Feit is dat de Britse won met 90,089%, met de gemiddelde score van 86,750% voor techniek en 93,429% voor artistiek. Cornelissen werd tweede met 88,250%, het gemiddelde van 84,214 voor techniek en 92,286 voor artistiek. Ergo, de Nederlandse scoorde op beide fronten lager. Hier de uitkomst van het waarderingsproces van het zevenkoppige jurypanel. Zes juryleden gaven de Britse hogere scores. Dan is het legitiem dat de Britse heeft gewonnen. Alleen het Nederlandse jurylid week daarvan af. Zijn scores zijn evenwel meegewogen.
Taakscheiding
Niets aan de hand? Dat blijft een open vraag. Het beoordelen van de Kür op muziek kent veel aspecten: moeilijkheidsgraad, technische uitvoering, artistieke uitvoering, choreografische en muzikale aspecten. In London zitten zeven juryleden rondom de piste, die ieder voor zich alle aspecten van de proef moeten beoordelen. Dat is anno 2012 uniek. De moeilijkheidsgraad beoordelen is een andere opgave dan het beoordelen van technische of artistieke aspecten. Daarom hebben alle artistieke olympische sporten die ik ken taakscheidingen doorgevoerd. Zo wordt minimaal de moeilijkheidsgraad en (technische) uitvoering beoordeeld door twee separate jurypanels. Bij turnen worden die scores bij elkaar opgeteld. Bij schoonspringen is de moeilijkheidsgraad vermenigvuldigingsfactor. Maar altijd is er sprake van taakscheiding. Dat verkleint de toch al complexe taakstelling van het individuele jurylid en verhoogt de kwaliteit van het beoordelingsproces.
In de dressuur is sinds mijn evaluatie – acht jaar geleden gepresenteerd op het Global Dressage Forum in Hooge Mierde – het aantal juryleden vergroot van vijf naar zeven. Van taakscheiding is nog geen sprake. In olympisch turnen worden zes keer tien mannelijke juryleden ingezet plus vier keer tien vrouwelijke juryleden. Ergo, honderd in totaal. En bij elke toestelfinale wordt geen jurylid aangesteld met gelijke nationaliteit als een finalist. Allemaal regels om het risico op ‘politieke’ oordelen uit te sluiten.
Nog geen transparantie
In de dressuur is sprake van paard, ruiter en het geheel. Het geheel moet weer in harmonie zijn. En bij de Kür op muziek op een choreografie en op muziek. Te vergelijken met ritmische gymnastiek: de gymnast, het handgereedschap en het geheel. Het jurysysteem van ritmische gymnastiek telt daarom drie panels (van vier personen elk) met gescheiden taken. Voor elke taak zijn meerdere juryleden aangesteld en ook hier geldt: hoogste en laagste scores worden weggestreept. Juryleden zijn ook maar mensen. Met deze laatste regel worden incidentele fouten in de beoordeling niet meegenomen in het eindoordeel.
Dit alles vereist een Code of Points waarin alle technieken nauwgezet zijn beschreven. Hoe dient de uitvoering te zijn om de maximale tien punten te scoren? Dat dient voor elke ruiter, trainer/coach, jurylid en journalist helder te zijn. Die transparantie kent de dressuur kennelijk nog niet.
Ik vind dressuur prachtige sport. Maar er is nog veel structureel werk aan de winkel in Code of Points en jurysysteem.
Hans van Zetten is NOS-commentator turnen, trampolinespringen, ritmische gymnastiek, kunstrijden op de schaats en ijsdansen.
Deze opinie verscheen vrijdag 24 augustus 2012 in De Paardenkrant.

Ik ben voor! Bij het turnen missen ze werkelijk geen enkel misstapje, ‘nahup’, ritme in muziek of kromme knieën, omdat elk jurylid weer naar een ander aspect kijkt. De jury’s in deze sporten komen altijd zeer kundig op mij over en de uitslag is praktisch altijd helder. Aan de oefeningen in de kur zou je ook een uitgangswaarde kunnen koppelen. Met alle respect voor de moeilijkheid: een piaffe op de rechte lijn is makkelijker dan een piaffe terwijl het paard tegelijk om zijn as draait. Wissels om de pas zijn makkelijker op de rechte lijn dan in een volte (of juist niet!). Misschien zijn er tussen de paardensport en turnsport al ‘overlegverbanden’, de dressuursport kan er in elk geval veel van leren!
Helemaal mee eens! Als dit systeem was gebruikt in Londen had de uitslag wel eens totaal anders kunnen zijn, want er heeft niemand zonder fouten gereden. Er moeten echter zoveel dingen tegelijk worden beoordeeld, dat het daar wel erg moeilijk van wordt.
Laten ze inderdaad eens hun licht opsteken bij het turnen.
KNHS – FEI graag Hans van Zetten inschakelen bij het opstellen van zo’n code of points, want hij weet hoe ’t werkt.
Ook ik ben het er mee eens, er zouden speciaal voor de muziek en artistieke uitvoering speciale juryleden moeten zitten, liefst een paar die muzikaal ook ergens verstand van hebben, de andere juryleden moeten de technische uitvoering beoordelen. En wat is er mis mee om de laagste en de hoogste scores niet mee te tellen?
een code of points is noodzakelijk , het houd de jury sport transparant en voor iedereen is het duidelijk wat vereist is en op welke wijze de beoordeling plaats moet vinden . momenteel zijn de jury leden het onderling niet eens en ieder geeft zijn of haar eigen uitleg , is de constatering al het zelfde dan worden er toch verschillende punten gegeven dat kan niet . zeker in onze sport , mennen , aangespannen met enkel en meerspannen is dit een nog veel groter probleem . het vereist in het begin veel werk maar later wil niemand meer terug naar het oude systeem, alleen elke verandering geeft weerstand , ik wens de fei veel succes met het ontwikkelen