Onderzoek geeft meer inzicht in behandeling staart- en maneneczeem

Onderzoek geeft meer inzicht in behandeling staart- en maneneczeem featured image
Dankzij onderzoek dat Chantal Meulenbroeks deed naar staart- en maneneczeem (SME) is er nu meer bekend over het ontstaan van de aandoening. Kennis die mogelijkheden biedt voor betere diagnostiek en behandelmogelijkheden. Op 5 januari hoopt Meulenbroeks te promoveren aan de Universiteit Utrecht.

SME is een veel voorkomende allergische huidaandoening bij paarden en pony’s waar nog geen effectieve preventie- of behandelmethoden voor zijn. Bovendien is er grote behoefte aan een betrouwbare diagnostische test voor SME, dat momenteel uitsluitend op basis van de klinische verschijnselen wordt vastgesteld. 

Knutten

SME wordt veroorzaakt door de beten van knutten. Speeksel van knutten veroorzaakt een reactie die voor hevige jeuk zorgt. Door krabben, bijten en schuren ontstaan huidveranderingen zoals roodverkleuring, schilfering, korstvorming, verdikking van de huid en haarverlies, de typische verschijnselen van SME.

In samenwerking met Wageningen UR is er onderzoek gedaan naar een diagnostische methode, de ‘ELISA’, waarmee de specifieke de binding tussen allergenen en antistoffen gemeten kan worden. In haar proefschrift toont Meulenbroeks aan dat dit een geschikte diagnostische methode is voor het vaststellen van SME, zowel in de winter als in de zomer, en dat het gebruik van allergenen afkomstig van knutten uit de leefomgeving van het paard, van groot belang is voor een juiste diagnose. Voor het eerst is er bewijs gevonden dat de Culicoides allergenen een T helper 2 (Th2) immuunreactie uitlokken bij allergische paarden, zoals altijd al gedacht werd.

Niet-allergische dieren reageren ook

Ook werd in tegenstelling tot wat algemeen aangenomen werd, vastgesteld dat het afweersysteem van niet-allergische individuen wel degelijk reageert op de allergenen maar dan met een T helper 1 (Th1) immuunreactie. Stimuleren van de Th1 reactie of remmen van de Th1, zou de aangewezen weg kunnen zijn bij de ontwikkeling van nieuwe therapieën, zeker wanneer hiervoor door dit onderzoek op termijn ook geschikte eiwitten gevonden worden. Deze bevindingen geven ook meer inzicht in het werkingsmechanisme van allergische reacties in het algemeen en mogelijk aanwijzingen voor therapie daarvan.

Meulenbroeks toonde tevens aan dat basofielen een rol kunnen spelen in het onderdrukken van het afweersysteem. Dat doen ze door het activeren van regulatoire T-cellen tijdens een allergeen-specifieke reactie. Dit zou ook een aangrijpingspunt kunnen zijn voor de behandeling van SME. Ook onderzocht ze in een pilotstudie het effect van ultraviolet B (UVB)-licht op immuunreactiviteit bij SME. Bij andere huidaandoeningen leidt deze therapie tot een verbetering van de klinische verschijnselen. Nader onderzoek zal moeten uitwijzen of paarden met SME gebaat zijn bij deze behandeling.

Bron: Agri Holland

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.

Mogelijk ook interessant