Dertien van de 45 combinaties kwamen terug in de barrage. Als tweede starter nam Vale het op tegen iconen als Mclain Ward, Ian Millar en Candice King. Hij zette de tijd op scherp en weerhield zijn collega-ruiters van de winst. “Als we het hout boven laten, hebben we eigenlijk altijd wel een goede kans. Quidam’s Good Luck springt redelijk apart, hij slaat zijn achterbenen uit boven de sprong en zwaait tegelijkertijd met z’n staart”, vertelt Vale over de negenjarige ruin.
Mclain Ward zadelde HH Ashley (v. Acorado I). Met de geroutineerde en ongecompliceerde merrie werd hij in de eerste week van het winterfestival al derde in de Grand Prix, nu mocht hij als tweede aansluiten.
Ian Miller nam met Balou du Rouet-zoon Baranus, voorheen succesvol onder Eric van der Vleuten, het derde lint in ontvangst. Hij werd tevens zesde met zijn Olympische KWPN’er Starpower (v. Quick Star).
1. Aaron Vale met Quidam’s Good Luck (v. Quidam’s Rubin); 0-0/38.320
2. Mclain Ward met HH Ashley (v. Acorado I); 0-0/39.886
3. Ian Millar met Baranus (v. Balou du Rouet) ; 0-0/40.289
4. Jared Petersen met Titus (v. Colman); 0-0/41.369
5. Juan Pablo Betancourt met Troya Retiro (v. Rockefeller Z); 0/0-42.349
6. Ian Millar met Starpower (v. Quick Star); 0/0-47.789
Bron: USEF

