“In eerste instantie doen mensen een beetje lacherig. ‘Gaan we terug in de tijd?’, horen we nog al eens”, aldus instructeur kapitein der mariniers Steven Baan. Eerder, tijdens de missie in de het Afghaanse Kunduz, werkten de Nederlandse mariniers al met ezels. “Toen zijn we er achter gekomen dat je dat goed en structureel moet aanpakken. Je moet echt wat van die beesten weten om er mee te kunnen werken. Als je bij een onwillig dier bijvoorbeeld gaat duwen, werkt dat alleen maar averechts.”
De mariniers krijgen deze week een stoomcursus dierverzorging van instructeurs en dierenartsen van Defensie. Ze leren eerst basiszaken als voeding en verzorging. Daarna leren ze ook het werken en omgaan met de dieren. “Dus wat eten deze dieren en hoe herken je wanneer ze moeten eten of drinken. En hoe verzorg je de vacht en hoeven. Vervolgens leren we ze hoe je ze moet zadelen en hoe je vervolgens op een goede manier lading aanbrengt”, aldus Baan. Bij het aanbrengen van de lading draait het vooral om het vinden van balans. “Je kunt je voorstellen dat het niet lekker loopt voor de dieren, als de ene kant veel zwaarder is als de andere kant.”
Defensie gaat geen dieren aanschaffen. Baan: “We willen juist lokale dieren, zoals nu de vijf paarden van de plaatselijke manege. Die zijn aangepast aan de plaatselijke (klimaats)omstandigheden en voeding. De lessen zijn er daarom ook op gericht om met uiteenlopende lastdieren te kunnen werken. Van paarden, ezels en muilezels tot bij wijze van spreken kamelen.” De training van de mariniers is nu nog een pilot, maar het is de bedoeling dat deze kennis weer een structureel onderdeel wordt van het opleidingsprogramma.
Bron: Horses / Defensie
