De rechtbank in Arnhem heeft paardenminnend Nederland weer opgeschrikt met een vonnis over de zaak die was aangespannen door een bekende trainingsstal tegen de eigenaar van het paard.Het volgende was aan de hand: de partijen waren overeengekomen dat de eigenaar het paard zou laten trainen en uitbrengen in de dressuursport door de trainingsstal. Omdat de trainingsstal belang had bij sportief succes, zijn er gereduceerde trainingskosten overeengekomen. De basiskosten zijn hierbij vastgesteld op 1.500 euro per maand, bij verkoop zou de trainingsstal tien procent van het verkoopbedrag ontvangen. De eigenaar betaalde een vergoeding van 815 euro per maand. Het paard stond iets meer dan een jaar bij de trainingsstal, waarna de eigenaar het paard ophaalde en onderbracht bij een andere stal.
De trainingsstal vorderde bijna 50.000 euro schadevergoeding, alsmede het recht op tien procent van een mogelijke verkoopprijs. De rechtbank wees de vordering toe, omdat de eigenaar in beginsel de overeenkomst voor bepaalde tijd niet kon opzeggen. Bij uitleg van een overeenkomst zijn telkens alle omstandigheden van betekenis gewaardeerd naar hetgeen de maatstaven van redelijkheid en billijkheid meebrengen.
In deze zaak over Voice liet de rechtbank de uitleg van de overeenkomst in het voordeel van de trainingsstal vallen. In een recente zaak over de hengst Future oordeelde de rechtbank in Amsterdam dat er sprake was van een bruikleenovereenkomst en dat deze overeenkomst tegen een opzegtermijn beëindigd kon worden. In een zaak over een A-kaderpaard heeft de rechtbank Assen de amazone veroordeeld om het stamboekpapier aan de eigenaar af te geven, maar de eigenaar moest wel toestaan dat de amazone de training hervatte.
In oktober 2002 oordeelde de rechtbank in Den Bosch dat dekhengst en Grand Prix-paard Ferro weer terug moest naar de amazone, omdat de eigenaren niet konden bewijzen dat het paard niet goed genoeg meer is voor de topsport. Europees kampioen Parzival maakte ook onderdeel uit van een geschil tussen de eigenaar en de amazone, wat uiteindelijk is opgelost door een sponsorconstructie.
Zo zijn er nog tal van voorbeelden waaruit blijkt dat eigenaren en trainers behoorlijk met elkaar overhoop kunnen liggen en blijken de absolute eigendomsrechten van een paardeneigenaar toch minder absoluut dan verwacht mag worden. Bij het sluiten van een overeenkomst (ook mondeling) met een trainer kan de eigenaar er dus niet zonder meer vanuit gaan dat deze overeenkomst op elk moment weer opgezegd kan worden. Ook niet onder betaling van een schadevergoeding. Het onderbrengen van een paard bij een trainer is in juridisch opzicht dan ook een vrij riskante operatie. Daarentegen kunnen deze risico’s behoorlijk worden ingeperkt indien partijen zorgdragen voor een deugdelijk contract. En daar schort het in paardenland heel vaak aan.
Stephan Wensing, advocaat
Deze column verscheen vrijdag 9 december 2011 in De Paardenkrant