In 2025 werd voor het eerst bij een Nederlands paard Westnijlkoorts vastgesteld. Het virus dat deze ziekte veroorzaakt, wordt overgedragen door muggen. Paardendierenarts Myrthe Wessel vertelt er in dit artikel meer over.
“We houden het Westnijlvirus al jaren in de gaten”, vertelt Wessel. “Het is een zogenaamd flavivirus. Deze virussen veroorzaken regelmatig ernstige ziektes bij mens en dier. Westnijlvirus lijkt heel erg op andere flavivirussen als zika en gele koorts. Flavivirussen worden overgebracht door geleedpotigen zoals muggen.”
Gewone muggen
Het Westnijlvirus wordt verspreid door Nederlands meest voorkomende mug. “Vooral vrouwtjesmuggen van de soort Culex pipiens, oftewel de gewone steekmug”, vertelt Wessel. “Als deze muggen eenmaal geïnfecteerd zijn, dan blijven ze levenslang besmettelijk. Het virus kan ook overwinteren en via de muggeneitjes een nieuwe generatie muggen besmetten.” Westnijlvirus circuleert tussen muggen en vogels. “Vogels, zoals vinken, kraaien en raven fungeren als reservoir. Het virus kan zich gemakkelijk voortplanten in het lichaam van een vogel en als een mug de vogel steekt, dan raakt de mug besmet. De muggen kunnen het dan overbrengen op paarden en mensen.” Waar sommige virussen vooral voorkomen in trekvogels die af en toe langskomen, besmet het Westnijlvirus heel veel vogelsoorten. Ook standvogels die op één plek wonen. “In België is het virus bijvoorbeeld in drie verschillende soorten kraaien aangetoond”, vertelt de dierenarts. “Of Westnijlvirus verschijnt, is afhankelijk van hoe goed muggen en vogels het hebben. Beide soorten zijn nodig om het virus te verspreiden.”

Verspreiding door Europa
Er wordt al een aantal jaar gewaarschuwd tegen het Westnijlvirus. Het virus veroorzaakte eind jaren negentig en begin deze eeuw grote problemen in de Verenigde Staten, waar veel vogels en ook mensen en paarden ziek werden. In Europa was Westnijlkoorts lang beperkt tot Zuid-Europa, maar inmiddels is het ook in Duitsland al jaren een gevestigde ziekte. Omdat dit virus – en muggen – zich gemakkelijker vermeerderen als het warm is, heeft klimaatopwarming invloed op de verdere verspreiding. Maar dat is niet de enige factor die meespeelt. Het voorspellen van de uitbreiding van Westnijlvirus is heel lastig. Wessel: “Recent onderzoek naar een ander flavivirus dat vogels ziek maakt, het usutu-virus, richtte zich op de migratiepatronen van vogels. Ook bij dit arbo-virus werd duidelijk dat niet alleen klimaatverandering, maar ook andere factoren een rol spelen. Dit onderzoek is interessant, want het kan ons ook helpen om meer te begrijpen over die andere factoren, zoals veranderingen in het landgebruik.” Wessel verwacht dat Westnijlvirus ook in onze contreien een grotere rol gaat spelen. “Het klimaat verandert, al gaat dat langzaam. De muggen kunnen zich tegenwoordig langer handhaven en verder verspreiden. Dat zien we ook terug op de verspreidingskaartjes; het Westnijlvirus kruipt vanuit Zuid-Europa langzaam naar boven. We weten niet hoe snel dat gaat, maar het kan haast niet anders dan dat het steeds vaker opduikt.”
Risico voor paarden
Paarden en mensen kunnen ziek worden van het Westnijlvirus, maar ze kunnen het virus niet zelf overdragen op andere mensen of dieren. Myrthe Wessel: “Het virus is gevaarlijk omdat het in sommige gevallen het zenuwstelsel aantast. Dat kan tot neurologische verschijnselen leiden.” Ernstige Westnijlkoorts ontstaat gelukkig slechts in een klein deel van de besmette paarden, vertelt ze. “Zo’n tien tot twintig procent van de paarden wordt ziek en vertoont duidelijke symptomen. Van die zieke paarden krijgt ongeveer dertig tot veertig procent ernstige neurologische klachten.” Daarbij valt te denken aan spiertrillingen, verlammingsverschijnselen en gedragsveranderingen. “In de meeste gevallen gaan deze klachten uiteindelijk wel weg. Bij een klein percentage van de paarden die ernstige neurologische verschijnselen hebben, worden de klachten chronisch. Tussen de één en drie procent van alle geïnfecteerde paarden kan komen te overlijden”, vertelt Wessel.
Meldingsplicht
Westnijlkoorts is een meldingsplichtige ziekte omdat het ook voor mensen gevaarlijk kan zijn. Testen op de ziekte kan via de dierenarts. Een ziek paard moet verplicht gemeld worden bij het Landelijk meldpunt dierziekten (045-5463188). Omdat paarden het virus niet onderling overbrengen, hoeven stallen niet op slot bij een uitbraak. Naast vaccinatie is ook het bestrijden van muggen belangrijk. “Denk aan ventilatie, insecten-werende dekens of het binnenzetten tijdens de schemering. Ook het goed schoonhouden van de drinkbakjes is belangrijk”, vertelt Wessel.
Westnijlvirus in Nederland
In 2025 werd voor het eerst een paard met Westnijlkoorts gevonden in Nederland. In 2020 was er al een uitbraak geweest die muggen, mensen en vogels trof, maar daarna was het virus jarenlang niet gezien in ons land. Wessel: “Waarschijnlijk wordt het aantal paarden dat besmet wordt met dit virus onderschat. Vorig jaar zijn er drie paarden gevonden, waarbij er eentje officieel Westnijlvirus had. Soms is de diagnose Westnijlkoorts een toevalsbevinding omdat de symptomen aspecifiek zijn en men er niet altijd direct aan denkt.” Ons land is dankzij alle vogels en muggen en het milde klimaat potentieel een goede broedplaats voor het Westnijlvirus. “Nederland kan heel nat zijn, op boerderijen en stallen zijn altijd wel plassen, emmers en tractorbanden waarin muggen zich goed kunnen voortplanten”, zegt Wessel. “En dan kunnen ze ook gemakkelijk de paarden besmetten.”
Vaccinatie

Vaccins voor paarden bestaan al jaren. Dat is te danken aan de grote uitbraak van het Westnijlvirus in de VS, zo’n 25 jaar geleden. “In 2002 waren daar 15.000 gevallen. Mede dankzij vaccinatie waren dat er in 2019 nog negentig tot honderd per jaar. Vaccinatie beschermt dus heel goed bij paarden.” Als je een vaccin geeft, stimuleert dat het immuunsysteem van het paard om antistoffen aan te maken tegen het virus. “Wanneer het lichaam dan later blootgesteld wordt aan dit virus, dan kan het sneller en efficiënter reageren. Vaccineren voorkomt niet altijd de infectie, maar het voorkomt wel ernstige ziekte”, vertelt de dierenarts. “De effectiviteit van deze vaccins is echt heel groot.” Opmerkelijk genoeg bestaat er nog steeds geen Westnijl-vaccin voor mensen, terwijl het virus wel gevaarlijk kan zijn voor ons. Met name oudere mensen lopen een risico. Italië had in 2025 te maken met een grote uitbraak, waarbij 779 mensen besmet raakten en uiteindelijk 72 doden vielen.
Drie vaccins tegen Westnijlvirus
In Nederland zijn drie verschillende Westnijl-vaccins geregistreerd voor paarden. De drie vaccins verschillen wat in technische samenstelling en vanaf welke leeftijd ze gegeven mogen worden. Alle drie zijn ze effectief en bij alle drie de vaccins gaat het om een basisvaccinatie die uit twee prikken bestaat. Daarna moet de vaccinatie jaarlijks herhaald worden (booster).
Sportpaarden en fokmerries vaccineren
“Er is geen reden voor grote zorgen, maar het is wel belangrijk dat paardenmensen zich bewust zijn van het bestaan van het Westnijlvirus en zich erover informeren”, benadrukt Wessel. “Het virus is hier, dat is bewezen. Bescherming tegen ziektes is altijd de keuze van de eigenaar, dus overleg met je dierenarts over het risico dat jouw paarden lopen. Op plaatsen met veel stilstaand water is er meer risico, oudere paarden met minder weerstand lopen meer risico en voor paarden die regelmatig naar Zuid-Europa gaan moet je vaccinatie zeker in je vaccinatieschema opnemen.” Je kan gedurende het gehele jaar vaccineren, vertelt de dierenarts. “Als je paard nog niet gevaccineerd is, let er dan op dat je dit doet voordat het muggenseizoen begint. Drachtige merries die gevaccineerd zijn geven de bescherming via de biest door aan het veulen.”
