Ploegmakkers

Op 13 september 2009 werd het gras van Spruce Meadows hem te veel. De verraderlijke ondergrond veroorzaakte in de landenwedstrijd van Calgary een zware peesblessure. Anders was Blauwendraad’s O’Brien met Angelique Hoorn misschien ook wel negentien jaar oud geworden in de Grand Prix-springsport. Net als Sterrehof’s Opium, die op diezelfde dag een tandje bijzette en samen met Walnut de Muze en Okidoki de zware Canadese landenwedstrijd toch nog won. Aanstaande zondag neemt de grote Opium afscheid van de sport. En O’Brien, Opiums jarenlange ploegmakker (tot op de Olympische Spelen van Hong Kong), draait nu zijn rondjes in de B met de drie jaar jongere Gitte Bogerd, dochter van O’Briens fokkers en eigenaren.


O’Brien en Opium zijn even oud, streden samen op het allerhoogste niveau in het team van Rob Ehrens, zijn allebei als dekhengst goedgekeurd. Oh ja, en dan is er nóg een overeenkomst: ze dekken nauwelijks merries. Dat moet u zich eens voorstellen: je springt jaar na jaar de zwaarste parcoursen, vertegenwoordigt het land op alle grote kampioenschappen, je wint Grote Prijzen… En geen merrie die naar je omkijkt. Dat moet je eens aan een prestatiefokker in de renwereld proberen uit te leggen.

Ooit schreef ik op deze plaats: alle merries onder Kigali (voormalig wereldkampioen jonge springpaarden en Grand Prix-dressuur met meerdere amazones). Maar bij gebrek aan merries verdween de hengst naar Frankrijk. Dat gebeurt gelukkig niet met de oude ploegmakkers Opium en O’Brien. Dus u kunt zich zo pal voor het dekseizoen nog bedenken.

Een glansrol heeft de hengstenkeuringscommissie van het KWPN ten aanzien van deze twee eerbiedwaardige hengsten niet gespeeld. Opium werd vanwege het exterieur van zijn veulens op wacht gezet. Toen de eerste jaargang drie was, bleef het sein op rood staan. Kort na het behalen van de zesde plaats op de Olympische Spelen van Hong Kong keurde het KWPN de hengst schielijk weer goed. O’Brien kwam met zijn Goudsmid-moeder pas voor erkenning in aanmerking nadat het NRPS hem had goedgekeurd.

Tja, dan komt nu de bottom line: hoeveel merries heb ik zelf ooit bij deze tophengsten gebracht? Het antwoord (nul) noopt tot zelfonderzoek. Waarom zijn hengsten met een Belgische achternaam of een Holsteins stamnummer sexier om bij te dekken dan die trouwe KWPN-er met z’n gouden karakter of die Westfaler met z’n gekke bokkensprongen? Ik houd mij aanbevolen voor alle suggesties en ideeën om ervoor te zorgen dat er de komende jaren toch nog een genetische erfenis ontstaat van deze twee trouwe steunpilaren van het Nederlandse team.

Dirk Willem Rosie, hoofdredacteur (d.rosie@eisma.nl)
Deze column verscheen woensdag 28 januari 2015 in De Paardenkrant.

Reageer
Discussie zien we graag op Horses, maar wel met respect voor elkaar. Wij vragen daarom om onder volledige naam te reageren. Reacties zonder naamsvermelding kunnen zonder opgave van reden worden verwijderd. Om de toegankelijkheid en leesbaarheid van de discussie te bevorderen geldt een maximale reactielengte van 250 woorden. Lees hier alle voorwaarden.
4 reacties op Ploegmakkers
  1. 1

    Ik heb jaren terug aan obrien gedacht en nakomelingen bekeken zijn vrij wel wat laat bloeiers en pony achtige types met vaak een strakke rug en een iets weke kootstand en qua gangenwerk zie ik toch graag een wat sterkbewegende hengst die dit door vererft. Ik denk dat obrien gewoon een uniekem is en een zeer goed springpaard maar geen vaderpaard voor mijn nakomelingen.

  2. 2

    Beste DWR,

    Beide behoren al jarenlang tot mijn favoriete hengsten. Dus kom met een merrie en we praten verder;-))

  3. 3

    Om te beginnen zouden beide hengsten gerust wat meer mogen dekken van mij! Aan de andere kant heb ik ook wel begrip voor de fokkers, ik vind O’brien een geweldig springpaard maar hij mocht misschien wat meer vader dier zijn… En in Nederland op die bloed merrie’s hou je dan misschien geen paard meer over. Ik denk dat O’brien Misschien bruikbaarder is in Holstein of bij het BWP om wat meer bloed en gif toe te voegen. Voor Opium zijn er twee kleine minpuntjes die mij ervan weerhouden hem te gebruiken, punt 1 het is nogal oud bloed, punt twee zijn naslaan boven de hindernissen en zijn bokkensprongen erna… maar goed eigenlijk weegt dat niet op tegen zijn pluspunten! En wat ik zijn grootste pluspunt vindt is dat hij tot op negentien jarige leeftijd een 1.50 m proef weet te winnen!!! En dat is iets waar in mijn ogen veel te weinig rekening mee word gehouden in de fokkerij! Zo vind ik bijvoorbeeld Priamus van Vincent Voorn ook een hengst die om die reden gerust meer zou mogen dekken… Ook de hengst Chatman die ook nog altijd sport, nu met junior Gil Thomas wordt nauwelijks gebruikt en zo zijn er ongetwijfeld nog wel een paar! Maar goed ik heb het warm water ook niet uitgevonden, maar ik ben ervan overtuigd dat je door hengsten te gebruiken die tot op hoge leeftijd in de sport lopen, je op hardheid en gezondheid niet zult inboeten!

  4. 4

    Opium leek mij jaren geleden ook wel wat, maar toen ik las dat de eigenaren alleen ‘de betere merries’ toe wilden staan door hem bevrucht te worden, was ik direkt klaar.