Over het exterieur

Over het exterieur featured image
Foto Lonneke Ruesink
Op de Excellent Dressage Sales sprak een bezoeker mij aan op de openingsact. Of het KWPN hieruit nou geen conclusies zou moeten trekken. Hoe komt de stamboekleiding erbij om ‘langbenigheid’ te beschouwen als functioneel kenmerk voor dressuurpaarden? Onze vierbenige atleten moeten toch altijd hun evenwicht bewaren, ook onder extreme omstandigheden?!

Voormalig wereldkampioen ringen Yuri van Gelder verzorgde de opening van de EDS-veiling. Toen hij zijn bovenlijf ontblootte, was hij letterlijk en figuurlijk de opwarmer. De ‘Lord of the rings’ is ongeveer zo lang als dat hij breed is. Ongetwijfeld komt zijn exterieur van pas als zijn gedrongen gestalte een parallel maakt met de bodem, de zwaartekracht trotserend met alleen de spanning van zijn spieren.

Toch is dit geen oproep om barokke paarden te gaan fokken. Ik heb met mezelf afgesproken om nooit meer iets over het exterieur van het dressuurpaard te zeggen. Niet eens omdat ik het zelf ooit bij het verkeerde eind had, maar om het denken over prestatiepaarden aan het goede eind te laten beginnen. Als een paard zes minuten lang moet piafferen, uitgestrekt moet draven, pirouettes moet draaien om vervolgens weer met veertig kilometer per uur over de diagonaal te galopperen, staat of valt alles met twee dingen: karakter en gezondheid. Precies hetzelfde geldt voor een paard dat een 1,60 m-parcours moet springen. Zij het dat je daar een heel ander karakter voor nodig hebt.

Ik heb zelf avonden lang staan oreren over de relatie tussen exterieur en gebruik. Het meeste daarvan was zeker niet gelogen, zoals Yuri van Gelder ongetwijfeld baat heeft bij zijn postuur. Maar het grote probleem van praten over exterieur is dat je het dan niet hebt over datgene wat nóg belangrijker is: het interieur. Bent u wel eens bij een lezing over het karakter van het prestatiepaard geweest? Heeft u op internet wel eens een vinnige discussie over het gewenste karakter gelezen? Nou kijk, daarom had ik met mezelf afgesproken om nooit meer één woord over het exterieur te zeggen.

Na de Europa-wijde heiligverklaring van de langbenigheid (dressuurpaarden moeten kennelijk zo jong mogelijk verkoopbaar zijn), doen stamboeken, hengstenhouders en fokkers behalve de wat kortere benen nu ook de voskleur in de ban. Joop van Uytert verkocht in de EDS-veiling twee voshengsten omdat ze geen merries dekken, hengstenhouders willen geen voskleurige veulens op hun hengstenshow en vooral dressuurfokkers zitten in zak en as als er een vos uit komt rollen.

Dit alles verleidt mij dan toch tot enkele woorden over het exterieur: leve de kortbenige vos!

Dirk Willem Rosie, hoofdredacteur

Read the English version of this opinion here

26 reacties op “Over het exterieur

  1. Edsko Takens

    Langbenigheid is een aangepraat modeverschijnsel in de paardenwereld. Langbenig en zwart en je hebt de attentie van alle moderuiters. Vooral als de vader van het paard dan ook nog eens bekend is.

    Als ik kijk naar de absolute toppers in de springsport en de dressuursport kan ik niet anders concluderen dan dat deze over het algemeen beslist niet langbenig zijn. Eerder nog kortbenig. Langbenigheid is meer een teken van zwakte. Dat er enkele paarden zijn die ondanks hun langbenigheid toch goed presteren zegt dan weinig over dit gegeven: Het zijn uitzonderingen.

  2. MJ Kochx

    Als men straks door de hoogbenige zwarte bomen het bos niet meer ziet en verblind is door alle strass op hoofstel, zadel, shabrak, jas, cap en laarzen, moet je toch een andere kleur en stijl toepassen om nog op te vallen. Dus back to basics, trek een vosmerrie met een normaal temperament van stal (of nog liever … uit de wei), met een recht-toe-recht-aan harnachement, een ruiteruitrusting die het paard tot zijn recht laat komen en een rijstijl die het paard in zijn waarde laat en we zijn weer op de goede weg. 😀

  3. Paardenfokkerij-Olympus

    Interieur en gezondheid en exterieur! zijn ten nauwste met elkaar verbonden!!
    Alleen een paard wat op de juiste manier zijn lichaam kan gebruiken kan heel blijven. We hebben het dan direct al over exterieur.
    Het lichaam wordt aangestuurd door de hersenactiviteit. Opwinding , stress (wordt mede bepaald door karakter) zorgen er voor dat de spieren niet goed kunnen aanspannen en ontspannen. Voor een korte tijdsspanne kan dat nog en treedt er nog geen schade op. Of de onopgemerkte schade kan vanuit het herstelvermogen van het lichaam geruisloos hersteld worden. De juiste coordinatie van de complexe samenwerking van talloze spiergroepen of groepjes en aansturende- en ontvangende zenuwprikkels speelt hierbij een grote rol. Is die door de hersenen aangestuurde coordinatie niet optimaal meer door tal van zaken zoals lichamelijk ongemak ,ruiterinvloed, stress, depressiviteit en wat je al niet meer kunt bedenken dan krijg je compenserende, dus afwijkende, spierbewegingen resp. lichaamsgebruik. Deze compenserende spierbewegingen worden weldra door de hersenen in geprogrammeerd als normaal en de ellende is geboren. Het paard blijft bij het verdwijnen van het lichamelijk ongemak hangen in het verkeerd gebruiken van zijn lijf.En wetenschappelijk onderzoek heeft aangetoond dat juist het afwijkende lichaamsgebruik zelf blessures gaat opleveren.
    Heb je een paard met exterieurmatige beperkingen, bijvoorbeeld om het simpel te houden te weinig bespiering in de achterhand, dan zal dit paard snel niet aan het gevraagde kunnen voldoen. De ontspanning ( tweede trede in het Skala der Ausbildung) zal dan heel snel verloren gaan in spierstijfheid en door dat ongemak ontstaat er een compensatie op andere plekken in het lichaam. Zo moet de medicijnkast worden opengerukt om zo n paard bijvoorbeeld aan de voorbenen in te spuiten na een grote wedstrijd om hem aan de praat te houden. Want bij lichamelijk ongemak ontwikkelt het paard defensief lichaamsgebruik om schade te voorkomen. Dit is net zo iets als pijn in je rug hebben en daardoor je rug strak houden. Het paard denkt daar niet bij na maar doet dat impulsief. Wij mensen ook , alleen kunnen wij als de pijn over is bewust tegen ons zelf zeggen: en nu die rug niet meer strak houden! Dat bewustzijn heeft een paard niet (of veel minder).
    Het karakter van het paard speelt een grote rol bij het de vernieling in rijden of het aangeven dat het last heeft van ongemak. In het eerste geval denk ik aan de bereidwillige Marco Polo’s van weleer. In het tweede geval denk ik aan de intelligente groepen, zoals paarden met veel Oosters bloed. Temperament wordt vaak onder het kopje karakter geschoven, maar hoort daaronder eigenlijk niet . Het zal duidelijk zijn dat ieder top paard over veel temperament moet beschikken, naast intelligentie en een harmonisch gebouwd lichaam, dat de juiste hevelfuncties heeft om de krachten op het lichaam efficient en met zo min mogelijk schade te kunnen verwerken .Probleem is dat we af moeten leren om type(ras) niet meer te verwarren met een functioneel! exterieur. Veel type/ras KAN namelijk heel weinig functioneel zijn. Zowel een zwaarder als een lichter gebouwd paard kunnen allebei even functioneel zijn en even harmonisch gebouwd.
    Het gaat er in principe om dat het paard zo makkelijk mogelijk in staat is in alle bewegingen zijn gewicht over alle vier de benen gelijk te verdelen, zodat het balans kan vinden. Door die balans kunnen de pezen en ligamenten de zwaartekracht van het lichaam gelijkmatig opvangen en door de juiste lichaamsconstructie/-verhoudingen opwaarts/voorwaarts weer af veren. Dit is buitengewoon essentieel. Hierdoor hebben de spieren bij iedere pas een moment van relexen, zodat ze minder snel verzuren en daardoor zich afbreken.
    Exterieur bepaalt dus mede naast karakter en innerlijke(onzichtbare) hardheid of een paard heel en functioneel blijft. Paarden aangeduid met een moeilijk karakter hebben dat vaak niet. Veelal is het uiting geven aan een lichamelijk of geestelijk ongemak of defensief gedrag ter voorkoming van pijn of schade of angst voor de angst. In principe zijn paarden buitengewoon meewerkend en is de ruiter het paard verplicht te speuren naar de vrijwel altijd aanwezige reden wanneer dit meewerken niet meer zo is!!
    Sjaak Hoedjes
    Bergen NH

  4. Laura Dijkhoff

    Een goed paard heeft geen kleur en bij de dressuur EN bij het springen moet de kracht van achteren komen, dus een goede broek is vereist,( de motor moet krachtig zijn) om het er van voren ook goed uit te laten zien, moet het paard ook een schuine schouder hebben, het paard moet niet te lang zijn, want dan kun je hem niet bij elkaar gereden krijgen, maar lange benen?? dat doet weinig aan de beweging. Ik ben ook niet zo voor specifiek gefokte dressuurpaarden. de Kombinatie van dressuur en springbloed, levert vaak de beste paarden. Verder doet moeder 80% en vader maar 20%, maar naar afstamming verder als vader, wordt tegenwoordig niet meer gekeken, toch verloochend zich de moederlijn meestal niet. Ik ben het daarom ook tegenwoordig niet zo meer met het KWPN eens qua fokkerij.

  5. Heleen Cramer

    Een stukje dat uit mijn hart is gegrepen! En die anti-vosidiotie: waarom fokken we dan geen kleurkanaries? Die hoeven immers geen atletische prestaties te leveren, ben je meteen klaar. Er zit wel één positief aspect aan: zo kun je als niet kapitaal krachtige misschien nog eens aan een toppaard komend, een stralende vos!

  6. Nynke

    Daarom houden wij het bij de mooie, functioneel gebouwde Geldersen, waarop zowat de hele Nederlandse paardenstapel op gebaseerd is. Werkwillig, voorwaarts, altijd de oortjes er op, sterk en gezond tot op hoge leeftijd. Vos, bruin, zwart of schimmel doet er dan niet toe, je hebt gewoon een fijn gebruikspaard en geen porceleinen poppetje dat bij het eerste zuchtje wind in een nerveus wrak verandert, of bij de eerste de beste wedstrijd zonder op en top geprepareerde bodem met een peesblessure thuis komt. Bovendien qua karakter te rijden door 99,9% van de ruiters en amazones die aktief zijn binnen de paardensport.
    Helaas gaat nu het binnen het KWPN met deze Geldersen dezelfde kant op, ze moeten hoogbeniger, luxer……………… en over 10-20 jaar komt men er ongetwijfeld achter dat het kind met het badwater is weggegooid.
    Bovendien is beste dressuurpaard van de wereld, Valegro, een toonbeeld van niet-hoogbenigheid, net als de onvolprezen Totilas.
    Wij gaan over een uur met onze niet-hoogbenige Gelderse vos (bles met 4 x hoog wit) en zwarte (bles, 3 x wit) een rit maken van 22 km, o.a. over een motorcrossbaan waar ze zich mogen uitleven, door een waterpoel, over de openbare verharde weg en een stuk bos en komen dan na zo’n 4 uur lachend thuis met paarden die nog wel zo’n rondje willen èn kunnen doen.

  7. Aimee

    Ik raak mijn kortbenige vos met werelds karakter aan de straatstenen niet kwijt. Dus ik snap wel dat je dergelijke paarden in de ban doet als je van handel moet leven.

  8. Jan de Lange

    Helemaal mee eens ben ik het met deze opinie van Dirk Willem Rosie. In de prestatie sport geldt, dat
    de wil om arbeid te verichten (training) het belangrijkste is. Ik spreek uit ervaring als oud CIOS sportleider en echtgenoot van Anneke Stalman, die acht maal kampioen van Ned. was op midden en lange afstand. Ook ben ik zwager van Ria Stalman Olympisch kampioene. Een oude Japanse meester in het Judo gaf de opeen volgende belangrijkheid van eigenschappen in zijn sport. : 1. mentaliteit 2. snelheid
    3. techniek 4. kracht. In de dressuur is men pas hard gaan trainen toen Sjef Jansen zich daarmee ging bemoeien. Nu heeft men meer inzicht in de trainingsopbouw waardoor naast de hoeveelheid arbeid ook de nodige hoeveelheid rust in de gaten gehouden wordt. Om de arbeid te kunnen verwerken moet het paard zeker werklust en hardheid hebben. Natuurlijk moet het gezond zijn. Kleur en lange benen is mooi, maar de amplitude van de voorbenen moet wel in verhouding staan met die van de achterbenen. Ik zie dat ook in de hogere klassen (Lichte Tour en Grand Prix) het voorbeen gebruik overgewaardeerd wordt. De mindere gedragenheid van achteruit wordt dan niet in de beoordeling meegenomen.

  9. tony.van

    Al ik in Duitsland na het springen eens de dressuurring bekijkt zijn 95 procent van de paarden bruin tot zwart en wie valt er dan op juist een mooie stralende vos met veel tritt en souplesse in zijn lijf .Een clichee zo goot als een huis goeie paarden hebben geen kleur.Heef mij maar een over veel swung lopende vos dan een stijve zwarte

  10. eddy crul

    Gelukkig stelt dit probleem zich niet voor mij.Ik heb twee vossen en twee zwarte,en ik zie ze alle vier even graag.
    Maar vanaf wanneer begint hoogbenigheid.?????
    Ik spreek al gans mijn leven over grote en kleine paarden.
    Bruin, vos of zwart,???? Wat denk je dan van een mooie grijs schimmel, Wow!!En de zo uitzondelijk voorkomende bruin schimmel Wow!!Prachtig zijn die.Elk zijn mening natuurlijk. vr gr EC

  11. Klein

    Laat ik nou twee mooie (kortbenige) vosmerries hebben staan met beiden een vosmerrie-veulen aan de voet. Ik ben er blij mee. Super karakters en goed gepresteerd in de sport in zowel dressuur, springen als eventing. Beiden zijn springen gefokt. Ben het helemaal met Laura hieronder eens mbt de combinatie van dressuur- en springbloed. Wij hebben een Ampere-merrie gefokt uit een van de springen gefokte merries. Superfijn wedstrijdpaard met meegaand karakter, waar een amateur alleen mee op concours kan en ook nog eens ster, prok en IBOP-springen! Ik begrijp eerlijk gezegd niet waarom velen wat tegen hebben op een vos(merrie) en waarom het mengen van spring- en dressuurbloed ‘schelden in de kerk’ is. Brengt mijns inziens veel goeds.

  12. peter scheffer

    Krijgt Karel de Lange van het EASP stamboek dan steeds meer gelijk ?

  13. Sophia

    Leve de kortbenige vos of schimmel.

  14. eddy crul

    Kan even niet volgen,,Wat is er mis met een hoogbenig(groot) paard als hij sterk genoeg is opgevoed en aangepast is getraind tot zijn 6 à 7 jaar? Grote paarden hebben veel meer tijd, aangepaste training en voeding nodig ,Maar als je het geduld hebt kan je volgens mijn bescheiden mening van de meeste grote paarden ook atleten maken. Wie maakt mij wijzer.?

  15. Joost Smits

    Mijnheer Rosie, nooit gedacht dat ik mij nog ooit zou scharen bij uw volgers. Maar het is u nu toch gelukt. U slaat eindelijk de spijker op de kop.
    Mijn leermeester Ernest van Loon zei me eens dat je een ezel nog kunt laten piafferen als je het vak verstaat en als de ezel mee wil werken.
    Met de zogenaamde progressie in onze nationale dressuurpaarden fokkerij in de laatste decennia, is de klassieke rijkunst naar de achtergrond verdrongen.
    En van onze hoogbenige paarden worden, vaak op ondeskundige wijze, dingen gevraagd die zij anatomisch gezien helemaal niet kunnen verwezenlijken.

  16. Patricia Ahlström

    Langbenigheid geeft elegantie. Waarom dragen vrouwen weleens hoge hakken? Juist…

    Balletdansers hebben lange benen, terwijl turners, die voornamelijk explosief moeten zijn, dan weer kortere ledematen hebben. Waar willen wij de prioriteit leggen?

    Een bepaalde mate van langbenigheid moet wel gewenst zijn, lijkt mij, tenminste wat betreft de voorbenen. Een opwaarts gebouwd paard is immer functioneler dan zijn meer horizontale soortgenoten (in het algemeen dan, welteverstaan).

    Een twintigtal jaar geleden was een (relatief) lang(er) voorbeen iets wat men miste in de dressuurfokkerij. Er ontstond, door de eisen van de sport, de wens om een meer opwaarts gerichte frame te creëren. Ook is dat zondermeer bevorderlijk voor een fijne aanleuning en balans, op het moment dat men wat meer inzet vanuit de achterhand gaat vragen. Het paard moet ergens ‘heen’ kunnen met de energie vanuit de achterhand. En als je met een lage front zit, krijg je een horizontale ‘duw’ in je paard (en dus ook in je hand), met een zeer beperkte ‘veer’-mogelijkheid als resultaat. Een relatief gezien hogere voorhand is voor de dressuur daarom gewoon functioneler.

    Heb trouwens ook signalen van de springfokkerij opgepikt dat men ook daar geen ‘neerwaarts’ gebouwde paarden willen.

    Een lang voorbeen/hoge schoft c.q. voorhand dient alleen relatief gezien te worden (in verhouding met het achterbeen/achterhand).

    We moeten wél een sterk(er) schouderpartij, in combinatie met een opwaarts gebouwd paard én een sterk achterhand fokken. Een sterke schouder ziet toe dat het voorbeen (ongeacht lengte) zich kordater van de grond afgezet kan worden, waardoor ruimte gecreëerd wordt voor het achterbeen om door te treden, op het moment dat de schoft omhoog gebracht wordt, het moment na de afzet van het voorbeen. Maar daardoor krijgt het voorbeen ook meer ’tijd’ om zich uit te kunnen vouwen naar voren (schoudervrijheid).
    De cirkel moet rond. Er moet een logisch verband zijn en elk onderdeel moet de andere onderdelen versterken en niet tegenwerken.
    Een kort voorbeen moeten wij niet willen. Wél een sterke schouder. En ik ga hier niet in op de vanzelfsprekende noodzaak van sterke verbindingen en een sterk en relatief gezien kort achterbeen.
    En uiteraard komt daarna karakter en werkwilligheid bij.

    Maar we moeten niet eenheidsworst willen fokken. Een Japanse turner of een Russisch balletdanser. Ze hebben allebei wat. Elegante langbenige paarden en krachtpatsers. Als ze maar functioneel gebouwd zijn voor zijn type en correct gereden en opgeleid worden.

    P.S. Inbreng van springbloed in de dressuurfokkerij? Zeker. En vossen? Die vindt ik prachtig!!!

  17. MJ Kochx

    In de uitgave van ´Dressuur´ met Adelinde Cornelissen stond een interessant artikel met o.a. Isabel Gisbergen waar ´hoogbenigheid´ ook ter sprake kwam.
    Haar argument was dat je naar het hele voorbeen moet kijken, dus ook het opperarmbeen en de schouder en dat daar de lengte in moet zitten. Dit gecombineerd met een voldoende lange hals om te voorkomen dat de veulens al graasvoetjes ontwikkelen omdat ze met de extreem lange benen te weinig halslengte hebben om normaal te kunnen grazen.
    Bovendien zorgt een lange schouderpartij ook voor voldoende diepte in de romp, wat bij een heleboel ´moderne´ dressuurpaarden tegenwoordig ook nog wel is wil ontbreken.
    Voor mensen met lange benen (zoals mijzelf)zijn zulke paarden niet fijn want je kunt je benen er niet op kwijt, zeker niet als ze daarnaast ook nog smal zijn.
    Opwaartse bouw heeft niets te maken met een lang voorbeen, maar wel met een romprichting die voldoende opwaarts gericht is in combinatie met een opwaarts gewelfde hals. Kijk naar de tuigpaardfokkerij waar dit een eerste vereiste is en vergelijk dit met het gemiddelde springpaard waarbij de romprichting en de hals meer horizontaal zijn.

    Als we door een lang voorbeen naar opwaarts moeten komen, stel ik voor dat we de Amerikaanse methode toepassen zoals gebruikt bij de Saddlebreds … plak er een plateauzool onder en je hebt zomaar een paard wat richting giraffe-model gaat. Stop vervolgens een stang met enorme scharen in de mond, houd te handen extreem hoog en je hebt een paard in oprichting. Dit is uiteraard ironisch bedoeld.

  18. Patricia Ahlström

    Ben met MJ Kochx helemaal mee eens. Wellicht is mijn inbreng verkeerd begrepen, maar ik verzette mij tegen de discussie wel lange of korte benen in het algemeen, zonder oog te hebben voor de verhoudingen van voor- en achterkant en het totaalplaatje. Het gaat uiteraard om de romprichting. Goede inleg!

  19. eddy crul

    Helemaal mee eens,daarom stelde ik de vraag “wat is er mis met grote of hoogbenige paarden ?”
    Meer zelfs,als je met een groot elegant (hoogbenig zoals dit nu wordt genoemd) paard hetzelfde kan uitvoeren als met een klein geblokt paard zal het er heel wat sierlijker uitzien.En dat is toch ook de bedoeling van de dressuur. Dat is dan zo één van die evoluties in de dressuur die niets afdoet van het scala en die volgens mij toe gejuichd mag worden.(Elk zijn mening natuurlijk)Ik begrijp dan ook de negatieve reacties niet tegen grote (hoogbenige)paarden.Wel is zeker dat het met grote paarden veel moeilijker is om het gewenste doel te bereiken .En dat het met sommige grote nooit zal lukken maar dit is volgens mij geen reden om zo negatief te staan.Het lukt ook niet altijd met kleine paarden. vr gr EC

  20. MJ Kochx

    En toch heeft een ´thelwell pony´ de WB dressuur gewonnen … Valegro aka ´Bleuberry´ is nou niet bepaald langbenig, zeer rond geribd en een beetje propperig, maar kan wel los door zijn lijf bewegen met een voor- en achterbeen die met elkaar communiceren. Uiteraard kun je ook bij hem opmerkingen maken over het feit dat hij bijvoorbeeld in bepaalde oefeningen vertraagd, maar nobody´s perfect en zo zijn er nog wel meer. In de jaren ´90 heeft de Hoefslag een onderzoekje gedaan naar het exterieur van de toenmalige topdressuurpaarden en daarbij waren maar heel weinig langbenige types. Maar weer ´s herhalen en kijken waar we nu uitkomen? Totilas, Uthopia, Valegro, Undercover, Damon Hill aan de ene kant, wie komt er naast Parcival aan de andere kant?

  21. Karel de Lange

    Waarom dragen dames hoge hakken? Juist, omdat het elegant is. Maar kunnen ze ook elegant in balans draven? Voor geen meter. Daarmee hebben we gelijk het kardinale probleem te pakken. Deze toevoeging aan wat door de natuur, op basis van de wet van zwaartekracht, gevormd is, is totaal niet functioneel. Sinds de DNA-testen weten we dat al onze warmbloeds van het Kaspische paard afstammen. Dit oriëntaalse wilde paard was dus geheel volgens de evolutiestandaards gevormd
    http://easpstamboek.nl/sport-en-fokkerijgeschiedenis/het-kaspische-paard/
    Er zijn duizenden moderne warmbloeds die de functionele eigenschappen voor een goed gebruikspaard missen, laat staan dat ze een topdressuurprestatie zouden kunnen neerzetten. Een goed dressuurpaard – of het nu om een warmbloed of barokpaard gaat- moet de massa in balans kunnen verplaatsen. Om dat onder het zadel te kunnen presenteren, moet het paard (fysiek en mentaal) dus aan een aantal essentiële voorwaarden voldoen die onderhevig aan de zwaartekracht zijn en over miljoenen jaren door de evolutie zijn gevormd. Dat gaat voor elk zoogdier op dat in het evolutieproces een skelet en daarmee een skeletmechaniek heeft verkregen dat hem in staat stelt om zich efficiënt en in balans te kunnen verplaatsen. Aan die door de evolutie verworven waarden mogen wij nooit afbreuk doen en die kunnen wij ook niet verbeteren.
    De botten van het voor- en achterbeen zijn precies even lang en even zwaar. Daarmee geeft de natuur reeds aan dat de bewegingsbelasting op deze botten derhalve ook gelijk (50/50) dient te zijn. Bepalend voor een gebalanceerd bewegingsproces zijn echter de gewichtshoeken en het skeletmechaniek dat het paard in staat stelt om het surplus (10%) aan gewicht van de voorhand naar de achterhand te verplaatsen. Door die in de evolutie gevormde gewrichtshoeken en het skeletmechaniek te veranderen, bereiken we juist het tegenovergestelde. Dat had men door de eeuwen heen allang begrepen en was het “Gleichgewicht” bepalend voor het model ongeacht of het type nu zwaarder, lichter of eleganter werd.
    Door de paarden voor hoger te maken, krijgen ze ook meer gewicht op de voorhand te verwerken waarbij de achterbenen niet meer onder maar steeds verder achter de massa komen te staan. Dit giraffemodel is voor sportpaarden volkomen ongeschikt omdat het een hectische stuwbeweging met een doelloos zwaaiend voorbeen oplevert waar het voorgeschreven zweefmoment praktisch ontbreekt.
    Gewichtsverplaatsing van de voorhand naar de achterhand is alleen mogelijk bij een dalende achterhand waardoor de voorhand kan rijzen en de totale massa in balans kan worden verplaatst.
    Een dalende achterhand is alleen mogelijk als het bekken naar voren kan kantelen waardoor de onderliggende gewrichten, via het kogelgewricht van het darmbeengewricht, onder het eigen lichaamsgewicht kunnen worden verkleind. In de bijgaande link wordt dit hele door de evolutie gevormde proces van A-Z beschreven.
    http://easpstamboek.nl/sport-en-fokkerijgeschiedenis/totilas/
    Als we hiervan afwijken, gaat dit altijd ten koste van een gebalanceerd bewegingsproces. We kunnen de paarden dus best groter, kleiner, zwaarder of eleganter maken maar dat mag nooit ten koste van de harmonische verhoudingen gaan.

  22. Paardenfokkerij-Olympus

    Een dame op hoge hakken kan ik ook mooi vinden. Maar is deze dame op hoge hakken functioneel in de beweging in vergelijking met als ze sportschoentjes aan zou hebben? Het antwoord is niet mis te raden. Zo ook blijkt uit de literatuur van enkele Amerikaanse universiteiten, dat de lengte van het voorbeen overeen moet komen met de diepte van de romp. Langer of korter geeft problemen met de coordinatie in de beweging. Wetenschappelijke rapporten heb ik echter nog niet kunnen vinden, maar ik sluit niet uit dat deze toch de grondslag vormen voor de literatuur. Ook het evenwichtsmodel van Karl de Lange geeft dit aan.Het is ook zeer logisch. Lange voorbenen staan te lang aan de grond en verlaten als laatste de grond bij de afzet naar een zweefmoment.
    De fokkerij geeft hier het voorbeeld. Neem foto’s van alle keuringskampioenen van het KWPN op het moment dat het achterbeen de bodem gaat verlaten. En wat zie je? Ze staan in 90% van alle gevallen nog pontificaal vol op het voorbeen, welke inmiddels onder het zwaartepunt is geplaatst en als enig been het volledige paard draagt en nog moet afzetten. Op bijna alle foto’s van dat afzet moment van het voorbeen, zijn de overige 3 benen(dus beide achterbenen) al in de lucht. De beide achterbenen zijn dus uitgeschakeld om het paard zijn front op te stuwen.
    Ja en dan de schoft…… Als dat voorbeen zover terug staat voordat het als laatste de bodem verlaat , zakt de romp aan de voorzijde. Het als laatste afzettende voorbeen moet naast het heffen van het paard eerst nog de neerwaartse beweging van de romp doorbreken. Onverantwoord grote krachten worden daarmee op het voorbeen geplaatst. Niet voor niets dat de gemiddelde levensduur steeds korter wordt. Fokleiding die niet geinteresseerd is in biomechanica zou al lang naar huis gestuurd moeten zijn!!
    Het zijn niet alleen de lange voorbenen. Het kan ook de te grote hoek zijn in het heupgewricht bijvoorbeeld ontstaan door een te hellend kruis. En zo kan ik nog wel even doorgaan. Ik heb in mijn eerdere reactie al aangegeven dat exterieur niets anders is dan de juiste onderlinge verhoudingen binnen een paardenlichaam. En die functionele verhoudingen liggen onveranderlijk vast.
    Sjaak Hoedjes
    Bergen NH

  23. eddy crul

    Kan niet volgen ,Ik dacht dat een paard van nature uit altijd geboren wordt met 2 voorbenen en 2 achterbenen die de juiste lengte hebben om optimaal te kunnen bewegen.Ze kunnen lang of kort zijn,dus grote,middelmatige of kleine paarden, maar wel in evenredigheid met elkaar en met de body.Met als doel zo functioneel mogelijk te zijn.
    Uit verschillende reacties meen ik nu te begrijpen dat men voor de dressuur bezig is paarden te fokken met enkel een langer voorbeen dan dat het normaal zou zijn.Dat men voor dressuurpaarden probeert een paard te fokken die bvb makkelijker kan onderkomen en dus makkelijker wat met de achterhand kan zakken (een licht afdalend kruis bvb een hoge schoft bvb)dat begrijp ik wel.Maar heeft de natuur daar dan niet zelf voor gezorgd? Een paard moet toch van nature uit snel kunnen vertrekken om van uit stilstand te vluchten. Maar fokken op langere voorbenen ????? Kan dit bijna niet geloven!!!Is dit zo ??? vr gr EC

  24. Paardenfokkerij-Olympus

    @ Eddy
    Inderdaad is het zo dat een lang voorbeen gepaard kan gaan met een lang achterbeen . In dat geval zal de schoft toch net zo hoog zijn als het kruis , zoals het in functionele zin hoort. Vaak denken we bij een lang achterbeen aan een been wat door de relatieve lengte achter de massa komt te staan. Een lang achter de massa staand achterbeen komt altijd te laat aan. Maar dit terzijde.
    Heb je het simpel over de lengte van de benen dan is de maat van lang of kort afgemeten aan de rompdiepte van het paard in een verhouding 1:1 met de lengte van het voorbeen. Sterkere afwijkingen hiervan geven meer coordinatieproblemen.
    In de natuur zijn allerlei uitersten voorkomend. Zo heb je giraffes en konijnen. Selectie/fokkerij door mensen zonder oog voor de functionaliteit leidt tot ongewenste afwijkingen, zoals dieren waar hun hersenen niet meer in hun schedel passen , dieren die niet goed meer kunnen ademen, zelf hun jongen niet meer kunnen baren, dieren met afwijkende bewegingen etc. Het is dus een koud kunstje om paarden te fokken met relatief lange voorbenen of relatief lange achterbenen. Beide zijn ongewenst uit oogpunt van functionaliteit en dus welzijn. De natuur laat zich tot op grote hoogte wel degelijk manipuleren.
    Met vriendelijke groet,
    Sjaak Hoedjes
    Bergen NH

  25. Kathinka van den Bovenkamp

    Wij fokken tussen de vier en zes veulens per jaar. We houden ze aan tot vier jaar. Dan zijn ze gewend aan de trailer, scheren en oefenavonden van de keuring, meer dan zadelmak met een goede basis nadat ze nog een zomer in het land zijn geweest. We fokken met lijnen van Jazz, Ferro en Contango. Niet altijd de makkelijkste paarden en soms kortbenig met een neerwaarts rompmodel, soms langbenig met een opwaartse beweging. Veel vossen, maar ook bruinen en zwarten. Je weet nooit wat er uit je zorgvuldig uitgekozen combinatie merrie/hengst komt. Maar we fokken wel heel bewust met goede bewezen merrielijnen. En daarna komt het belangrijkste, de ruiter!
    We kunnen alle fokverenigingsavonden bijwonen, alle hengstenkeuringen in Nederland en Duitsland bijwonen, zorgvuldig kiezen qua combinatie en en accepteren dat fokken gokken is, de juiste combinatie zie je pas achteraf als het veulen net na de geboorte daar ligt en dan nog eens als de nakomeling tussen de drie jaar en vier jaar is. Veel lesgeven geeft je de mogelijkheid de potentie van combinaties te bekijken al komt het er soms niet uit. En zo wie zo kijken, nog eens kijken en altijd weer leren. En als het er niet in zit accepteren voor je fokproduct. Dan maak je een andere keuze voor een nakomeling, ieder paard heeft zijn functie! Als je Grand Prix paarden lineair gaat scoren blijf je nergens, maar we zijn wel fan van bewezen merrielijnen. Wij fokken o.a. met een Grand Prix merrie van Cordial Medoc, met een super karakter en heel veel go, zonder dat had ze het niet gered. De veulens hebben veel veer, zijn slim maar super fijn te hanteren. En met een Jazz x Contango merrie met een heel bekende broer, fijne paarden maar absoluut alleen voor de betere ruiter. En een Ferro merrie, eerste veulens zijn ZZL, ZZZ en Grand Prix, maar gevoelige paarden. Ook voor de betere ruiter maar na een goede start fijn te rijden. We vertellen het verhaal van het paard er altijd bij en nog geeft het af en toe problemen na verkoop qua kennis van de ruiter! Onze eerste insteek met fokken is het achterbeen en lendenpartij voor verbinding van achter naar voren. Maar wat betreft onze Grand Prix merrie, een paard wat zo werkt voor je en zo veilig is, die gun eigenlijk je alleen maar een goede ruiter! Op deze merrie kan je alles maken, maar dat is niet fijn voor het paard in deze tijd. Dus eigenlijk staat en valt alles met een goede ruiter. En daar kan ik qua lesgeven nog een boek over volschrijven, ik mis echt de leergierige ruiters die niet na een volle werkdag/schooldag hun grieven op hun paard afreageren, ja maar roepen bij alles en geen geduld hebben om theoretisch en praktisch met geduld te leren en jaar in jaar uit echt te trainen aan zichzelf en een goed plan van ontwikkeling te maken voor paarden die zo goed gefokt zijn dat ze een ruiter met heel veel betrokkenheid en motivatie behoeven. En ja, wij hebben ook kortbenige vossen gefokt. Als ze een goed karaktereigenschappen (interieur) combineren met een goed achterbeen (exterieur) dan komen ze er wel in de sport, maar zeker niet altijd op de keuring. Dan een jaartje later Ibop als we er in geloven en de sport in met een fijne ruiter als we die luxe hebben.

  26. Karel de Lange

    @25
    Al u over een neer- of opwaartse romprichting spreekt bedoelt dan de onder- of bovenlijn?

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.

Mogelijk ook interessant