Ga naar hoofdinhoud

‘Samen verder richting de medailles’

Ben HorsmansHet NK endurance was afgelopen weekend tijdens de Fasna Trail in Ermelo. Vanuit het buitenland waren positieve geluiden over de wedstrijd. Dit is een goede ontwikkeling. Ik pleit ervoor dat het EK in de toekomst in Ermelo wordt georganiseerd. Toch vind ik het jammer dat deze tak van de paardensport in Nederland nog erg is ondergewaardeerd. Dat hebben de ruiters niet verdiend.

Spring- en dressuurruiters hebben vaak wat te klagen over de bodem op een wedstrijdterrein. En dat terwijl ze amper vijf minuten in de baan zijn. Enduranceruiters krijgen met alle bodemomstandigheden te maken. Op het hoogste niveau trekken ze twaalf uur lang over asfalt, mul zand en ongelijke bodems. Als organisatie van een 160 kilometerrit kun je weinig aan een bodem doen. Dat is gewoon niet haalbaar. In september is het EK in het Franse Florac. Hier moeten de ruiters van 200 meter hoogte, naar 1.600 meter klimmen. Toch hoor je onder de enduranceruiters nooit iemand klagen.

Wat bezielt een enduranceruiter toch? Om naar Abu Dhabi of Mongolië te reizen voor een rit. Dikwijls zijn ze voor een internationale wedstrijd twaalf uur met de trailer op pad, voordat ze überhaupt op het wedstrijdterrein arriveren. Ik zie het men in andere disciplines nog niet doen. Het verbaast mij dat er vanuit andere takken van de paardensport zo weinig waardering is voor de enduranceruiters. ‘Ze hangen maar een beetje op hun paard’, hoor je in het veld. Maar ga maar eens 160 kilometer op je paard zitten. De ruiters proberen hun paard zoveel mogelijk te ontzien en hem zo comfortabel mogelijk te laten lopen. De kritiek is ook niet terecht. Want als er mensen zijn die wat van paarden weten, dan zijn het de enduranceruiters wel! Ik wil zeker niet klagen, maar als ergens het dierenwelzijn voorop staat, dan is het in de endurancesport. Paarden komen dagelijks buiten en voeding, beweging en gezondheid worden nauwkeurig gecontroleerd. Dit gaat allemaal heel professioneel. Zo gebruikt iedereen een hartslagmeter. In de endurance kun je gewoon niet zonder. Voor elke tien kilometer moet je een uur trainen. Een paard dat aan een rit van 160 kilometer deelneemt, wordt wekelijks minimaal zestien uur per week getraind. En dat terwijl in Nederland niemand van de sport kan leven en het dus allemaal maar ‘amateurs’ zijn.

Het is jammer dat er in de endurancesport zo weinig aan pr wordt gedaan, want het zijn leuke en spannende wedstrijden. Via GPS-systemen kun je exact volgen waar de ruiters zijn. Vergelijk het met een Tour de France. Endurance is de snelst groeiende discipline van de FEI. Hier moet de KNHS op inspelen. In het verleden is er vanuit de KNHS weinig ondersteuning geweest. Dit is verbeterd, maar er kan nog meer worden gedaan voor de sport.

Wil je in de vierspan- of dressuursport goed meekomen, dan moet je zelf veel geld investeren. In de endurance ben je minder gebonden aan geld en kun je door eigen inspanning ver komen. Toch zijn de Nederlandse enduranceruiters ook afhankelijk van geld en paarden. Waarom worden er geen initiatieven opzet, zoals het Springpaarden Fonds Nederland? Ik denk dat het absoluut haalbaar is om de juiste paarden aan de juiste ruiters te koppelen. Janet Lam is zo’n voorbeeld. Zij was afgelopen weekend derde op de 120 kilometer met een volbloed, die in het verleden op de baan heeft gelopen. Zij is ook aan dit paard gekoppeld. We moeten fokkers enthousiast zien te krijgen voor de sport, want jonge en enthousiaste ruiters zijn er genoeg. Er is een youngsterclub, die het goed doet. De KNHS investeert via het Rabobank Talenten Plan in spring-, dressuur- en eventingruiters. Maar waarom kan er geen talententeam voor enduranceruiters worden opgezet? Waarom wordt er alleen in de Olympische takken geïnvesteerd?

In de dressuur ben je afhankelijk van de punten van de jury. In het springen valt de balk wel of niet. In de endurancesport kun je zelf veel meer voorbereiden en trainen. Toch zijn er veel zaken die nog professioneler kunnen. We zijn twaalf uur met een rit van 160 kilometer bezig. In die twaalf uur moet winst te boeken zijn. Ik wil graag een soort denktank opzetten, met mensen die willen meedenken over de verbetering van de sport. Bijvoorbeeld op het gebied van training, koeling en begeleiding. Ik zoek enthousiaste medestrijders die zich willen inzetten voor de sport. Het vertrouwen bij mij is er wel, maar we moeten samen verder richting de medailles.

Drs. Ben Horsmans uit Selfkant-Isenbruch (Duitsland) is een erkend Nederlandse paardenarts. Vanaf 1992 was hij als dierenarts betrokken bij verschillende Nederlandse teams (eventing/landelijke ruiters/pony’s). Van 2005 to 2010 was hij samen met Tjeerd Velstra verantwoordelijk voor de twee en -vierspannen. Sinds meerdere jaren begeleidt hij het Nederlandse enduranceteam in binnen- en buitenland.
Deze opinie verscheen woensdag 8 juni 2011 in De Paardenkrant

6 reacties op “‘Samen verder richting de medailles’

  • Klaus

    Misschien een promotie stand plaatsen op evenementen zoals de paarden vierdaagse in Epe ?

    Deze deelnemers vinden het zo wie zo als leuk om langere buitenritten te maken hebben misschien behoefte aan een grote uitdaging of meer competie.

  • Karin

    Waar trainen de Nederlandse enduranceruiters eigenlijk? Zoveel langeafstandsruiterpaden hebben we in Nederland nou ook weer niet. En niet iedereen woont op de Veluwe of in de Achterhoek (of wil daar wonen).
    Als men wil dat deze sport in Nederland meer beoefend wordt en populairder wordt, zou men m.i. eerst moeten zorgen dat er overal in Nederland meer ruiterpaden komen, die goed op elkaar aansluiten zodat je inderdaad 120 of 160 kilometer aan één stuk kunt rijden.

  • ben mulder

    IK denk dat het niet gaat omdat de sport onbekend is,maar wie wil 160km op zijn paard zitten.Dan wil ik aan Ben Horsmans geen kritiek te uiten op de dressurruiters en springruiters.Ieder is vrij te beoefenen wat hij wil.En niet zo negatief,alsof de paarden bij deze ruiters niet getraind worden..Ik denk dat je als dierenarts hier niet op moet ingaan,met deze uitspraken te doen.

  • Babette

    @ Karin: In Den Haag heb je super ruiterpaden: Madestein, berenstein, heel rond kijkduin. Ja een beetje effort is misschien nodig om er te komen maar in NL kun je prachtig rijden. Mijn paard en ik rijden door heel Nederland en sinds ik voor endurance train ben ik erachter hoe mooi ons landje eigenlijk is.

  • to finish is to win

    @ Ben, Ben Horsmans heeft zeker niet de bedoeling om andere takken van ruitersport af te kammen, maar hij geeft aan dat het eeuwige geklaag over een slechte bodem en daardoor weinig punten soms wat overdreven overkomt.
    Als endurance ruiter ben ik al tegen veel opmerkingen aangelopen al zou het maar een buitenritje zijn er is gewoon geen kennis maar wel meningen over endurance rijden en dat verwoord Ben prima.
    Het is een zeer intensieve sport en je moet heel goed weten wat je doet. Er is een levendig e mail verkeer tussen ruiters onderling om kennis te vergroten, jaloezie ben ik nog niet tegen gekomen.
    Paarden zijn sterk in de benen en doen waar ze goed in zijn wat ze heel houd(lopen)

    @Karin, dat is de lol van endurance rijden en trainen, je komt overal en vind het niet erg om eerst van de Randstad naar bv Utrechtse heuvelrug te rijden, je bent tenslotte ook uren aan het rijden (niet 1 uurtje, daar zadel ik niet voor). Je bent gewoon de hele dag met je paard bezig, echt bezig, ik kan alleen maar zeggen, kom allemaal eens kijken, groomen of vrijwilligen, proef de sfeer (altijd goed) . Iedereen is genegen je uitleg te geven en je te helpen bij bv groomtaken.
    Endurance is genieten van paard en natuur pur sang.

  • santo

    Ben het helemaal eens met de reactie van To finish is to win.
    Goede naam trouwens, is ook precies het idee bij endurance, het uitrijden is belangrijker dan het winnen. bovendien staat de gezondheid van het paard voorop, wat ook te zien is bij de vele veterinaire keuringen die er zijn.

    Ik sta zelf op een stal waar fanatiek dressuur gereden wordt, eerst vonden ze het allemaal inderdaad maar wat raar dat ik endurance reed, so wie so wisten ze niet wat het was. De meeste beginnen nu te begrijpen wat ik doe en sommige lijkt het ook een mooie sport om te beoefenen.
    ik kan van stal (nog!) niet weg rijden, er zijn wel plannen om bij ons een mooi ruiterpadnetwerk neer te leggen, en voor de rest train ik meestal op de Utrechtse heuvelrug, gelijk goed door de kleine heuveltjes die daar zijn.

Reacties zijn uitgeschakeld.

Lees ook