Matty Marissink noemt het karakter ook als belangrijkste aandachtspunt. “Het gemiddelde Nederlandse paard is scherper en meer ‘spooky’ dan een gemiddeld Duits paard. We hebben hier heel veel kwaliteit, heel veel beweging. Bepaalde verervers die dat duidelijk meegaven, zoals Jazz en Ferro, brachten niet altijd de makkelijkste karakters met zich mee. Omdat deze hengsten zo duidelijk zijn verankerd in de fokkerij, zit dat scherpe karakter er ook een in. Ik denk dat we in Nederland niet bang moeten zijn om iets in te leveren op beweging om het karakter wat te verbeteren.”
Tim Coomans: ‘Op duurzaamheid blijven letten’
Tim Coomans vindt het achterbeen, het ruggebruik, maar vooral ook de duurzaamheid aandachtspunten in de Nederlandse fokkerij. “Er zijn veel paarden die wel heel veel talent hebben, maar het niet volhouden tot de Grand Prix. Al weet ik niet of dat alleen maar een fokkerijprobleem is, die duurzaamheid. Het heeft ook een beetje met cultuur te maken: we leven in een snelle tijd en willen zo snel mogelijk resultaten. Ook met dressuurpaarden, die moeten op jonge leeftijd al vlammen. Dat terwijl het hoogtepunt van een dressuurpaard moet liggen tussen de negen en de zestien jaar. Dat is de termijn, waar het écht moet gebeuren. Het gebeurt veel dat een paard voor die tijd al opgevlamd is.”
Eugène Reesink: ‘We zijn nu wereldkampioen in eigen land’
“De laatste tien tot vijftien jaar zijn er ongewenste dingen in de Nederlandse dressuurpaardenfokkerij geslopen en dat ziet binnen het KWPN niet iedereen. We hebben een hele goede tijd gehad met de Nederlandse dressuurpaardenfokkerij, we stonden aan de top. Dat was het resultaat van de fokkerij zo’n 20 a 25 jaar geleden. Maar nu worden we ingehaald. Als je dan nog steeds blijft vinden dat de KWPN-paarden de beste zijn, is dat dodelijk. We zijn nu Wereldkampioen in eigen land.”
“We kunnen hier doorgaan met het verheerlijken van bepaalde verervers, maar we moeten ook de minpunten van deze steunpilaren blijven zien. Ik zie Jazz heel graag in een paard: hij brengt een modern paard, hij brengt houding en hij heeft daarmee de KWPN-fokkerij ver vooruit geholpen. Maar we kunnen ook niet anders dan concluderen dat de gemiddelde Jazz geen prettige collega is om mee te werken, geen wonderen verricht in galop en een afwijkende beenstand heeft en vererft. Precies daar moet je je ogen niet voor sluiten.”
Lees het hele artikel in Paardenkrant-Horses.nl van deze week. Klik hier voor de online versie.
Nog geen abonnee? Klik hier
Bron: Paardenkrant-Horses.nl

