Het KWPN-voorjaarsverrichtingsonderzoek vorig jaar was niet het meest geslaagde voor ons. We leverden vijf hengsten aan en kregen er maar één goedgekeurd. Ik heb me fel uitgesproken over de wijze waarop de hengsten getest werden door de gastruiters. We hadden een stel goede paarden afgeleverd, we kregen in de krant nog een pluim over de wijze waarop ze tijdens de aanlevering te rijden waren, maar we herkenden ze richting het examen amper terug. ‘Als de paarden werkelijk zo zijn zoals ik ze nu zie, moet je ze allemaal castreren’, zei ik nog. Maar ik was ervan overtuigd dat ze niet zo slecht waren als dat ze op dat moment leken.Het werd een teleurstelling, maar je moet niet achterom kijken. We hebben woensdag opnieuw drie springhengsten aangeleverd. De andere twee bieden we pas in de herfst aan. We bieden niet meer alles tegelijk aan. Als het een paar jaar achter elkaar misloopt ten koste van de investering, ga je zoeken naar andere wegen. We kruipen toch ook niet onder een droge koe om te melken? Het moet wel wat opleveren. Dat is de reden dat we nog vaker hengsten gaan aanbieden bij andere stamboeken. Wat ons betreft zou het KWPN de hengsten in de test een keer moeten laten rijden door de ruiters die ze ook tijdens de aanlevering voorreden. Dus niet door internationale ruiters. We zien liever de ‘normale’ jongens erop die netjes kunnen opleiden. Zoals onze Jules de Bruijn. Hij krijgt al in vier weken tijd de hengsten heel fijn voor elkaar nadat ze zadelmak gemaakt zijn door Eelke Bruinsma.
Het allerliefst leveren wij driejarige hengsten voor de voorjaarstest aan. Dan leren ze bij, mits ze netjes gereden worden uiteraard. Als je tot het najaar wacht en de paarden veel geleerd hebben, gaan ze eerder achteruit dan vooruit. Ik zie geen heil in het testen op oudere leeftijd. Als we een paar jaar moeten wachten, zul je zien dat de betere hengsten ondertussen vertrekken voor het grote geld. Keur je hengsten op oudere leeftijd wel goed, geef ze dan geen cijfers. Fokkers gaan deze toch vergelijken met jonge hengsten en dat geeft een onrealistisch beeld. Bij de oudere hengsten die de goedkeuring verdienen, heb ik vaak de indruk dat ze op driejarige leeftijd misschien nooit gekeurd zouden zijn. Ik ben vóór sport, wij zijn één van de eersten die hengsten in de sport lieten uitkomen, maar uit eigen ervaring kan ik zeggen dat een hengst die op basis van springprestaties op oudere leeftijd wordt goedgekeurd, vaak in de fokkerij niet meevalt. We moeten namelijk prestatie, type én rasuitstraling in de gaten houden. Ik zie nu dat er vaak water bij de wijn gedaan wordt, met als risico dat we een steeds minder mooi paard overhouden.
In België wordt al generaties lang op springaanleg geselecteerd en wordt minder op het type gelet, maar daar worden jaarlijks plusminus 3.000 merries gedekt en worden er weinig veulens verkocht. In Nederland gaat het om 6.000 tot 7.000 springveulens en daar moeten er heel veel van worden verkocht. Als we op de Belgische tour gaan, krijgen we straks problemen met de afzet. Je moet een mooi paard met beweging overhouden. Aan de fokkers geef ik het advies om door te zetten. Ruim de gewone paarden op, ga met interessante merries verder of probeer er wat in te ruilen voor paarden met toekomst. Als er dit jaar minder gedekt wordt, zal er straks een gebrek aan veulens ontstaan. Een goede vijf-, zes- of zevenjarige is nu al moeilijk te vinden, laat staan dan over een paar jaar. Deze periode moeten we met elkaar overwinnen. Het blijft niet zoals het is. Wij strijden in elk geval verder.
Hopelijk brengt het verrichtingsonderzoek ons dit jaar meer succes. We hebben in elk geval vertrouwen in de kwaliteit van onze hengsten.
Wiepke van de Lageweg, hengstenhouder
Deze column verscheen vrijdag 18 maart 2011 in De Paardenkrant.