“In de Special moeten de paarden er iets meer aan trekken en dat deed hij ook. Ik kon mooi terug en naar voren in de passage. Alleen, na dat lange stuk in draf en passage had ik wel het gevoel dat ‘ie een beetje leegliep. Dan moet je er in galop wel aan blijven rijden. Zo ontstonden denk ik die kleine foutjes in de wisselseries. Maar ja, hij is zes maanden bezig, dat paard, dus wat willen we nou eigenlijk?”
Eén tik meer
En wat krijgen we over zes maanden te zien? “Dat stappen, dat kan echt beter. Als hij zich op het voorterrein ontspant, stapt hij al goed. En als hij in piaffe nog één tik meer gaat zitten en nog één tik meer afdruk krijgt in zijn passagewerk, dan gaat het een heel eind de goede kant op.”
Eremetaal ver weg
Zo jong als Diederik was, hij won toch al medailles in het Nederlandse team. Maar nu lijkt eremetaal weer heel ver weg. Gaan we het ooit weer beleven dat Nederland op het podium komt?
Klein kikkerlandje
“Het is nooit anders geweest dan dat je afhankelijk bent van een paar paarden. Toen we Totilas en Parzival hadden, riep iedereen dat Nederland het beste land van de wereld was. Je moet breder kijken. Duitsland heeft tien keer zoveel paarden, wij moeten het allemaal uit ons kleine kikkerlandje halen.”
Reëel naar kijken
“Je moet er reëel naar kijken. Er zijn tijden dat de jonge paarden klaar gemaakt moeten worden en dat je het even met de oude garde moet doen.”
Bron: Paardenkrant-Horses.nl

