

  • Adri Zekveld.

    Genoomselectie, het heeft zeker zijn voordelen. Maar….Snel en goed gaan niet altijd samen. Het zou verstandig zijn om de selectie op oc-ocd d.m.v. genoomonderzoek voor hengsten nog één of 2 jaar uit te stellen. Om meerdere redenen. De belangrijkste is vooral de betrouwbaarheid. Een genoomfokwaarde met een betrouwbaarheid van 30 tot 50% is een indicatie, niet meer. Om dit jaar al de individuele hengsten te selecteren d.m.v. een genoomfokwaarde met een zo lage betrouwbaarheid gaat mij te ver en te snel. Er is nog meer onderzoek nodig om minimaal tot de gewenste 60%te komen. Daarnaast wordt het erg onoverzichtelijk, doordat nu twee verschillende systemen door elkaar lopen. Ik merk dat heel veel fokkers nog veel vragen hebben waardoor het draagvlak erg smal wordt, nog meer voorlichting en ervaringen opdoen is zeer gewenst.

  • Bert Lam

    Het is altijd goed nieuwe ontwikkelingen te toetsen, maar je moet er niet te snel volledig op over gaan.
    Ook niet als het kosten bespaart, want het is noodzakelijk eerst te weten hoe het draagvlak bij de fokkers is.
    Dat zijn de mensen die ook in de toekomst de goede veulens moeten blijven aanleveren.
    Juist de mensen die als hobby met de fokkerij bezig zijn, en veel kennis hebben uit het verleden van de vererving van eigenschappen van merriestammen, zitten door hun leeftijd met een kennisachterstand als het gaat om DNA technologie.
    Het KWPN kan hier scoren door eerst in te zetten op het uitdragen van kennis, en op die manier draagvlak creeren.
    Daarna is het veel eenvoudiger om eea geaccepteerd te krijgen. Immers iets wat goede informatie geeft, en heel duidelijk is voor de fokkers, dat wil iedereen toch hebben / gebruiken.

  • Erna ter Huurne

    De genoomfokwaarden die dit jaar zijn gepubliceerd door het KWPN hebben een betrouwbaarheid tussen de 31% en 69 %. Dus tussen de 2/3 en 1/3 kans dat de GFW NIET klopt! Niet te snel (ver)oordelen dus. En daarnaast brengt de hengst de helft van de genen in, dus de grootste vooruitgang valt misschien wel aan moederskant te boeken.

  • Adri Zekveld.

    De genoom-fokwaarden die nu zijn gepubliceerd hebben vrijwel allemaal een betrouwbaarheid tussen 30 en 40%. Een enkele tussen 40 en 50%, Het betreft de gehele H-jaargang en gedeeltelijk de G-jaargang. Voor merries is er nu een overgangsperiode van twee jaar, dat zou voor de hengsten ook moeten gelden. Tijd voor meer onderzoek, draagvlak en voor het feit dat de eigenaren van hengstveulens die de afgelopen twee jaar zijn gekocht en/of opgefokt, niet de wetenschap hadden dat ze uitsluitend via genoomselectie aan het hengstenkeuringstraject kunnen deelnemen.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Lees ook