In het Poolse Jaszkowo werd vorige week het EK voor pony’s gehouden onder de auspiciën van de FEI. Hoewel het crossparcours goed voor elkaar was, waren de omstandigheden voor de dressuur-, spring- en eventingruiters ronduit slecht. Ik vind het een taak van de FEI om verantwoordelijke personen aan te stellen die van tevoren controleren of alles in orde is.Toen we een dag voor de wedstrijd aankwamen, begon de ellende al. Alles was erg slecht georganiseerd. Er was gewoon helemaal niets. Ook was er nergens een verantwoordelijk persoon te vinden. Er was geen ring: alleen een grote uitgestrekte zandvlakte met ongeopende witte balen met kapok die nog met een hark uit elkaar gehaald moesten worden. En er waren maar vier harken.
Losrijringen met hekjes eromheen waren ook nergens te bekennen. Springmateriaal ontbrak. We hebben de eerste dagen de losrijringen op het springterrein gebruikt. Die bestonden uit louter zwart zand met doodgespoten gras. Alleen de zwarte grasworteltjes staken nog uit de grond.
Na twee dagen waren onze ringen nog steeds niet klaar. Wij dachten eerst: ‘Dat komt nog wel’. Normaal gesproken mag je tijdens een internationale wedstrijd de dag voordat de wedstrijd daadwerkelijk van start gaat de ring verkennen tijdens een ‘warming up’. Op dinsdag was de ring hier absoluut nog niet klaar voor. Het was zelfs in de verste verte onmogelijk om wat te doen. De wedstrijd werd een dag uitgesteld, maar er gebeurde nog steeds niks!
Er werd geschoven in het programma, want ook de eventingruiters moesten dressuur rijden. In eerste instantie stonden de eventingcombinatie over twee dagen gepland. Het werd nu in één dag gepropt. Dat een jury normaliter op een EK maar veertig deelnemers per dag mag beoordelen, werd voor het gemak vergeten. Ze kregen er deze dag 52 te beoordelen.
Gunstig gezinde weergoden
De wedstrijd van woensdag werd dus naar donderdag verplaatst. De landenwedstrijd zou om negen uur beginnen. Dat werd tien minuten later, omdat de bloempotten nog op de letters gezet moesten worden. Toen de wedstrijd eindelijk begon, ging het wel goed. Gelukkig waren de weergoden ons gunstig gezind, want het bleef mooi weer, dus alles bleef droog. Anders was het zeker een modderpoel geworden.
De sport zelf heeft er uiteindelijk niet onder geleden. De vrijdag was onze vrije dag, maar op deze dag vond de dressuur van de eventing plaats. Om ervoor te zorgen dat wij onze pony’s toch de nodige beweging konden geven, werd op het laatste moment een hal in orde gemaakt.
Sfeer
De opening was ook een verhaal apart: de eigenaar van het complex, Antoni Chlapowski, wilde de 250 deelnemers persoonlijk een hand geven, succes wensen en een stalplaat aanbieden. Pools publiek was in geen velden of wegen te bekennen. Gelukkig waren er wel veel supporters met de deelnemers meegekomen. Zodra een deelnemer zijn stalplaat in ontvangst nam, ging er een gejuich op van jewelste. Op een gegeven moment zaten de deelnemers aan de ene kant en de supporters aan de andere kant naar elkaar te juichen. Zo’n chaos heb je nog nooit gezien op een EK. Er was wel sfeer.
Naderhand stonden in de hal twee grote taarten, die uitgedeeld zouden worden, zij het niet dat er wel duizenden vliegen opzaten. Nadat een kwart afgesneden was, was iedereen ineens verdwenen. De sfeer bleef leuk, iedereen vermaakte zich. Gewoon blijven lachen. Er ontstond daardoor een psychisch verklaarbare groepsbinding.
Er gaat veel geld om in de ponysport; de pony’s, de trainers, de voorbereidingen en de reis. En dan de kinderen die dromen van het EK. Deze omstandigheden zijn onvoorstelbaar. De sport en de jurering was tijdens de wedstrijd uitstekend. Maar eigenlijk was na afloop van de wedstrijd pas alles in orde. Wij hadden zoiets van: ‘Nu kan de wedstrijd wel beginnen’.
Je kunt je afvragen of het wel goed is dat de FEI een onvoldoende ontwikkeld sportland wat betreft dressuur de organisatie in handen geeft. Dat is niet goed voor de sport. De technisch gedelegeerde Fred Leijman uit België zette zich wel enorm in voor ons. Hij heeft zich rot gesjouwd om alle training- en tijdschema’s voor iedereen op tijd klaar te krijgen. Hem treft zeker geen blaam.
De FEI moet zich realiseren dat ze risico lopen als ze dergelijke landen aanwijzen. Doen ze dat wel, dan moeten ze de organisatie van tevoren controleren. Dat voorkomt een hoop frustratie.
Tineke Bartels-de Vries is KNHS bondscoach bij de pony’s, junioren en young riders dressuur en is technisch directeur van Academy Bartels in Hooge Mierde.
Deze opinie verscheen woensdag 3 augustus 2011 in De Paardenkrant