Ga naar hoofdinhoud

Laat je horen! Roer uw stem op de KWPN fokkerscafé’s

Opinie

Het KWPN gaat binnenkort met zijn achterban in discussie over het fokbeleid. Op dinsdag 8 januari in De Lichtmis (Zwolle), op dinsdag 15 januari in Zilfia’s Hoeve (Houten) en op dinsdag 22 januari in Het Lagerhuis (Mill) kunnen fokkers – telkens vanaf 19.30 uur – hun zegje doen over de belangrijkste taak van een stamboek: de selectie. Dat dit onderwerp sterk leeft, blijkt wel uit onderstaande aflevering van onze ingezonden brieven-rubriek ‘Laat je horen’. Joop Buikema doet een oproep aan alle fokkers om deze kans op koersverandering niet onbenut voorbij te laten gaan en bij één van de komende Fokkerscafé’s hun stem te roeren.

Het stuk van Dirk Willem Rosie onlangs op Horses.nl, genaamd ‘Grote Communicator’, was mij uit het hart gegrepen. Tijdens de eerste bezichtiging van de KWPN-hengstenkeuring werden bij de springpaarden voor het zoveelste achtereenvolgende jaar beslissingen genomen, die voor mij onbegrijpelijk waren. Voor mij persoonlijk hield dit in, dat mijn beide zonen van Cicero Z niet doorverwezen werden. En als een hengst niet eens de tweede bezichtiging haalt, is hij natuurlijk niet veel soeps. Althans in de ogen van deze jury en ik denk daar volstrekt anders over v.w.b mijn beide hengsten.

Geloofwaardigheid verloren

Gelukkig sta ik daarin niet alleen, want beide hengsten werden een paar weken later goedgekeurd bij het AES. De enige Cicero-zoon die bij het KWPN doorverwezen werd, legde eerst met de achterbenen de oxer plat en vervolgens met het voorbeen. Ik ben een springpaardenliefhebber en als een foutenmakend paard het ‘wint’ van foutloze paarden (want dat waren mijn beide hengsten, evenals op één na alle andere Cicero’s), dan verlies je in mijn optiek als jury je geloofwaardigheid.

Geen toelichting

Een verhelderende toelichting had misschien het verschil kunnen maken. Maar de toelichting door de heer Loeffen liet nogal wat te wensen over. Van m’n ene hengst werd driemaal gezegd dat de stokmaat 1.61 was en dat hij een bemerking op het fundament kreeg. Wat die bemerking dan wel inhield, werd er niet bij vermeld en dat is daarom een volstrekt raadsel. Niet alleen voor mij, ook voor de opfokker, de dierenarts en de hoefsmid. M’n andere hengst zou een ‘komisch voorbeen tijdens het springen’ hebben en omdat ik niet inzie wat er hilarisch aan was, plaats ik ter lering en vermaak daarom maar een foto van hem.

Foto: Melanie Brevink-van Dijk – Paardenkrant-Horses.nl

Daags na de afwijzing van mijn hengsten heb ik de jury een mail gestuurd, waarin ik op niet mis te verstane wijze mijn onvrede heb geuit over de gang van zaken. Daar is geen enkele reactie op gekomen – over communicatie gesproken.

Selectiesysteem functioneert niet en jury niet geschikt

Het is geen eenvoudige opgave om 2-jarige hengsten op hun merites te beoordelen, maar het huidige selectiesysteem van het KWPN functioneert niet en deze jury is in mijn ogen niet geschikt. De onvrede heerst bij velen. In de afgelopen weken beaamden mij dat onder meer zelfs voormalige Fokkercs van het Jaar. Eén daarvan registreert inmiddels geen paarden meer bij het KWPN, vanwege die onvrede. Maar ook in een veel breder verband blijken fokkers het helemaal niet eens te zijn met de keuzes van de hengstenkeuringscommissie. Want van de laatste handvol jaargangen dekte de helft van die hengsten minder dan 20 merries per jaar en circa 20% dekte zelfs geen 10 merries per jaar. Indachtig dat er ruim 5.000 springveulens per jaar geboren worden, is het duidelijk dat talrijke fokkers geen fiducie hebben in hetgeen wat uiteindelijk goed bevonden wordt in de ogen van deze commissie.

Stilstand is achteruitgang

Er komen te weinig springhengsten bovendrijven, die excelleren in voor springpaarden gewenste eigenschappen. Jaarlijks worden er veelal correcte hengsten goedgekeurd, die qua springkwaliteiten zich nauwelijks onderscheiden ten opzichte van hetgeen de fokkers zelf al thuis hebben staan. Daarmee help je de fokkerij niet vooruit, daarmee vermeerder je slechts op een gelijkblijvend niveau. En stilstand betekent achteruitgang en dat houdt in, dat het KWPN voorbijgestreefd wordt door andere stamboeken.

En daarvan blijken de gevolgen, want bij de rankings van HorseTelex speelt het KWPN allerminst een prominente rol. Bij de 130/135 paarden staat het KWPN weliswaar nog 3de, doch bij de 140/145 paarden 5de en bij de 150/160 paarden slechts 12de!

WK Lanaken

Tijdens het WK jonge paarden in Lanaken was het verschil t.o.v. jaren geleden erg groot, wat de vertegenwoordiging van het KWPN betreft. Terwijl het vroeger een KWPN-feestje was in de finales, met vele podiumplaatsen, was daar nu geen sprake van. Van de 135 finalisten waren er slechts 22 KWPN-ers. Dat is bizar weinig voor één van de grootste stamboeken ter wereld. En -let wel- de helft daarvan had een niet-KWPN hengst als vader, of als moedersvader, of soms zelfs beide. Dat geeft te denken! Want 11 ‘echte’ KWPN-ers op 135 finalisten is natuurlijk belachelijk weinig.

Simpelere en goedkopere systemen niet slechter

In de hengstencompetitie is het bepaald niet zo, dat alle KWPN-ers die driemaal bezichtigd zijn en vervolgens 50 dagen getest, hun broeders van andere stamboeken zoekrijden. En dus is het veel simpelere en goedkopere systeem van andere stamboeken niet per se slechter.

Samenstelling hengstenkeuringscommissie

Het is ook uitermate merkwaardig, hoe de hengstenkeuringscommissie wordt samengesteld. Het is kennelijk zo, dat de Ledenraad akkoord gaat met de voordracht van het Algemeen Bestuur, welke zich daarbij baseert op de profielschets en shortlist van de Fokkerijraad. Dat lijkt democratisch, maar dat is het allerminst. En het is vooral ook allesbehalve transparant. Het heeft er juist veel meer de schijn van dat er allerlei schimmige onderonsjes gespeeld worden.

Niets ten nadele van de leden van Ledenraad en Fokkerijraad, maar het is voor hen onmogelijk om aan de wensen van een achterban van duizenden gehoor te geven en dat te vertalen.

Arrogantie ten top

Maar waarom zou dat in dit tijdperk van internet nodig zijn? Bij dergelijke belangrijke beslissingen met verstrekkende gevolgen, zou elk van de 22.000 leden zich moeten mogen laten horen. Of mogen die 22.000 leden zich wel uitspreken bij de verkiezing van Paard van het Jaar, maar worden ze te onnozel geacht om hun mening te geven over de hengstenselectie, het verrichtingsonderzoek en de betreffende jury?

Ik kan me niet of nauwelijks aan de indruk onttrekken, dat men op bestuurlijk niveau bij het KWPN niet in de gaten heeft, dat de bestuurs- en commissieleden er zijn dankzij de leden en niet omgekeerd! Het is de arrogantie ten top te veronderstellen, dat een paar juryleden of bestuursleden dit stamboek het welverdiende aanzien geven, in plaats van de talrijke bloed, zweet, tranen en geld investerende fokkers.

Klanttevredenheidsonderzoek

Het wordt tijd dat het KWPN een klanttevredenheidsonderzoek doet, indien men de leden/klanten (tegelijkertijd hun werkgevers) respecteert. Drie simpele vragen, met ja of nee te beantwoorden, qua tevredenheid over hengstenselectiesysteem, jury en verrichtingsonderzoek. En volledig transparant. Dat wil zeggen niet nadien binnenskamers evalueren en naderhand met een uitkomst komen. Nee, de respondent dient meteen het resultaat van z’n stemgedrag te zien. En als dan blijkt dat de leden in hoge mate ontevreden zijn – en daar twijfel ik niet aan – dan moet er in een tweede fase een uitvoerig onderzoek worden gedaan naar de wensen van die leden/klanten, om te komen tot een systeem dat wel door een overgrote meerderheid gedragen wordt.

Laat uw stem horen!

Tot dat moment volg ik in de voetsporen van vele anderen en breng geen hengst meer voor bij het KWPN. Maar in tegenstelling tot menig andere, zal ik niet aflaten om van me te laten horen. Bij het KWPN rekent men er juist op, dat criticasters hun heil elders zoeken, zodat men ongestoord door kan gaan op de ingeslagen weg die uiteindelijk nergens toe leidt.

Ik roep dan ook een ieder op om zich te laten horen via het Fokkerscafé of anderszins, om een ommekeer teweeg te brengen.

Joop Buikema

 

17 reacties op “Laat je horen! Roer uw stem op de KWPN fokkerscafé’s

  • Dooren J

    Ach, meneer Buikema. ’t Is wat dat uw beide witte raven door die drie non-valeurs van het KWPN als dood ordinaire zwarte kraaien zijn ontmaskerd. (Eentje heb ik er trouwens gezien. Ik schreef toen voor mezelf op “croupje en gek halsje” en “rare voorbeentechniek”. Maar ja, ik ben ook niet wijs!) En als u het niet erg vindt, leg ik uw oproep/uitnodiging “om mijn stem te laten horen” naast me neer. Want wedden dat dat een litanie wordt van ernstig gefrustreerde lieden, zoals ik u ervaar, die niet bij machte blijken te zijn om een juryoordeel naderhand met passende distantie nog eens onder ogen te zien.
    Met vriendelijke groet,
    Hans Dooren

  • Beste meneer Dooren, ik vind het jammer dat u slechts focust op een onbelangrijk element: mijn hengsten. In tegenstelling tot wat u veronderstelt, heb ik het juryoordeel juist wél naderhand nog eens onder ogen gezien. En het dáárom elders laten toetsen.
    Ik heb er volkomen vrede mee, dat u het eens bent met de KWPN-jury. En ik neem aan dat u het niet erg vindt, dat ik mij beter kan vinden in het oordeel van de AES-jury. Maar het al dan niet goedkeuren van mijn hengsten is bijzaak.
    Hoofdzaak is, dat het KWPN-systeem m.i. op de schop moet. Dat geldt zowel voor de manier van aanwijzen van juryleden, als ook de invulling van het verrichtingsonderzoek. Omdat het huidige systeem tot resultaten leidt zoals ik beschreven heb. De KWPN-populatie heeft in potentie legio toppaarden, dus ook tophengsten. Maar ondanks dat die raven best opvallend wit zijn, zijn er aan de eindstreep teveel kraaien in allerlei grijstinten.

  • Sylvia Zandvliet

    Er zit wel een kern van waarheid in. In het verhaal van Dhr Buikema.
    Helaas heb je met de jury leden te maken en met een moment opname van je paard. Helaas word er niet “blind”gekeurd. Zodat je niet weet wie de eigenaar is en wat de afstamming is van het paard.
    Dat zou volgens mij een hoop schelen.!

  • jehannes Andela

    Je kunt het met Dhr. Buikema eens zijn of niet, er worden geen “echten”meer geselecteerd. Met echten bedoel ik een Hickstead of een okidoki en ja daar zal van alles aan mankeren. Volgens het KWPN doen de fokkers van alles verkeerd, dat roepen ze al jaren, maar de “de echten”zijn altijd nog toevalstreffers en vaak gefokt door “eigenwijze”fokkers. Of er aan een paard een KWPN label hangt is ook puur aan de fokker, vaak traditie, maar zelfs de topfokkers gaan als ze geen gelijk krijgen dan maar, naar voorheen het NRPS.
    Overigens is het wel zo dat je tegenwoordig zo op een onbeleerd paard kunt stappen en dat was 20 jr terug wel anders.

  • Greet Bergstra

    Het stamboek met een hengstenstapel met een hoge gemiddelde genetische aanleg voor sport zal het meest succesvol zijn.
    Nieuw te keuren hengsten dienen dan ook geselecteerd te worden uit de groep met een ver bovengemiddelde fokwaarde sport en zowel een vader als een moeder te hebben uit diezelfde groep.
    Predikaathengsten hebben een of meerdere generatie-intervallen een sportindex van ca. 140 en hoger gerealiseerd en daar is het streven op gericht.
    Cat. 34 Challenger Z heeft in Zindyloma ster (Chin Chin x Indorado) een moeder met een sportindex springen van 149 55% en zij behoort daarmee tot de ca. 2% KWPN-paarden die een dergelijke hoge fokwaarde realiseren.
    De vader Cicero Z van Paemel is niet KWPN goedgekeurd, maar heeft voldoende nakomelingen in de KWPN-database zodat van Challenger Z een VW spr. kan worden berekend van 153 34%.
    De 19-jarige Cicero Z heeft in Duitsland een FW springen van 140 70%.
    Hengsten met een dergelijke hoge VW zoals Challenger Z dienen zorgvuldig beoordeeld te worden en misschien wel altijd tot het verrichtingsonderzoek te worden toegelaten, mits exterieurtekortkomingen onoverkomelijk zijn, de getoonde verrichting in de kooi dramatisch is of dezelfde genetica al in ruime mate voorhanden is.
    Moeder Zindyloma heeft in haar genetisch profiel een aantal zorgelijke kenmerken, zoals een zeer sabelbenige stand van het achterbeen (91), een zeer weke kootstand (91) en een extreem toontredende stand (88).
    Aangezien andere stamboeken niet een gedetailleerd genetisch profiel kunnen presenteren zoals het KWPN, kan ook niet beoordeeld worden in hoeverre Cicero Z hierin versterkend of corrigerend kan optreden.
    Cat.nr. 33 Channing Z heeft in Evita-Grande een moeder, die met een fokwaarde springen van 116 33% het gemiddelde niveau van de populatie niet ontstijgt.
    Het fokkerscafé is een uitstekende gelegenheid om datgene uit te leggen waar het in de fokkerij omdraait: kennis van erfelijkheidsleer.
    Want er is helaas geen enkel stamboek dat deze primaire taak op zich neemt.

  • Joop Buikema

    Daar snijdt u een mooi thema aan; laten we dan inderdaad mijn hengsten maar als voorbeeld nemen. Channing heeft naar ik mij herinner een VW van 138 en dat is niet zo raar, als je bedenkt dat zijn overgrootmoeder een 100% volbloedmerrie was en hij dus daarom weinig indexwaarde van de moederlijn meekrijgt.
    Zindyloma moge een extreem toontredende stand hebben van 88, maar dat is beduidend beter dan haar gerenommeerde vader Chin Chin (81) vererfde. Sabelbenig achterbeen en kootstand exact hetzelfde als haar vader gemiddeld genomen vererfde. Ter vergelijking voer ik nog de toontredende stand van diens zoon Zapatero aan (74 en kootstand 87). Als 88 in hoge mate bezwaarlijk is qua vererving, dan hoeven we niet te discussiëren over 74.
    Ik zal de door u genoemde bemerkingen niet bagatelliseren en evenmin een rits hengsten opsommen, waarop ook het nodige aan te merken valt qua exterieurvererving.

    Het interessante aan uw uiteenzetting vind ik de afweging tussen correctheid en verwachting qua springen. Zindyloma scoorde voor de springonderdelen de zeer hoge waardes 91-90-89-89-93-88-87-89 en u geeft zelf aan, dat zij tot de 2% hoogst geïndexeerde KWPN-paarden behoort.
    Cicero Z staat op de Dynamic Ranking Class B van HorseTelex op een 3de plaats, juist achter Berlin en Verdi. Laat Challenger een merkwaardige voorbeentechniek hebben getoond. Met een zodanige vader en een moeder die voor de voorbeentechniek 89 scoorde, zou ik die niet meteen afschrijven. Er is nog vanaf de 1ste bezichtiging een hele lange weg te gaan, waarin dat voorbeen verbetert – of niet.

    Meer in algemene zin heb ik een uitgesproken voorkeur voor aparte springpaarden uit een bewezen bloedlijn en met een zeer hoge VW, ook als daar het één ander qua exterieur op aan te merken valt. Die bemerkingen kunnen nadrukkelijk in het rapport worden vermeld, zodat ik als fokker de afweging kan maken t.a.v. mijn betreffende merrie.
    Maar als de correctheid zodanig zwaar weegt, dat de fokker niet eens de kans geboden wordt om een dergelijke hengst te gebruiken bij een passende merrie, gaat mij dat veel te ver. En dat was wat ik aangaf: we houden veelal correcte hengsten over, maar te weinig excellent springende hengsten.

  • Joke Wams

    Na verloop van tijd zal toch het aantal podiumplaatsen gaan tonen wat het beste beleid was .

  • Karel de Lange

    @Greet Bregstra Uw quote: “Want er is helaas geen enkel stamboek dat deze primaire taak op zich neemt.” Met zulke uitspraken doet u voorkomen alsof u op de hoogte bent van de voorlichtingsprogramma’s van alle stamboeken. Dat ben u dus niet en daarmee maakt u zich tegelijkertijd ongeloofwaardig.
    Dat wil niet zeggen dat ik uw streven niet onderschrijf want als er iets niets met fokkerij -en erfelijkheidsleer van doen heeft zijn dat de bijkans onnozele fokadviezen die bij de goedgekeurde KWPN-hengsten worden verstrekt en die, naar ik begrepen heb, door Wim Versteeg worden geschreven.

  • Greet Bergstra

    Karel de Lange: Gaarne ontvang ik van U de namen van de stamboeken, die op hun website de principes van de erfelijkheidsleer uiteenzetten.

  • Karel de Lange

    @ Greet Bergstra. Het EASP doet dit niet alleen op de website. http://www.easpstamboek.nl/fokkerij-artikelen/
    Voor de leden worden op basis van “Die Genenforschung” (1907) van Prof. Dr. Axel de Chapeaurouge (Hamburg) pedigree-analyses gemaakt om de fenotypische en genotypische sterke en minder sterke punten van de merrie te herleiden met als doel bij de partnerkeuze de functioneel sterke punten te verstevigen en de minder sterke punten te elimineren.

  • Joop Buikema

    @ Joke Wams: Mee eens. En alhoewel een sporthengst nog geen fokhengst is, waren de resultaten in de finale van het WK v.w.b. de goedgekeurde hengsten als volgt.
    Bij de 7-jarigen hadden zich 2 KWPN hengsten gekwalificeerd en 5 hengsten van andere stamboeken. Daarvan 4 Z-hengsten.
    Bij de 6-jarigen hadden zich 2 hengsten gekwalificeerd. Daarvan geen KWPN-hengsten.
    Bij de 5-jarigen hadden zich 10 hengsten gekwalificeerd. Daarvan geen KWPN-hengsten. Weliswaar waren daar 2 hengsten bij die bij geboorte opgenomen waren in het KWPN-stamboek, maar de ene hengst was gekeurd bij Z en de andere bij het AES.

  • Greet Bergstra

    Joop Buikema:
    De genetische waarde van een hengst of het gemiddelde prestatieniveau binnen een stamboek kan niet worden afgelezen aan een eenmalige prestatie op een WK.
    Dat is te onbetrouwbaar. Nu wordt de hoogste jaarlijkse sportstand van een hengst en zijn familieleden in zijn genetisch profiel verwerkt. De informatie kan aan betrouwbaarheid winnen als iedere plaatsing op iedere gelopen wedstrijd in een jaar wordt verwerkt.
    Of de winst voldoende groot is om de daarmee gepaarde investeringen aan personeels- en automatiseringskosten te rechtvaardigen kan ik niet beoordelen. Dat is een taak voor Wageningen Universiteit.
    De eigen prestatie moet niet overschat worden, maar altijd bekeken worden in relatie tot het pedigree. Liever een door blessures uitgeschakelde genetisch zeer hoogwaardige hengst in de fokkerij, dan een Olympische hengst met zwakke schakels in het pedigree.
    In dat kader vind ik persoonlijk dat de Volbloed Flotow xx niets toevoegt aan het pedigree van uw hengst cat.nr. 33 Channing Z. Er zijn van de in 1970 geboren Flotow 5 nakomelingen in de discipline springen gestart, waarvan 1 in klasse S. Van hem is in Duitsland geen fokwaarde springen berekend. Nu we kunnen selecteren uit jonge hengsten met 3 tot 4 generaties sterk verervende hengsten in het pedigree zijn we naar mijn mening de fase van onzekere elementen voorbij.
    Zoals ik al eerder aangaf zal het stamboek met een hengstenstapel met een hoge gemiddelde genetische aanleg voor sport het meest succesvol zijn. We kunnen dat beoordelen voor door het KWPN, door een Duits stamboek of door het SF goedgekeurde hengsten. NRPS, BWP, SBS, Zangersheide, AES etc. beschikken niet over een genetisch profiel voor hun hengsten.
    Karel de Lange:
    Ook op de website van het EASP-stamboek heb geen informatie kunnen vinden over erfelijkheidsleer.
    In 1907 waren de huidige fokdoelen nog niet gedefiniëerd en pas in 1953 ontdekten James D.Watson en Francis Crick het concept dat de dubbele helix in het chromosoom is opgebouwd uit baseparen A, T. C en G. De ontwikkelingen zijn daarna in sneltempo gegaan: zie tv-programma DWDD University De toekomst met Robbert Dijkgraaf en andere genetici. (9 jan. 21.25uur NPO1). Overigens jammer dat de EASP-leden niet zelf op de website kunnen bekijken hoe zij op basis van ”Die Genenforschung” van Prof. Dr. Axel de Chapeaurouge selecties kunnen toepassen.
    Fokkers moeten tenminste weten wie van de ouderdieren het geslacht van het veulen bepaald en hoe dat werkt. Wie van de ouderdieren verantwoordelijk is voor een tweeling en waarom ? Dat na de samensmelting van zaad- en eicel bepaald is welke aanleg voor welke eigenschappen het veulen zal hebben en dat deze onveranderlijk zijn en dus niet met het aantal predicaten verandert. Dat er een verschil is tussen wat je ziet (fenotype) en wat de erfelijke aanleg is (genotype). Dat beide ouderdieren in gelijke mate hun aanleg voor eigenschappen vererven. Dat het heterosis-effect de produktie/prestatie sterk kan beïnvloeden maar een grote spreiding van de aanleg van eigenschappen geeft en dat niet de eigenschap wordt vererfd maar de aanleg tot de eigenschap etc. Elementaire erfelijkheidsleer !
    Hoever is men met het ontrafelen van het genoom van het paard ? Bij mensen is het volledige genoom bekend en weten we dat b.v. de aanleg voor obesitas op chromosoom 2 zit en de aanleg voor epilepsie op chromosoom 8. Stieren worden uitsluitend na DNA-onderzoek (genomic selection) ingezet en koekalfjes met een lage fokwaarde worden niet meer opgefokt. De agrarische sector zou zonder onderzoek en fokwaarden onze bevolking en een deel van de wereldbevolking niet kunnen voeden.
    Welke instituten houden zich bezig met deze materie voorwat betreft de paarden en hoever zijn ze; dat zou ik van mijn stamboek of een hippisch vakblad graag willen weten.
    Kortom, ik hoopte dat u internationaal dusdanig breed georiënteerd zou zijn dat u mij de namen van stamboeken of instituten kon geven die uitleg geven over moderne populatiegenetica en de huidige stand van zaken m.b.t. het genoom-onderzoek bij het paard.

  • Joop Buikema

    @ Greet Bergstra. Vanzelfsprekend zegt een WK voor jonge paarden niets over de verervingskracht. De oudste nakomelingen van een 7-jarige hengst zijn dan immers 4 jaar oud. Maar als je jonge hengsten qua eigen verrichting wilt vergelijken, is het WK een nuttig evenement.
    Al even vanzelfsprekend draagt de in 1970 geboren Flotow weinig zinvols bij aan de hedendaagse springpaardenpopulatie. Dat geldt overigens voor meer dan 100 volbloedhengsten die toegelaten zijn voor de warmbloedfokkerij in Nederland en daarbuiten.
    In dit specifieke geval werd Flotow gebruikt op een volbloedmerrie uit een toonaangevende volbloedlijn, 14-f. Uiteraard niet met het oog op de springsport, doch op de rensport. De bewuste merrie was zeer nauw verwant aan 5 volbloedhengsten, die toentertijd goedgekeurd werden voor o.a. Holstein, Hannover en Oldenburg. In die tijd zag men elders kennelijk iets positiefs in deze volbloedlijn – en juist deze tak – t.a.v. de warmbloedfokkerij
    De merrie die uit deze aanparing ontsproot werd gedekt door Grannus. Deze Grannus-merrie heeft Nation Cups en GP’s gelopen en na die carrière heb ik haar ingezet voor de fokkerij, vanwege haar instelling en karakter. De volle zuster van deze Grannus-merrie is overigens grootmoeder van een voor Westf, Old en OS gekeurde hengst. Blijkbaar zagen deze drie Duitse stamboeken die (citaat) “beschikken over een genetisch profiel voor hun hengsten” iets zinvols in deze lijn, in tegenstelling tot u persoonlijk. Hoe dan ook: de korte moederlijn kan veel beter, maar ook veel minder.

    In dit kader ben ik zeer geïnteresseerd in uw mening over de door een lid van het Algemeen Bestuur ingezonden hengst, met de ongewenste/ondermaatse verwachtingswaarde van 113. Een achtereenvolgende opeenstapeling van hengsten met een index van resp. 136, 70(!), 110 en 102 uit een moederlijn waar in 4 generaties welgeteld eenmaal een 1.35 paard ontsproten is. Als we – ik citeer u opnieuw- “kunnen selecteren uit hengsten met 3 tot 4 generaties sterk verervende hengsten in de pedigree”, wordt hiermee een nogal verwarrend signaal afgegeven, naar mijn persoonlijke mening. En dat de hengstenkeuringscommissie in al haar wijsheid heeft besloten om de hengst door te verwijzen naar de 2de bezichtiging, is op z’n zachtst gezegd een onnavolgbare beslissing.

  • Greet Bergstra

    Joop Buikema:
    Dank voor uw uitleg over de moederlijn van Evita-Grande. Ik begrijp uw motivatie om deze merrie in te zetten voor de fokkerij. Dat Duitsland en Frankrijk beschikken over fokwaarden wil nog niet zeggen, dat de dames en heren leden van H.K.-cie’s deze gebruiken ! Binnen de agrarische sector is bij ons in de paardensector de foktechnische- en financiële kapitaalsvernietiging het grootst en dat is in die landen niet anders.
    Er zijn sinds het midden van de vorige eeuw in ons land zelfs meer dan 120 Volbloedhengsten ingezet, waarvan er maar één in staat is gebleken nakomelingen te geven, die ook springaanleg vererfden en dat is Courville xx.
    Sinds 1986 worden er binnen het KWPN fokwaarden berekend allereerst volgens het vadermodel en sinds 1994 volgens het diermodel. Al meer dan 20 jaar worden er jaarlijks hengsten het traject hengstenkeuring-verrichtingsonderzoek ingestuurd en vervolgens op de fokkerij losgelaten die geen of onvoldoende bijdragen leveren aan de vooruitgang en zo draagt ook de H.K.-cie structureel bij aan de kapitaalsvernietiging.
    Voor Den Bosch zijn 19 hengsten aangewezen met een moeder die voor springen een fokwaarde heeft die de 120 niet ontstijgt; 13 hengsten hebben vaders die een gemiddelde of net bovengemiddelde fokwaarde hebben en 6 hengsten hebben een lage of net bovengemiddelde binnen-of buitenlands berekende stamboomindex.
    Totaal 38 hengsten, die naar mijn mening onvoldoende perspectief bieden om de fokkerij van springpaarden naar een gemiddeld hoger niveau te tillen.
    Ik heb de eigenaren niet geïnventariseerd, maar er zijn zullen ongetwijfeld meerdere hengsten bij zijn van (voormalig) AB-leden of andere KWPN-functionarissen. En ik ben het met U eens dat op de selectie van die categorie hengsten niets op aan te merken moet zijn. Maar zolang het AB de opdracht aan de HK-cie voor de aanwijzing naar de 2e bezichtiging niet duidelijk begrenst zal dit blijven voortduren. Immers, voor zover ik weet -alhoewel niet op de KWPN-website vermeld- is nu afstamming geen beletsel voor doorverwijzing.
    Aan het geven van valse hoop aan eigenaren en eventuele kopers en het doen van onnodige investeringen van alle betrokken dient naar mijn mening snel een einde te komen. Fokkerscafé’s is een mooi initiatief voor de saamhorigheid, maar met de daaruit voortvloeiende voorstellen wordt de vooruitgang niet geboekt.
    Om de tafel met foktechnici van Wageningen Universiteit zal een veel effectiever rendement opleveren.

  • Adri Zekveld

    Greet Bergstra en Joop Buikema, met genoegen lees ik jullie bijdragen aan deze discussie. Helder, doelgericht, wars van sentiment en zakelijk. In de rundveefokkerij werkt selectie op basis van diermodel, dus fokwaarden en sinds een decennium ook door middel van genoomselectie waarschijnlijk beter dan bij paarden. Het fokdoel is beter te duiden, een kortere generatie interval waardoor sneller kan worden bijgesteld als dat nodig is en vooral vanwege de grotere aantallen en dus een veel hogere betrouwbaarheid van die fokwaarden. Dat was ook mijn ervaring in de rundveefokkerij. Met fokkerij van paarden ligt het nog niet zo simpel. Gewoon omdat in mijn ogen zeer belangrijke kenmerken niet geïndexeerd zijn. En ook moeilijk in cijfertjes zijn te vatten. Instelling, gezondheid, uithoudingsvermogen, karakter, om er een paar te benoemen. Het antwoord zou kunnen zijn: die kenmerken worden automatisch meegewogen in een sportindex. Een paard dat niet wil of kan, zal nooit een hoge fokwaarde realiseren. Nu de praktijk. Stel dat een fokker aan de hand van de indexen selecteert, dan zou hij in de dressuurfokkerij in 2005 gekozen hebben voor de top 9 van de hengsten met een fokwaarde-betrouwbaarheid van boven de 60% Dat waren resp. El Corona, Vincent, Cocktail, Facet, Montecristo, Darwin, Contango, Cabochon en Democraat. De fokwaarden zaten tussen de 190 en 176. Neem je toch je petje voor af!. Of de fokker kon ook kiezen uit een jongere generatie, met een betrouwbaarheid tussen 30 en 60% . Die top 5 is Rubiquil (fokwaarde dress. 220!!!), OO Seven, Ro-Lex, Erik en Kroonjuweel. Met de kennis van nu mag ik wel zeggen, die beste fokker was niet veel verder gekomen. Dat is echt schrikken!! Echte stempelhengsten ontbreken. Cocktail is van belang geweest als vader van Jazz maar heeft verder weinig blijvends gebracht. Kijken we wat lager op de lijsten dan komen we de echte stempelhengsten tegen . Ferro met een fokwaarde van 155, Negro 141, dat ging dan nog wel maar Krack C, met een fokwaarde van 126! Je moet wel echt lef hebben gehad om die hengst toen in te zetten.
    Is het rekenmodel daarna aangepast, verder verfijnd? De hengsten die nu bovenaan prijken, staan die er over 13 jaar net zo beroerd voor of hebben die hun status waar kunnen maken? Als fokker moet je blijkbaar toch nog een zesde zintuig bezitten om je lange termijn keuzes te maken om je fokdoel te verwezenlijken. Of toch gewoon een paar eerdere zintuigen gebruiken, zelf kijken en luisteren? Verder wil ik nog twee dingen benadrukken dat in de eerste bezichtiging de afstamming géén rol mag/hoort te spelen. Dat is de opdracht aan de hengstenkeuringscommissie. Waarom krijgt de eigenaar na de verrichtingen in de kooi, van zowel de merrie- als de hengstenkeuring, niet het lineaire scoringsformulier uitgereikt? Bij de merries was dit voorheen wel het geval en dat was voor mij een heel belangrijke informatiebron voor de hengstenkeuze. Aangevuld met de belangrijkste bevindingen van de jury in de kooi. Het zou veel vragen kunnen voorkomen.

  • Greet Bergstra

    Adri Zekveld:
    Dank je wel voor het compliment. Ik heb even overwogen om uitgebreid op je reactie in te gaan inzake de lage dressuur index van Krack C. Ik heb daar wel een mening over en misschien een afdoende verklaring er van uitgaande dat in de berekening geen fouten zijn gemaakt. Ik neem aan dat de fokkerijraad hier ook toezicht op houdt en zo nodig vragen stelt. Niet alleen kunnen we binnen 14 dagen de nieuwe uitdraai verwachten, anderzijds ben ik ook bezig om via een eigen website deze fokkerij-vragen aan de orde te stellen. Dat vraagt behoorlijk wat tijd aan voorbereiding. Alsdan ga ik graag weer met je in discussie.

  • Joop Buikema

    Dat is fijn om te vernemen @Adri Zekveld. Ik weet uit vroegere ervaring dat Greet Bergstra zeer goed ingevoerd is in de index-materie en was daarom ook in afwachting van haar reactie. Nu een uitvoerige respons nog even op zich laat wachten, geef ik alvast mijn zienswijze.
    Ik ben onvoldoende bekend met de dressuurverervers en het verloop van de indexering in de afgelopen 13 jaar, maar in het algemeen geldt dit: bij de jonge hengsten wordt de verwachtingswaarde nog relatief sterk bepaald door (naast uiteraard afstammingsgegevens) de eigen prestatie – bij gebrek aan informatie van hun nakomelingen, want die zijn er niet, cq. hebben nog geen sportprestatie. Voor de jonge hengsten is er dikwijls ook nauwelijks meer voorhanden dan het verrichtingsrapport en indien dat wat te hoog gepunt is, beïnvloedt dat de verwachtingswaarde naar boven. Soms (te) sterk. En omgekeerd geldt hetzelfde.
    Daarnaast is de hoge verwachtingswaarde van een jonge hengst een indexcijfer t.o.v. het gemiddelde van de populatie. Wanneer een hengst later een lagere index krijgt, wil dat niet per se zeggen dat hij door het ijs gezakt is. Als het gemiddelde kwaliteitsniveau van de populatie stijgt (en dat proberen we met elkaar te verwezenlijken, zeker in een tijdsbestek van 13 jaar), komt die gemiddelde waarde dichter bij die betreffende hengst te liggen. Die hengst zakt dus niet, maar de populatie stijgt.

    Maar inderdaad is en blijft het aan te bevelen om – zeker bij jonge hengsten met een lage betrouwbaarheid – de eigen zintuigen, kijken en luisteren, fokkersfingerspitzengefühl en gezond verstand minstens een zo grote waarde toe te kennen als sec het indexcijfer.

    Voor de opvatting om in de eerste bezichtiging de afstamming niet mee te laten spelen valt wat te zeggen. En ook iets in te brengen. Tijdens de napraat bij het fokkerscafé werden diverse suggesties gedaan. Bijvoorbeeld zoals hierboven aangevoerd door Sylvia Zandvliet, om zonder catalogus te keuren. En in het verlengde daarvan werd geopperd om gebruik te maken van een vast team van neutrale voorbrengers en medewerkers in de kooi, zoals bij sommige stamboeken in Duitsland gebeurt. Ook werd door sommigen gepleit voor het herinvoeren van een afzonderlijke selectiejury en verrichtingsjury. Kortom, nogal wat suggesties die de objectiviteit ten goede zouden kunnen komen. Met uiteraard voor- en tegenstanders.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Lees ook