Ga naar hoofdinhoud

Gal leidt NK Zware Tour met toptalent Undercover

Edward Gal met Undercover
Foto Melanie Brevink
Edward Gal had vanavond het beste voor het laatst bewaard. Als laatste starter reed hij Glock's Undercover (v. Ferro) naar het beste resultaat van het eerste NK-onderdeel, de Grand Prix. De juryleden waren met een gemiddelde van 75,766% niet helemaal unaniem over Gals overwinning. Els Mouw zag een vijfde plaats in het optreden van Gal en zijn heetgebakerde Ferro-zoon.

Halverwege het veld van het Zware Tour-kampioenschap had Gal ook al de één na hoogste score behaald met Blue Hors Romanov. Hoewel de onderlinge verschillen klein zijn, gaat de wereldkampioen van Kentucky na de eerste dag dus ferm aan de leiding. De tweede plaats moet Gal delen met levenspartner Hans Peter Minderhoud, die met Glock’s Tango op hetzelfde percentage (74,362%) uitkwam.

“Voor mijn gevoel was het allemaal nog een beetje hectisch, het kan nog veel mooier”, zei Edward Gal na afloop over zijn proef met het toptalent Undercover. “Ik was vooral blij dat ik ‘m nu mooi op lengte kon houden.”

Partner Hans Peter Minderhoud had al ingecalculeerd dat hij zijn titel niet zo maar zou kunnen prolongeren. “De piaffe kan nog beter uit de verf komen, maar ik ben al wel heel blij dat Tango een heel safe paard is geworden.”

Anky van Grunsven was zeer teleurgesteld over haar proef met Salinero. “Thuis en op het voorterrein gaat hij geweldig, maar daar koop je niks voor. In de ring was hij met z’n hoofd helemaal niet bij me.” Met 73,83% eindigde Van Grunsven op de vierde plaats.

Vijfde werd Hans Peter Minderhoud met Donna Silver (v. Don Schufro). “Dat is zo’n lekker beestje om mee te werken! Maar de piaffe is voor haar toch nog steeds een angstoefening. Ze kan in principe piafferen als een Andalusiër, maar ze krijgt in de ring nog gauw stress.”

Imke Schellekens stelde met Hunter Douglas Toots (v. Jazz) licht teleur. De eerste piaffes misten afdruk, de laatste ging helemaal de mist in. Met 73,19% eindigde Schellekens op de zesde plaats. Zondag zal Schellekens overigens haar nieuwe Wibi Soerjadi-Kür ‘Touch of Toots’ in premiere laten gaan.

Bondscoach Sjef Janssen had gemengde gevoelens. “Enkele vaste waarden hebben vandaag niet goed gepresteerd. Maar daar staat tegenover dat Hans Peter en Edward hele goede proeven hebben gereden.”

Zaterdag wordt het NK Zware Tour in Hoofddorp voortgezet met de Grand Prix Spécial.

Klik hier voor alle uitslagen.

Lees dinsdag alles over het NK dressuur in De Paardenkrant.

Bron: Horses/Horsetelex

5 reacties op “Gal leidt NK Zware Tour met toptalent Undercover

  • sandra

    goed op lengte kunnen houden????????????? paard werd helemaal in elkaar getrokken..

  • Sandra

    Een juiste omschrijving van hoe de wedstrijd is verlopen. Mooie sport gezien. Ik ben benieuwd hoe het afloopt!

  • Nel

    Fantastische ruiters die Edward & HP!! Ze bewijzen het keer op keer. Met verschillende paarden ook nog! Toppers!!

  • Alice

    Jammer van de dressuursport.
    Maar ik vind de harmonie bij veel ruiters ver te zoeken.
    De proeven worden steeds meer en meer mechanisch gereden.
    Waar is ons doel van de FEI gebleven?

    Doel en algemene beginselen van de dressuur volgens het reglement van de F.E.I.

    In paragraaf 401 van het reglement van de FEDERATION EQUESTRE INTERNATIONALE wordt het doel en de algemene beginselen van de dressuur omschreven.
    ART.1. De dressuur heeft ten doel de harmonische ontwikkeling van het organisme en van de natuurlijke eigenschappen van het paard. Dit brengt met zich mee, dat het paard kalm, gehoorzaam en levendig in zijn bewegingen wordt gemaakt, waarbij het aldus een volmaakte harmonie met zijn ruiter verwezenlijkt.
    Het is van belang te benadrukken, dat de dressuur ten doel heeft en dus duidelijk geen doel in zichzelf is. Evenzo is een dressuurproef geen doel in zichzelf, maar een middel om daarmee aan te tonen, dat het paard kalm, gehoorzaam en levendig in zijn beweging is gemaakt, als zodanig is afgericht.
    ART.2. Deze hoedanigheden komen tot uiting door:
    -de ongedwongenheid en regelmaat van de gangen. -de harmonie, lichtheid en gemak van bewegingen
    -de elastische doch vaste plaatsing van de voorhand en het onderbrengen van de achterbenen, voortkomend uit een levendige impuls -het in vertrouwen aannemen van het bit zonder weerstand of gespannenheid.
    Al deze kenmerken hangen onverbrekelijk met elkaar samen en het is niet mogelijk één facet te verwaarlozen zonder dat dit direct invloed heeft op de andere hoofdkenmerken. Zonder ongedwongenheid is geen regelmaat mogelijk. Zonder regelmaat kan er geen harmonie in de beweging bereikt worden, en zonder harmonie van beweging, d.w.z. harmonieuze samenwerking tussen alle spieren en gewrichten kan de voorhand niet elastisch en vast geplaatst worden en zullen de achterbenen niet ondertreden. Gespannenheid is géén impuls!
    ART.3. Het paard geeft aldus de indruk, dat het uit eigen wil datgene doet wat wordt gevraagd. Met vertrouwen en oplettend geeft het zich edelmoedig over aan zijn ruiter.
    Het is duidelijk, dat dit beeld nooit bereikt kan worden wanneer het paard door dwang in een houding wordt gebracht. Evenmin als door het aanleren van een aantal, op zichzelf staande figuren en bewegingen, die als een reeks van afzonderlijke grootheden worden samengevoegd.
    ART.4. Zijn stap is regelmatig, vrij en ontspannen, zijn draf is regelmatig, vrij, soepel, in verband en actief, zijn galop is in verband, licht en met cadans, zijn achterhand toont zich nooit krachteloos, noch lui en op de eerste vraag van de ruiter wordt deze actiever en verlevendigt daardoor alle andere delen van het paard.
    Duidelijk komt in dit artikel tot uitdrukking de prioriteit, die gesteld wordt aan de zuiverheid en regelmaat van de gangen, die, als natuurlijke grondslag van de bewegingen, door de gehele africhting moet worden bewaard. Wanneer onder invloed van de ruiter en de africhting de natuurlijkheid van de beweging wordt geschaad in plaats van verbeterd, dan is men op een vals spoor geraakt, ja, dan komt men in de richting van een schijndressuur en verliest men de doelstelling van dressuur uit het oog. Dit leidt er dan gemakkelijk toe, dat men zich gaat toeleggen op het beoefenen van “kunstjes”, die steeds verder weg voeren van het goede pad.

    ART.5. Dank zij een levendige impuls en de souplesse van de bewegingen, die door geen enkele weerstand worden tegengewerkt, gehoorzaamt het paard, bereidwillig en zonder wijfelen, met kalmte en stiptheid aan de verschillende hulpen.
    Deze gehoorzaamheid moet niet gezien worden als een slaafse volgzaamheid van het gedresseerde dier met verlies van persoonlijkheid, maar als een spontane, bereidwillige medewerking als resultaat van een opvoeding op basis van vertrouwen. Alleen hierdoor zullen de verrichtingen zich fris en levendig kunnen ontplooien, alsof het paard, binnen de door de ruiter gestelde grenzen, de indruk van een grote zelfwerkzaamheid ten toon spreidt.
    ART.6. Bij al het werk, met inbegrip van het halthouden, moet het paard “in de hand gesteld”zijn. Een paard is in de hand gesteld, wanneer de hals meer of minder is gebogen en opgericht, afhankelijk van de graad van africhting en de mate van verzameling, waarbij het paard, in gehoorzaamheid, en algehele ontspanning, het bit met een licht contact aanneemt, het hoofd blijft in een stille positie, als regel iets voor de loodlijn met een soepel nekgewricht, dat het hoogste punt van de hals vormt. Het paard toont geen enkele weerspannigheid tegen de aanwijzingen van de ruiter.
    Dit beeld geeft de uitdrukking van een vertrouwensvolle gemoedstoestand, waarbij het paard als het ware, met volle aandacht, luistert naar de ruiter en als het ware, via de ‘gesprekslijn’, die de teugel vormt, vráágt naar de opdrachten. De teugel mag dan ook geen energiebron zijn, waarmee een houding aan het paard wordt afgedwongen, maaris de ‘omschakelaar’ van elders verkregen energie. De teugel dient niet om, met geweld, “te beteugelen”, maar om te begeleiden en te dirigeren.
    Dit artikel wijst er ook op, dat wij in álle stadia van africhting het “in de hand gestelde” paard willen hebben en, dat dit niet, zoals zo vaak wordt misverstaan, pas bij verzameling en oprichting het geval is. Een goede aanleuning, zoals hier omschreven, is de basis van al het werk.
    In alle stadia van africhting is het principe van de aanleuning gelijk. Alleen de graad van africhting van het paard bepaalt de houding in de meer of mindere verzameling en oprichting, die hun ontstaan vinden in de buigzaamheid van de spronggewrichten, het ondertreden van de achterhand, de ronding in de lendenen en de welving in de rug.
    En naar gelang door de systematisch gymnastische ontwikkeling de achterhand tot groter draagvermogen van het gewicht van het paard is gekomen, verkrijgt de voorhand een grotere bewegingsvrijheid en lichtvoetigheid en neemt de opwaartse boog in de hals toe.
    Het beeld gaat zich, door verzameling en oprichting verfraaien en alle bewegingen krijgen meer gratie en uitdrukking!!.

  • Jack, Den Haag

    @Alice
    Wellicht leuke tekst voor op een tegeltje. Kort maar krachtig.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.