Ga naar hoofdinhoud

Ehrens luidt de noodklok in De Telegraaf: ‘te weinig goede toppaarden’

Rob Ehrens uit zijn zorgen vandaag in De Telegraaf. De springbondscoach meent dat Nederland te weinig goede springpaarden heeft om het grote aantal vijfsterrenwedstrijden te kunnen bijbenen. "We hebben met een ware schaarste te maken", zegt Ehrens in de krant. "Door de enorme kwantiteit van vijfsterren concoursen momenteel is de sport een soort industrie geworden. We hebben alleen lang niet zoveel toppaarden voor het hoogste niveau beschikbaar."

Volgens Ehrens nemen ruiters door het grote aantal wedstrijden geen tijd meer voor rustperiodes en wordt er pas pauze gehouden als een paard geblesseerd is. Daarnaast maakt hij zich zorgen over nieuwe aanwas: veel paarden vertrekken vroegtijdig uit Nederland. “Wij beschikken over een grote groep hele goede ruiters. Ze hebben alleen te weinig te rijden.” Hij rekent de FEI het probleem aan: “De FEI laat toe dat de agenda helemaal volgeboekt wordt met lucratieve evenementen. […] Ik ben samen met andere chefs d’équipe druk bezig om aan de bel te trekken.”

Lees het hele artikel via Blendle.com of de website van De Telegraaf

Bron: De Telegraaf

4 reacties op “Ehrens luidt de noodklok in De Telegraaf: ‘te weinig goede toppaarden’

  • Heidi

    Ik geloof niet dat het probleem bij de FEI ligt. Onze KNHS doet dat zelf ook, en er komen paarden genoeg op de wedstrijden.
    Het is inderdaad een industrie geworden. Helaas zijn wij de verkopers, en zijn er in andere landen wél investeerders. Er kan geen schuld gegeven worden aan de FEI. Er lopen namelijk meer als genoeg KWPN-ers mee, alleen niet onder Nederlandse ruiters/amazones.

  • Marcel Dufour

    Járen en járen geleden hebben we dat al voorspeld.
    Dit is een logisch gevolg van het wegvallen van een goed nationaal circuit ten gunste van internationale wedstrijden.
    Concours organisaties zijn concoursen gaan zien als een lucratieve manier om de kas te spekken terwijl het zo zou moeten zijn dat een concours net uit de kosten komt.

    Dat het tegenwoordig bijna onmogelijk is voor ruiters die aan de deur kloppen om punten te halen in het 1.50 is een teken aan de wand en behoeft correctie.

    Voorheen had je de Dunhill Trophy, een competitie van 1.50 parcoursen waarvan de finale in Jumping Amsterdam was.

    Tegenwoordig is een eigenaar bijna gedwongen een paard dat 1.50 kan lopen te verkopen daar er maar weinig mogelijkheden zijn om ook daadwerkelijk aan 1.50 wedstrijden deel te nemen.

    De geest is uit de fles gelaten met de organisatie van csi1 en csi2 wedstrijden.
    Daardoor is het nationale circuit de nek omgedraaid en daar zijn we nu de prijs voor aan het betalen.

    Zo snel mogelijk een mooi nationaal 1.50 circuit opzetten zou een goed begin zijn.

  • paulien zonhoven

    Tijdens Jumping Amsterdam was op zaterdagavond de 1.50 rubriek.
    Daarin zag je ruiters met paarden starten die nog door moeten ontwikkelen en aan dit niveau moeten wennen. Ze mochten fouten maken.
    Hun toppaarden reden ze op zondag in de wereldbeker.
    Wij hebben in Nederland een mooi systeem van B t/m 145 en dan ….. leegte.
    Wil je als ruiter en paard verder ontwikkelen in het 150 dan moet je gaan reizen en naar de internationale wedstrijden en dat kost veel, heel veel geld.
    Hoeveel eigenaren zullen het hun jonge talentvolle ruiter gunnen om dit leerproces in te gaan?
    Bovendien is men dikwijls van mening dat een paard in waarde daalt als hij te vaak fouten maakt in een rubriek.
    En om voor sponsoring in aanmerking te komen heb je ook eerst resultaten nodig.
    Dus we zitten in een cirkel die moeilijk te doorbreken is.
    En voor ruiters, paarden en eigenaren zitten we op een doodlopend spoor.
    Er zijn te weinig betaalbare doorgroei mogelijkheden zowel voor ruiters als paarden.
    De concoursen zijn commerciële organisaties geworden waardoor je dikwijls alleen mee kunt doen als je een tafeltje koopt.
    De KNHS zou een aanzet kunnen geven door te eisen dat er een minimum aantal nationale ruiters moet kunnen starten.
    Je zou ook op een concours een nationaal 150 kunnen organiseren, ook op de grote concoursen.
    Zo goed als we andere takken binnen de KNHS op een hoger plan hebben gekregen, zou dat ook moeten kunnen met het springen. ’t Is een keuzekwestie.
    Heel goed dat Rob Ehrens aan de bel trekt, maar de bel moet niet alleen luiden bij de FEI maar ook bij de KNHS en de commerciële wedstrijdorganisaties.

  • Harrie

    Er zijn ook te weinig tennissers die het Nadal en Djokovic moeilijk kunnen maken, of mensen die Rico Verhoeven KO krijgen. Gewoon statistische logica met de normaalverdeling..

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Lees ook