Ga naar hoofdinhoud

Pelotonrijders

Riny RutjensHet WK tweespannen in Conty is begonnen en dit keer ben ik er niet bij. Tenminste, niet als deelnemer. Het is de tweede keer in mijn carrière dat ik niet meerijd. Mijn eerste WK reed ik in 1991 in Oostenrijk. Drie maanden geleden verkocht ik mijn span. Ik moest een keuze maken: zakelijk of sportief. Ik koos voor de zakelijke kant en dan moet je ook de consequenties aanvaarden, dus sportief een stapje terug doen.

Ik ging met een ander span verder en wist toch goed te presteren. In Riesenbeck, Saumur en Beekbergen zat ik er goed bij. In Beekbergen vielen alleen teveel balletjes in de vaardigheid.

We hebben in Nederland het geluk dat hier heel veel goede menners zijn. We horen bij de wereldtop. Dat geldt voor alle disciplines binnen de mensport. Bij de tweespanrijders hebben we met name veel pelotonrijders. Dat wil zeggen dat ze er in alle drie onderdelen goed bij kunnen rijden. Daarom verwacht ik ook dat de Nederlanders dit WK wel met een teammedaille thuis gaan komen.

Of ons land een wereldkampioen levert, dat ligt aan het geluk van de dag en dan doel ik met name op de vaardigheid. Blijft het balletje wel of niet liggen? Er zijn over het gehele veld wel tien potentiële winnaars.

Zelf ben ik in Conty aanwezig vanuit zakelijk oogpunt, om te netwerken. Ik heb natuurlijk grote interesse voor Stephane Chouzenoux, die mijn paarden kocht en in Saumur en Beekbergen al goed wist te presteren. Ook begeleid ik Pierre Jung. Dat ik zelf niet meedoe, gaat uiteraard kriebelen. Conty is een wedstrijd die mij ligt. Ik won er twee van de drie keer dat ik er reed. Het zal zeker zuur zijn.

Over de selectie voor het WK wil ik ook nog wel iets kwijt. In het verleden, toen we het ‘gouden setje’ Marie de Ronde als chef d’équipe en IJsbrand Chardon als trainer hadden, werkten we met een puntensysteem. Ik vind een puntensysteem waarbij een menner op elke wedstrijd punten kan verdienen geen slecht idee. Dan komt de beste vanzelf bovendrijven. Je kunt je dan kwalificeren voor grote wedstrijden, waar je punten kunt sprokkelen voor WK-deelname. Het is duidelijker, zo’n systeem, en zorgt er ook voor dat er meer ‘grote jongens’ naar de wat kleinere wedstrijden komen. Een soort Champions Leaque.

Nu is er een bondscoach en die wordt gestuurd door de KNHS. Dat maakt de communicatie moeilijk. Een puntensysteem is duidelijk en geeft de bondscoach rust. Dan kan die zich ook volledig richten op de taak van een coach: de deelnemers begeleiden. De vierspanrijders hebben onder verschillende bondscoaches de landenwedstrijd in Aken gewonnen. Dat is niet omdat de coach ze heeft leren mennen.

Ik hoop dat Harrie, Gerard, Tom en Raymond top presteren en de ballen laten liggen. Dan kan het goud naar Nederland.

Riny Rutjens, tweespanrijder
Deze column verscheen vrijdag 26 augustus 2011 in De Paardenkrant

Lees ook