Ga naar hoofdinhoud

Aanleuning gaat verder dan het bit

Madeleine CalkoenAls de ledenraad van de KNHS het bitloze dressuurrijden op wedstrijden in januari goedkeurt, wordt bitloos wedstrijdrijden toegestaan met aparte protocollen, aparte winstpunten en speciaal bijgeschoolde juryleden. Dit alles omdat het woord ‘aanleuning’ niet gebruikt mag worden voor het bitloos dressuurrijden.

Iedereen gebruikt het begrip aanleuning, al wordt het op veel verschillende manieren uitgelegd.Het begrip bestaat alleen maar in Nederland en Duitsland en wordt internationaal omschreven als contact, namelijk het contact tussen ruiterhand en paardenmond.

Skala der Ausbildung
In Nederland en Duitsland wordt dressuur gereden volgens het ‘Skala der Ausbildung’. Generaal Von Redwitz en kolonel Hans von Heydebreck formuleerden deze richtlijn in 1912 als dienstvoorschrift voor het leger. Von Heydebreck verzorgde samen met kolonel Felix Bückner de twee herzieningen, die werden gepubliceerd in 1927 en 1935. Deze laatste edities zijn sindsdien heilig verklaard.

Na de Tweede Wereldoorlog publiceerde de Duitse FN de ‘Richtlinien für Reiten und Fahren’, gebaseerd op dit oude voorschrift, inclusief het africhtingscala (Skala der Ausbildung). Deze richtlijnen omvatten de volgorde van de rijtechnische ontwikkeling van het paard, en daarnaast de op- en afbouw van een training of trainingssessie. Aan de orde komen takt, losgelatenheid, aanleuning, impuls, rechtrichten en verzameling.

Aanleuning
Over aanleuning staat er: “Aanleuning als gevolg van losgelatenheid is de zachte verbinding tussen ruiterhand en paardenmond.” Ofwel: aanleuning bestaat als het paard in zijn losgelatenheid de aanleuning op het bit zoekt en daarmee aan de hand van de ruiter komt: het paard zoekt de aanleuning, de ruiter staat toe. Zo geeft het paard de ruiter de mogelijkheid gang, tempo, houding, bewegingsrichting enzovoort vast te stellen en te regelen.

Het door de nek komen (het paard komt aan de teugel wat leidt tot een verdere halswelving en afbuigen in de nek) is de volgende ontwikkelingsfase in de aanleuning als volgend en bijkomend verschijnsel van de doelmatige dressuurarbeid. Daarbij is aanleuning afhankelijk van leeftijd, africhtingstadium, exterieur, gang en tempo (verruiming/verlenging van het frame) en de mate van verzameling.

Deze juiste aanleuning geeft het paard het nodige vertrouwen zijn natuurlijke evenwicht onder de ruiter terug te vinden en in takt de balans in de verschillende gangen te behouden.

Bit
Heel duidelijk staat in de richtlijn het woord bit in combinatie met aanleuning. Is aanleuning daarom bit-afhankelijk? Hoe letterlijk dienen we de richtlijnen van het Skala te nemen?

Dressuurruiters kunnen je vertellen dat aanleuning niet alleen bestaat uit het contact met het bit en de mond, maar dat aanleuning wordt ervaren in het totale paardenlijf, van achteren naar voren en vice versa. In dit loslaten en ontspannen of het contact zoeken van de ruiterhand spelen meer zaken mee dan alleen het bit. De tong moet ontspannen zijn, net als de gehele hoofd-/hals-/lichaamshouding. Aanleuning en nageven zijn kreten die vaak door elkaar gebruikt worden. Nageven is een puur Nederlands woord en staat niet in het Skala, waarin wel sprake is van Beizäumung, dat “in de hand gesteld”, of “aan de teugel” betekent.

De FEI baseert zich ook duidelijk op dit Skala der Ausbildung en stelt: “Bij al het werk, met inbegrip van het halthouden, moet het paard ‘in de hand gesteld’ zijn. Men zegt dat een paard ‘in de hand gesteld is’, wanneer het bij juist geplaatste spronggewrichten met meer of minder opgeheven hals, verband houdend met de snelheid van de gang, met een stil hoofd en een vriendelijke mond, geen enkele weerstand biedt aan zijn ruiter. De houding van het paard, wanneer het ‘in de hand gesteld’ is, hangt af van zijn bouw, en graad van africhting.”

Zonder bit
Valt aanleuning niet te realiseren zonder een bit? Moeten we het Skala als een vast omschreven canon beschouwen, dat ooit zo is vastgesteld en naar de letter gebruikt moet worden? Of gebruiken we het Skala als de bedoelde richtlijn, zodat je meer in de geest dan in de letter je training met je paard opbouwt?

Als we kijken naar het plaatje dat wij van het paard willen zien in de dressuur, is het van ondergeschikt belang of dit gerealiseerd wordt met of zonder bit, met of zonder zadel, met of zonder hoofdstel.

Happy Athlete
Met bit of zonder: we zoeken allemaal de happy athlete: het ontspannen paard dat onder ons kan aantreden door de juiste spieraanspanning.

Volgens mij verdwijnt de controverse ‘er is geen aanleuning mogelijk zonder bit’ in de praktijk de komende jaren vanzelf, zolang we in staat zijn naar de ‘geest’ te handelen in plaats van naar de ‘letter’. Aanleuning gaat verder dan het bit.

Madeleine Calkoen is bestuurslid van de Nederlandse Vereniging Bitloos Paardrijden.
Deze opinie verscheen vrijdag 11 december in De Paardenkrant.

3 reacties op “Aanleuning gaat verder dan het bit

  • Lies Beuker

    Jaren lang heb ik met bit en bitloos gereden. In mijn optiek is bit en bitloos het vergelijken van appels met peren.
    Vaak zie ik ook dat de ‘doelgroepen’ heel verschillend zijn in hun opvattingen en . . . doel.

    En er zal hier weer waarschijnlijk – ik hoop het niet- een eindeloze discussie komen tussen voor en tegen. Die discussie heeft op alle forums al gestaan, en is echt zinloos.

    Persoonlijk kan ik de aanleunig, die een paard neemt op het bit, niet vergelijken met het gevoel dat ik op een bitloze optoming krijg.

  • Steef Geelen

    In mijn lessen kom ik soms ruiters tegen die steeds weer het paard loslaten op het moment dat het paard duidelijk verbinding zoekt met de hand.
    Omdat ik dat niet duidelijk kon maken heb ik me verlaagd tot een noodgreep. Ik geef het eerlijk toe. Ik sprak de ruiter aan met de volgende tekst: Jij houdt niet van je paard!. Daar werd met een zekere onsteltenis door ruiter en omstanders op gereageerd. Toen wist ik dat ik de aandacht had. En ik begon uit te leggen wat ik bedoel. Het meest kwetsbare onderdeel van een paard is zijn hoofd en hals. Roofdieren zullen mikken op de hals of de neus van het paard om het zodoende naar de grond te werken en als maaltijd te laten dienen. Dat weet het paard ook want die zal ten alle tijde wanneer het aangevallen wordt zijn kont toe draaien om een ferme trap uit te kunnen delen en het vege lijf te redden.

    Wanneer nu dat paard uit eigenbeweging zijn hoofd en hals in jouw handen legt moet je dat zien als een van de mooiste cadeau’s die je kunt krijgen. Hij geeft zijn meest kwetsbare onderdelen van zijn lichaam aan jou in je hand. Wanneer je bereid bent omdat cadeau te ontvangen zal het paard die zachte verbinding met jou blijven onderhouden. ( Biomechanisch moet dan wel aan een aantal voorwaarden blijven worden voldaan maar dat terzijde)
    Diezelfde aanleuning, niet te verwarren met steunen, geeft je tegelijkertijd een heleboel informatie over het paard. de mate van ontspanning rechtgericht zijn, verzameling en oprichting geeft het paard je door aan de hand van zijn aanleuning. Wanneer we in staat zijn om dat te ontvangen en tegelijkertijd te interpreteren zien we ook dat die doelstelling met een halsring of een touwtje zijn te bereiken.

    Daarom begrijp ik niets van het verschil met bit of bitloos rijden. Bij mij lest alles door elkaar.

    een andere door mij wel gebezigde kreet is dat het enige jammere aan een paard is dat het een hals en een hoofd heeft. Paardrijden gaat niet over de stand van hoofd en hals maar over hoe het lichaam zich moet verhouden ten opzichte van zijn veranderde evenwicht. Wanneer die oplossing aan het paard geboden wordt zal de stand van het hoofd en de hals vanzelf komen. en niet omdat we daar aan de voorkant iets mee doen met bit of neusriem.

    Vriendelijke groet,

    Steef Geelen

  • Meta

    Beste mevrouw Madeleine.

    Ik geloof dat Uw standpunt juist is!

    Een goed ,met liefde ,geduld ,moed en vertrouwen en kennis opgeleid paard kan bitloos bereden worden met äanleuning”.

    Een met het bitoptoming opgeleid paard kan met hierboven omschreven positieve gedragseigenschappen “gereprogrammeerd’ worden.

    U praat over de rijKUNST en dat is een competentie waarin heel veel ruiters niet vaardig zijn en zich nooit eigen zullen kunnen maken.

    Het bit wordt vooralsnog vaak gebruikt als rem en stuurstang!
    De sporen en de zweep dienen dan voor de aansporing,waardoor het paard niet anders kan dan in een opgerolde houding gaan lopen,ze ontwijken daarbij de druk van het bit en komen menigmaal in protest met het lichaam,wat het beeld op z’n zachts gezegd niet ontspannen over doet komen.

    Er is wel contact,maar dat is gebaseerd op geweld en van mooi verzameld en ontspannen rijdende combinatie is geen sprake.

    Menig ruiter kampt met dit probleem.

    De meeste ruiters hebben dan ook geen flauwe notie over hoeveel kilo’s druk ze op de zachte lagen en de tong + mondhoeken uitoefenen.

    Ook bij bitloze optomingen heb ik paarden in verzet gezien,de optomingen zijn zeker niet allemaal vriendelijk in het gebruik zonder verstand!

    Ook ik was zo’n ruiter met rijtechnische problemen…vluchtgedrag …te harde handen …geen souplesse….maar wie verteld je dat ?

    Natuurlijk doet het paard dat met zijn gedrag,maar waarom begrijp je dat niet gelijk?

    Waarom leren welopgeleidde instructeurs je de verkeerde paardonvriendelijke handelingen?

    gelukkig kwam op mijn lange zoektocht naar de juiste oplossing voor mijn rijtechnische probleem
    enkele jaren geleden alweer DE GEWELDIGE OMMEZWAAI!

    Het rechtrichten volgens de Antoine de Bodt-methode!(rechtpaard.nl)

    Ik begrijp werkelijk waar niet,waarom hier binnen de gelederen van de ORUN ,DEURNE etc niet meer aandacht aan besteed en uitgedragen wordt…onbegrijpelijk!!!

    Het is een aloude klassieke methode die bv zeer liefdevol en met uiterst intelligente kennis omtrent het zo edele paardenlichaam in onder andere het boek “Das Gymnasium des Pferdes-Steinbrecht omschreven wordt.

    Paardrijden is een KUNST,daar moet men zich in verdiepen,je moet het verdienen …neem die kans,het paard zal je nederig belonen…zowel met als zonder bit!

    Ik probeer me altijd te realiseren dat het paard nergens om gevraagd heeft,het leeft in een gedomestiseerde situatie,het is pure coulance en onderdanigheid dat het dier ons deze geweldige ervaring geeft.

    En dat ie dan misschien heel veel geld heeft gekost en duur is in het onderhoud en daarom gewoon maar ff moet presteren…das een mensenkwestie!

    [email protected] 😉

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Lees ook