Ga naar hoofdinhoud

Paardenvoeding is sterk aan trends onderhevig

Annette van Weezel ErrensEr lijkt sprake te zijn van een nieuwe trend in paardenland. Een paard mag geen suiker meer en melasse is al helemaal uit den boze.

Paardenvoeding is sterk aan trends onderhevig. Jaren geleden was de trend eiwitarm voeren. Deze trend was niet onderbouwd en zelfs ten nadele van het paard. Eiwitten kregen de schuld van dikke benen, bulten over het hele lichaam en waren zelfs de oorzaak van hoefbevangenheid.

Wat blijkt? Geregeld komt het voor dat paarden een tekort hebben aan essentiële aminozuren. Eiwitten zijn opgebouwd uit verschillende aminozuren: essentiële en niet-essentiële. Essentiële aminozuren moet het paard via het voer binnen krijgen en zijn nodig voor vele enzymfuncties en de opbouw van (spier)cellen. Een paard met een tekort aan essentiële aminozuren kan problemen krijgen met de weerstand en is vaak arm in de bespiering.

Suikerhysterie
De voeding van het paard is onder te verdelen in vijf categorieën: vezels, eiwitten, vetten en olie, koolhydraten en vitaminen en mineralen. Al deze onderdelen heeft het paard nodig om het lichaam gezond te houden en arbeid te kunnen leveren. Onder koolhydraten vallen ruwe celstof (vezels) en verteerbare koolhydraten. En onder de verteerbare koolhydraten vallen suiker en zetmeel. Zetmeel is opgebouwd uit suikermoleculen die door de verteringsenzymen in de darm tot suiker worden afgebroken. Paardenbrokken bevatten gemiddeld 25 tot 45 procent zetmeel. Dat is 250 tot 450 gram suiker per kilo paardenbrok.

Melasse is een bijproduct uit de suikerindustrie en bevat ongeveer vijftig procent suiker. In paardenbrokken zit maximaal zes procent melasse. Dit komt neer op dertig gram suiker in één kilo paardenbrok. Gras bevat meer suiker: tussen de acht en veertien procent. Dit komt neer op tachtig tot honderdveertig gram suiker per kilo. Van gras eet een paard doorgaans veel meer dan van paardenbrok. Hetzelfde geldt voor de diverse andere ruwvoeders, zoals acht tot vijftien procent suiker in hooi en zeven tot veertien procent in voordroog. De hoeveelheid suiker dat een paard vanuit melasse binnenkrijgt, is ten opzichte van de totale hoeveelheid suiker die het paard eet dus verwaarloosbaar.

Suiker en zetmeel

Paarden hebben in de blinde en dikke darm miljarden bacteriën. Deze bacteriën leven in evenwicht met elkaar en leven van de voedingstoffen die het paard niet heeft kunnen opnemen in de maag en dunne darm. In een gezonde toestand zijn dit de stoffen die niet verteerbaar zijn door de verteringsenzymen van het paard zelf, bijvoorbeeld vezels (ruwe celstof) en eiwitten. Deze vertering door bacteriën wordt fermentatie genoemd en levert op zijn beurt weer allemaal gunstige voedingstoffen voor het paard op.

Als teveel verteerbare koolhydraten de blinde en dikke darm bereiken en ter beschikking komen voor bacteriële fermentatie, wordt de bacteriebalans verstoord en nemen verkeerde bacteriën de overhand. Deze produceren schadelijke stoffen en verstoren zodoende de gehele stofwisseling. Bovendien wordt de darmwand geprikkeld dat weer tot ontstekingsreacties kan leiden met gas- en krampkoliek als gevolg. Maar ook allerlei vage subklinische verschijnselen en gedragsveranderingen kunnen hiervan het resultaat zijn.

Snelle koolhydraten, suikers en/of zetmeel, kunnen zeer snel worden afgebroken en opgenomen. Met als gevolg een hoge bloedsuikerspiegel na de maaltijd. Die bloedsuikers worden onder invloed van insuline opgeslagen in de spier- en vetcellen van het paard en komen weer vrij tijdens beweging. Maar hoe noodzakelijk zijn die snelle koolhydraten? De meeste paarden krijgen veel meer energie binnen dan dat ze nodig hebben. Zo heeft een paard dat een uur lichte arbeid verricht geen scheppen krachtvoer nodig. Onder een uur lichte arbeid wordt verstaan een half uur stap, 25 minuten draven en een paar minuten galop (tot M-niveau) en dat elke dag. Als een paard zeven uur graast op een gemiddelde wei, dan krijgt het hierdoor voldoende energie binnen. Extra koolhydraten bijvoeren met granen of paardenbrok resulteert dan in te dikke paarden met een verhoogd risico op insulineresistentie en hoefbevangenheid.

Suikerhysterie terecht?
Koolhydraten zitten in het paardenvoer, daar is geen ontkomen aan en zijn noodzakelijk voor het paard om te blijven functioneren. Paarden kunnen met koolhydraten overweg, hoewel het zaak is niet te grote porties tegelijk te voeren en in verhouding met de hoeveelheid beweging die het paard krijgt.

Vergelijk het met chips en koekjes, allemaal extra energie die in de regel niet nodig is, maar wel lekker. En de commercie vaart er wel bij. Paardenbrokken zijn tegenwoordig melassevrij en ook de eerste varianten ‘light voer’ zijn al op de markt. Lekker ‘light’ met minimaal 25 procent zetmeel en ruim een kilo suiker per dag uit het ruwvoer! Als we nou echt goed willen voeren, laten we ons dan eens druk gaan maken om voldoende energiearm en vezelrijk ruwvoer, want dat is waar onze paarden echt behoefte aan hebben. En melasse, dat is een druppel op de gloeiende plaat…

Drs. Annette van Weezel Errens haalde haar Masterdiploma in diergeneeskunde aan de veterinaire faculteit van de Universiteit Utrecht in 2004.
Deze opinie verscheen woensdag 28 september 2011 in De Paardenkrant.

Topics van dit bericht

Selecteer een topic en vind alle berichten over dit onderwerp onder "Mijn nieuws".
Lees meer over topics .

6 reacties op “Paardenvoeding is sterk aan trends onderhevig

  • monique

    sinds wanneer is ruwvoer niet vezelrijk?
    En vergeet niet dat al het zetmeel omgezet wordt in suikers in het lichaam.

  • jan jonas

    Beste annette, goed dat jij met dit artikel de stok in het hoender hok gooit. Het is weer z’n mode verschijnsel die insulineresistentie die na verloop van tijd weer verdwijnt om plaats te maken voor iets anders. De grondslag bij dit soort verschijnsels is, dat men het niet weet. Soms hebben mensen die dat uitdragen niet voldoende kennis van paarden.

  • Ilse

    Hartelijk dank voor de duidelijke omschrijving van de hoeveelheid suiker in de brokjes. U heeft me behoed voor het maken van een denkfout: brokjes=melasse.

  • Annette van Weezel Errens

    Vers gras is over het algemeen vezelarm en daarom minder geschikt als ruwvoer voor het paard. Voor een uitgebreide uitleg hierover kan gekeken worden op de website van de Voerpunt http://www.voerpunt.nl/.

  • Meta

    @ Anette
    Ik dacht dat gras (ook jong) juist wel vezelrijk was (is)
    Koeien bv pakken het gras met de tong,slikken het door en gaan later herkauwen om het vervolgens via 4 magen verder te transporteren/verteren…bovendien zijn ze 24/7 aan “de dunne” 😉

  • Gerrit van Ham

    Erkennen en uitspreken dat er zorgvuldig met suikers om moet worden gegaan is broodnodig!

    O.a. darmproblemen, zomereczeem en afwijkend gedrag, zoals een ‘heet’ paard, kunnen positief veranderen als de paardenwereld maar wil accepteren dat de bewezen negatieve invloeden van gras en kuilgras de gezondheid van de paarden ernstig beïnvloed. Gras bevat, behalve veel suikers ook andere negatieve bestanddelen die normaliter in de natuur gecompenseerd worden doordat het paard zelf de juiste voeding kiest. Wij zullen moeten zorgen dat het natuurlijk proces zo dicht mogelijk benaderd wordt.

    Na 20 jaar onderzoek en ontwikkeling heb ik o.a. een ruwvoer ontwikkeld wat voldoet aan de eisen om zelfs paarden, die dit gebruiken èn op internationaal topniveau lopen, goed te kunnen laten presteren zònder dat zij het ‘bekende’ krachtvoer nodig hebben. De enige aanvulling, indien nodig, bestaat uit ong. 1 kg Vita Plus (zie website).
    Meer informatie zie http://www.hamcoholland.nl of tel. 06-53933666 Gerrit van Ham

Reacties zijn uitgeschakeld.

Lees ook