Hiermee bedoelde de ponybondscoach dat juryleden wat ze zien moeten aangeven in de punten. Ze vulde hierop aan dat ook bij minder goede combinaties juryleden hun commentaar op een positieve manier moeten blijven neerzetten. De juryleden zijn ervoor verantwoordelijk dat ruiters naar hogere klassen gaan promoveren.
Beoordeling van een Fries
Onder de zes combinaties kwam er ook een achtjarige Fries in de baan die op ZZ-licht-niveau loopt. Peutz vroeg aan het publiek wat ze van deze combinatie graag wilden zien. Veel juryleden bleken het lastig te vinden om een Fries te beoordelen en met name de halslengte. “Een Fries is iets anders gebouwd dan een KWPN’er, maar hoeft zeker niet met de kin op borst lopen. Friezen hebben de hals er meer op en de hals komt iets diep uit de boeg. Je moet kijken hoe een hals gebouwd is en vanuit daar de halslengte bepalen. De nek moet altijd het hoogste punt zijn”, gaf Peutz het publiek mee.
Daarnaast werden de uitgestrekte gangen van de Fries besproken. De Fries die op de bijscholing werd voorgesteld liet zien over een mooie uitgestrekte draf te beschikken. Peutz: “Ook als een Fries vanuit de knie het voorbeen uitlegt is dit goed. Het gaat namelijk om de verruiming.”
Objectief en positief jureren
De leidraad van de gehele bijscholing was dat juryleden objectief en positief moeten jureren volgens Peutz. Ze liet aan de hand van de zes combinaties zien hoe een oefening of gang correct en niet-correct werd uitgevoerd. Hierna benadrukte ze dat juryleden wel objectief moesten blijven jureren. “Elke proef is een momentopname. Het is niet zo dat als dit paard vandaag op deze bijscholing voor een acht een uitgestrekte galop laat zien dat deze volgende week bij één van jullie in de ring standaard een acht krijgt voor dit onderdeel. Het kan best zo zijn dat hij volgende week een uitgestrekte galop voor een vier laat zien.”
Tunnelvisie
Daarnaast waarschuwde Peutz voor tunnelvisie. “Wanneer een combinatie een mindere draf- en galopreprise laat zien in de proef, maar wel stapt voor een acht moet dit cijfer ook op de protocol verschijnen. Dit klinkt vanzelfsprekend, maar vaak blijven juryleden in de negativiteit hangen. Hier moet je als jury het verschil maken voor de combinatie.”
Niet-bevooroordeeld
“Je moet niet beoordelen wie je ziet, maar wat je ziet”, vervolgde Peutz. “Het maakt niet uit of je nou Hans Peter Minderhoud in de ring hebt of Pietje van hiernaast als ze allebei een goede proef rijden moeten ze evenveel punten krijgen.”
“Je eerste blik moet altijd zijn: ‘Wat zie ik?’. Wat als een combinatie om de ring rijdt en het paard steekt zijn tong uit? Neem je dit mee in de beoordeling? Nee, wat buiten de ring gebeurt behoor je niet mee te nemen in de beoordeling. Tenzij een ruiter om de ring iets doet wat echt niet door de beugel kan, dan moet je als jurylid ingrijpen”, liet Monique Peutz tot slot weten.
Bron: Paardenkrant-Horses.nl

Ze bedoelt een lachspiegel.
Helder verhaal, nu de uitvoering nog. Dat zal altijd iets moeilijker zijn, wel goed dat het op deze manier gebracht wordt.