Marie Rhodin analyseerde de bevindingen samen met haar collega’s met betrekking tot het opleidingsniveau van de paarden en de ruiters, de tijdsduur van de training en lateralisatie van het paard.
Acht ruiters
Er deden acht professionele ruiters mee aan het onderzoek, die drie van hun paarden trainden. Er werd hun gevraagd om de normale routine in hun training te laten zien.
De trainingen werden op video opgenomen voor latere analyse.
Het team, dat zijn bevindingen publiceerde in de Comparative Exercise Physiology, stelde vast dat de gemiddelde duur van een trainingssessie 31 minuten was.
De ruiters spendeerden 38% van de tijd aan de stap, 39% aan de draf, 8% aan de linkergalop en 9% aan de rechtergalop.
Verder besteedden de ruiters 28-29% aan het rechtrichten van hun paard en het rijden van wendingen naar rechts en links en 8% aan het rijden van zijwaartse gangen.
Het viel op dat de gereden oefeningen en de lengte van die oefeningen voor het grootste deel in verband stonden met het niveau van het paard en de tijd dat het paard bij de betreffende ruiter in training was.
“Er wordt meer galopwerk gedaan en meer zijwaarts gereden met de hoger opgeleide paarden in vergelijking met de paarden, die nog niet zo ver zijn,” zegt het onderzoeksteam.
“En paarden, die langer in training zijn dan een jaar worden langer achtereen in de galop gereden en korter in de draf, dan paarden die korter dan een jaar in training zijn.
Galop moeilijker
Volgens de onderzoekers suggereert dit dat de galop zowel voor de paarden om vol te houden als voor de ruiters om te rijden, een moeilijkere gang is dan de draf en de stap.
‘Als meer dan een jaar in training zijn bij een ruiter ertoe leidt dat er meer tijd gespendeerd wordt aan de galop en minder aan de draf, dan verwachten we dat de galop in verband staat met een hoger niveau van samenwerking en communicatie tussen ruiter en paard,” aldus de onderzoekers. “En het hogere percentage van wendingen links- en rechtsom in de training van de paarden op een lager niveau en de paarden die minder dan een jaar in training staan duidt erop dat het werken aan de buiging meer valt onder de basisopleiding en dat dit het fundament is om op verder te kunnen bouwen.”
Variatie
Wat Rhodin en haar collega’s opviel was de korte tijd van herhaalde oefeningen in stap, draf en galop. Dit was over het algemeen korter dan een minuut per keer. Dit betekent dat de ruiters veel veranderden van gang en van oefening tijdens een trainingssessie, met soms wel en soms geen korte pauze ertussen.”
“De ruiters die meewerkten aan het onderzoek varieerden de training aanzienlijk door vaak van gang, van oefening en van hand te veranderen, maar zij hadden ook allen een eigen strategie over hoe je een trainingssessie opbouwt.”
Het gedetailleerd bestuderen van trainingsschema’s en eventueel een verband leggen met bepaalde blessures, is volgens het onderzoeksteam een gebied dat het welzijn van het paard zeer ten goede kan komen.
Bron: Horsetalk

Tja, zelf zie ik de waarde van een dergelijk onderzoek niet zo in.
Het is heel sterk afhankelijk van het paard als individue.
Men zegt: “dan verwachten we dat de galop in verband staat met een hoger niveau van samenwerking en communicatie”.
Galop werkt vaak juist ook als een heel sterk losmakende oefening in de warming-up, op elk niveau. Veel paarden galopperen liever dan dat ze draven en het is niet zo dat de galop belastender zou zijn voor een paard.
Draf daarentegen is de gang die je het sterkst kunt verbeteren tov de stap en de galop.
Verder zegt men: “erop duidt dat het werken aan de buiging meer valt onder de basisopleiding”??
Als je stopt of mindert met het rechtrichten en recht hóuden van je paard -ook op hoog niveau- zal een paard weer schever worden.
In oefeningen als de pirouette heb je een hele hoge mate van buiging én impuls en in bijv. appyementen is die mate van buiging weer minder sterk, maar nooit zonder.
Dus ik begrijp niet zo goed de conclusies van dit onderzoeksteam.
Waarom laten ze niet eens vakjatten uit de klassieke hoek aan het woord. Daar heb je geen onderzoek voor nodig, alleen kennis en kunde van de rijkunst.
In het werk met levend materiaal laat wetenschappelijk onderzoek m.i. zich niet of nauwelijks meten.
Dit soort onderzoeken zouden m.i. niet nodig hoeven zijn indien men begrip zou hebben van het Skala der Ausbildung.
Dan komt het neer op: “Rijdt uw paard voorwaarts en richt het recht”.
Ik ben niet tegen vernieuwing, maar het moet ten allen tijden een meerwaarde hebben, zeker in het werk met paarden.
N.B.: ik begrijp wel dat het de trainingsroutines zijn die men onderzocht heeft, … echter men heeft aan die routines een waarde-oordeel gehangen en dáár ben ik het niet mee eens.
Het alleen benoemen van hoé die routines zijn heeft ook niet zoveel zin, want het zijn de routines van díe specifieke ruiters, hetgeen verder niets wil zeggen.