Het was de tijd van het rond rijden aan de voorkant, van het aan de voet van de sprong laten lopen, dan been geven en mooi kogelrond erover. Ik heb er nooit een enquête naar ingesteld, maar ik denk dat we toen met z’n allen dachten dat we die paarden wel eens eventjes extra konden leren springen. Alleen Ian en Albert dachten dat niet. Lando moest toen nog ruim en breed zilver winnen in Sydney. En Ian was op dat moment nog maar halverwege zijn inmiddels geslaagde recordpoging Olympische deelnames.
Zo worden we met vallen en opstaan – en met enige hardhorendheid voor roependen in de woestijn – wijzer. Dat dacht ik toen aflevering 4 van de serie ‘Trainen en heel houden’ af was (lees De Paardenkrant van afgelopen woensdag). Deze reeks artikelen met de wijsheid van de topveterinairen Jan Greve en Jacques Maree is aanbeland bij het moment waarop de ruiter ervoor kiest om een jong paard te gaan trainen. De bottom line van deze aflevering is: laat dat jonge, groene paard los lopen, los springen. Bekijk ‘m goed. Zie de reflexen en de techniek waarmee hij zijn benen beweegt, z’n lichaam gebruikt. Zie de reactiviteit, de snelheid waarmee het paard op z’n omgeving reageert. What you see is what you get.
Aanvaard de eigen manier van bewegen en springen van je paard, het vloeit voort uit zijn ‘bedrading’ – het zenuwstelsel. Probeer het paard in de training niet te veranderen, het zal altijd terugvallen op zijn natuurlijke patronen.
Dit is allemaal heel fundamenteel en heel waar. Maar het betekent ook dat we paal en perk moeten stellen aan instrumenten die het paard dwingen om zich onnatuurlijk te gedragen. Op de Wereldbekerfinale zag ik Denis Lynch tot mijn grote afgrijzen rondgaan met All Star. Deze beklagenswaardige nakomeling van Argentinus maakte de handstand op elke hindernis, daartoe gedwongen door de beruchte springkapjes aan zijn achterbenen en een zeer scherp bit. In de bankschroef van Lynch had All Star geen schijn van kans. En dan het absurde van dit geheel: in plaats van fouten door onvoorzichtigheid ontstonden er fouten door de luchtreizen die dit zielige duo maakte.
Weg met de doping die ‘kapjes’ heet. Zie maar dat je een beter paard krijgt.
Dirk Willem Rosie, hoofdredacteur ()
Deze column verscheen woensdag 15 mei 2013 in De Paardenkrant.

Geachte heer Rosie,
Ik sta niet zo vaak langs de kant van springparcoursen (komt nog), dus: wat is dat dan met die kapjes aan de achterbenen??
Ik zou hier graag meer uitleg over hebben.
Dank alvast.
De ‘beenbeschermers’ aan de achterbenen van springpaarden beïnvloeden de manier van springen. Dat varieert sterk van kapje tot kapje (degenen die het paard tot zeer afwijkende sprongen dwingen, bijvoorbeeld door een zware lading lood, zijn al verboden) en ook individueel zijn er verschillen in de manier waarop paarden erop reageren. Feit is dat deze instrumenten een positief effect hebben op het prestatievermogen van paarden. Als je bedenkt dat parcoursbouwers vaak heel veel moeite hebben om te voorkomen dat teveel combinaties doordringen tot de barrage, is het vreemd dat gelijktijdig instrumenten toegestaan zijn die het paard voorzichtiger maken en hoger laten springen dan ze zouden doen als ze met eenvoudige strijklappen zouden springen.
Dank voor de uitleg.
Erg slecht gedrag dus van een springruiter;-((
Geachte heer rosie ,
Uw colum in de paardekrant begint leuk maar eindigt in een hetze !
Het begin over albert voorn en ian millar is leuk om te lezen maar u eindigt in de veroordeling van de kapjes is het alleen de kapjes of ook het bit of de ruiter ! U noemt hierbij een ruiter die bekent staat om verschillende zaken .
De kapjes kunnen niet echt de oorzaak zijn van dit soort dingen zie de paardekrant 3 december 2010 of de hoefslag nr 26 – 2008 artikel Beenkappen en springtechniek
Tevens wat zou er gebeurd zijn als jeroen dubbeldam,albert voorn niet deze kapjes ( ander model ) hadden gebruikt in sydney .
Albert kreeg pas de beschikking over de kapjes tijdens de qaurantine periode op aan dringen van jeroen en jos ! Aangezien ik het NL team toen nog heb voorzien van de half hoge kapjes .
Tevens hoe lang heeft Goldfever van ludger beerbaum niet gelopen met de half hoge kapjes ! Zou Hickstead van eric lamaze zoveel gewonnen hebben zonder bepaalde kapjes ?
Een recenter geval is zou nederland zilver en gerco ook zilver hebben gewonnen zonder deze kapjes in londen !
Gerco gebruikte de eerste 2 dagen de kapjes genaamd spiga 2 en heeft daarna toen london net iets scherper moest zijn overgestap naar het model doda ! Indien u iets veroordeeld dient u eerst als een goed journalist achtergrond informatie in te winnen en niet direct op een bepaald product te veroordelen vele ruiters gebruiken diverse kapjes en deze worden ook standaard gemaakt door bedrijven en zijn in elke ruitersport zaak te koop de knijpertjes ! Tevens ziet de Fei er streng op toe of de kapjes human zijn ! Indien deze producten verstandig worden gebruikt krijgt men niet zoiets als u beschrijft in u columm ! Indien u meer info wilt over de werking van deze producten geef ik u graag tekst en uitleg en kunt u misschien een nuttig goede colum vullen !
Jan snellen / JS-Horsetack , producent en ontwikkelaar van de kapjes half hoog en nog zo,n 14 verschillende modellen
Rosie schrijft:
>>Zo worden we met vallen en opstaan – en met enige hardhorendheid voor roependen in de woestijn – wijzer.<<
Ik vraag mij toch af of dit werkelijk het geval is. Bij het vrijspringen hanteert men nog steeds de selectiekreten waarmee de handelaren hun waar aan de argeloze koper slijten. Met de schoft omhoog, met een bolle rug en lappenlucht springen en dan goed met de achterbenen achteruit slaan. Dat laatste is een gevolg van de enorme onbalans maar daar gaat men in de beoordeling volledig aan voorbij. Geen enkele internationaal paard springt zo. Die springen met het hoofd omhoog en de rug hol waardoor ze de voorbenen naar hals toe kunnen brengen en de achterbenen onder het lichaam kunnen vouwen. Klaar voor de landing. Ook het Jumpexonderzoek, dat 700.000 euro heeft gekost, gaf destijds aan dat de economische springers de beste springpaarden waren. Het Jumpexonderzoek werd echter rap in de kast gezet en men ging met de oude handelaarskreten vrolijk verder.
Er is dus ook op dit terrein nog heel wat werk werk aan de winkel.
Geachte Meneer Rosie,
Met Uw stelling paarden in hun waarde te laten en zij ook zo laten te springen als zij het van natuur aantonen ben ik helemaal eens. Maar geldt dit stelling niet ook deels voor dressurpaarden?