De revolutie van paardenvoer

De revolutie van paardenvoer featured image
Foto Lonneke Ruesink
Vóór 1968 bestond er in Nederland nog geen speciaal voer voor paarden. Pas tegen de tijd dat de tractoren de werkzaamheden van paarden in de landbouw overnamen en de dieren steeds vaker in de sport verschenen, kwam de markt voor paardenvoeders in opkomst. Sindsdien maakt deze markt een ware revolutie door. 

“Na de Tweede Wereldoorlog gaven de boeren hun paarden waarmee ze op het land werkten meestal haver aangevuld met wat mineralen en vitamines van het rundvee. Haver staat al eeuwenlang bekend als een typisch paardengraan. De Romeinen voerden het hun paarden al wanneer ze ten strijden trokken”, vertelt Rob Krabbenborg, productmanager bij Pavo.
Pas in 1968, toen het paard steeds minder puur en alleen voor het werk op het land nodig was, begon men zich te realiseren dat de dieren ook recreatief en vooral in de sport inzetbaar waren. Meneer De Lange zag hier markt in en richtte het merk Pavo (PAardenVOer) op. Het eerste echte paardenvoer was een feit: Pavo 1. De sportpaarden raakten verder in opmars. Hierdoor begon de hele industrie zich in een sneltreintempo te ontwikkelen en kwamen er ook meerdere spelers op de markt op het gebied van paardenvoeding.
Lange tijd waren er alleen brokken verkrijgbaar voor paarden. Pas een jaar of vijftien terug kwamen de eerste muesli’s op de markt. “Dit heeft veel met de emotie rondom het voeren te maken”, vertelt Rob Krabbenborg. “Dit type voer roept veel positieve associaties op zoals ‘het ziet er zo mooi uit’ en ‘het ruikt zo lekker’. En muesli’s hebben ten opzichte van brokken ook een aantal onderscheidende eigenschappen. Paarden kauwen langer op muesli’s dan op een brok. Muesli’s bevatten vaak ook minder suikers en zetmeel.”

Marktvraag

Door ontwikkelingen in de markt en door wetenschappelijk onderzoek kwamen er steeds meer voervariaties op de markt voor verschillende situaties. “Denk aan voeders voor recreatiepaarden, sportpaarden, sobere paarden, fokpaarden en paarden die geen krachtvoer krijgen zoals de gezelschapspony. Deze nieuwe voeders ontstaan vanuit vraag van de markt en als gevolg van wetenschappelijk onderzoek”, vertelt de productmanager.
Er kwamen ook steeds meer voeders op de markt voor verschillende aandoeningen, zoals problemen met hoeven, spieren, gewrichten en vruchtbaarheid. “Je kunt de voeding van paarden in die zin vergelijken met humane voeding. Het begint met een basisvoeding en als er problemen zijn, zoek je daar de juiste aanvulling bij. Daardoor verschijnen ook steeds meer supplementen in de winkel. ‘Is een supplement nou altijd nodig?’ vraagt men dan wel eens. Nee, niet als er zich geen problemen voordoen.”

Onderzoek

De laatste jaren vindt in toenemende mate onderzoek plaats in het belang van het welzijn van paarden. Bijvoorbeeld het toevoegen van ruwvoer aan krachtvoer om de hoeveelheid vezels en de kauwtijd te doen toenemen.
“De waarborging van kwaliteit vindt men steeds belangrijker”, merkt Krabbenborg. “Denk aan dopingvrije topsportbrok en GMP in paardenvoeder. GMP staat voor ‘Good Manufacturing Practice’, wat inhoudt dat het produceren van paardenvoer aan bepaalde regels moet voldoen zodat gegarandeerd kan worden dat het voer veilig is, net als ons eigen dagelijkse brood. Produceren van paardenvoer onder de GMP-regels is nog niet verplicht, maar veel fabrikanten voldoen er al wel aan.”

Afgestemd dieet

De paardenvoedselindustrie is ondanks haar relatief jonge leeftijd een zeer dynamische industrie die volop in ontwikkeling is, zich steeds verder professionaliseert en waarin innovaties elkaar in een rap tempo opvolgen. Was er pakweg veertig jaar gelegen slechts één paardenbrok op de markt, tegenwoordig heeft men volop keuze. En deze keuze breidt zich naar alle waarschijnlijkheid nog verder uit, zodat de trouwe viervoeter een rantsoen voorgeschoteld kan krijgen dat volledig afgestemd is op zijn conditie, levensstijl en behoeften.

Lees alles over paardenvoer door de jaren heen in de voedingsspecial van december 2012.

Eén reactie op “De revolutie van paardenvoer

  1. Han Coolen

    “De paardenvoedselindustrie is ondanks haar relatief jonge leeftijd een zeer dynamische industrie die volop in ontwikkeling is, zich steeds verder professionaliseert en waarin innovaties elkaar in een rap tempo opvolgen.”
    —————————–

    Het wordt eens tijd dat er onderzoek gedaan wordt naar veel voeders van “onzin”-verkopers.
    Er wordt vaak van alles beweerd dat bepaalde produkten hier goed voor zijn of daar goed voor zijn.
    Maar uiteindelijk niet wetenschappelijk onderbouwd zijn en vaak valt onder de kop “onzin-voer” waarbij de niet kundige gebruiker met grote voeten in trappen.
    Verkopers weten dat zij grof geld kunnen verdienen aan de onnozele hobbyist.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.