Tenzij jouw paard wel heeft leren schaatsen op ijsklompen, kan je deze winter geen kant op met dat beest. Op stal klaagt iedereen over de wedstrijden die worden afgelast vanwege de sneeuwval. Ik doe hier enthousiast aan mee, want samen klagen schept een band. Maar eigenlijk vind ik het wel lekker rustig; geen wedstrijdstress.De spanning ontstaat niet eens zo zeer door het rijden van de proef, maar meer door de aanloop ernaar toe. Mijn bloeddruk loopt al behoorlijk op tijdens het invlechten. Mijn paard weigert stil te staan en mest minimaal drie keer in een kwartier. Waarna ik hem met veel kunst en vliegwerk in de trailer laad. Onderweg probeer ik zo voorzichtig mogelijk te rijden, wat al lastig genoeg is met de wegpiraten die geen rekening houden met het feit dat paardentrailers levende have vervoeren. Toch krijgt mijn Rocky het voor elkaar om in de bochten tegen de zijkanten van de trailer aan te hangen. Het gevolg hiervan is dat bij aankomst niet mijn dressuurtopper, maar een afgepeigerde, doorweekte knol de laadklep afdondert. Om vervolgens onder luidkeels gehinnik de rest van het wedstrijdveld te laten weten dat hij er is.
Dat ongetemde monster moet ik dan opzadelen. Sterker nog, ik moet er straks boven op gaan zitten. Uit veiligheidsoverwegingen doe ik dat dan ook pas in de bak. Om mij heen zie ik ruiters hetzelfde ritueel ogenschijnlijk probleemloos doorlopen. Zij stijgen zowat in de trailer al op en stappen met een lang teugeltje naar de bak. Je kunt mij niet jaloerser krijgen. Wanhopig verzucht ik: ‘Doe nou eens normaal!’.
Jarenlang heb ik gedacht dat mijn donkerbruine ruin abnormaal stout was. Mijn eindeloze zoektocht naar oplossingen zorgde ervoor dat ik me in alle mogelijke methodes heb verdiept.
Zo ben ik in aanraking gekomen met Dr. Andrew McLean, een bioloog uit Australië die gespecialiseerd is in paardengedrag. Op enkele tientallen kilometers boven Melbourne traint hij paarden voor de dressuur- of springsport in zijn eigen trainingscentrum. Hier behandelt hij ook paarden met gedragsproblemen, zoals steigeren, bokken, bijten en niet de trailer op willen. Zijn uitgangspunt is het zogenaamde ‘Equitation Science’ de wetenschappelijke studie naar het trainen van paarden. Hierin staat het leerproces en denkvermogen van de edele viervoeter centraal. Andrew beweert dat met de juiste toepassing van stimulus en beloning je ieder paard alles kan aan- en afleren. Volgens hem bestaan er dan ook geen stoute paarden, alleen slecht getrainde. Je snapt wel dat hij vanaf dat moment mijn onverdeelde aandacht had.
Andrew Mclean heeft mij het pijnlijke inzicht verschaft dat Rocky heel normaal gedrag vertoonde. De fout lag gewoon bij mij. Ik had hem niet goed opgevoed. Hier wilde ik meer van weten. Vanaf februari ga ik me daarom gedurende drie maanden in de praktijk van het ‘Equitation Science’ verdiepen. Tijdens mijn verblijf op het zonnige Australian Equine Behaviour Centre (het AEBC) krijg ik de kans om, naast mijn stalwerkzaamheden, clinics en trainingen bij te wonen. Ook krijg ik een paard tot mijn beschikking, zodat ik de kennis meteen kan toepassen. Ik ben vooral benieuwd naar hoe hij de ‘probleemgevallen’ benadert. Zijn manier van trainen is namelijk geen ‘softe’ aanpak, maar één die onderbouwd is met feiten. Door de logica erachter is het eenvoudig zelf te doen. Met de juiste oefeningen zou ik zelfs Rocky ieder gewenst gedrag kunnen aanleren. Handig voor de volgende winter. De rest van deze winter zal ik namelijk vanuit Australië verslag doen van mijn ervaringen op het AEBC. Wie weet kan ik hem na mijn terugkomst zelfs leren schaatsen op ijsklompen.
Janina van der Drift, columniste