Dubbeldam grijnst erbij om aan te geven dat er vandaag wel heel wat meer te springen valt dan gisteren in het jachtparcours. “De oxers zijn héél breed en de laatste lijn is echt moeilijk. Na de Rolex-oxer zijn de vier galopsprongen naar de dubbel heel normaal, dus kun je in die afstand niet veel doen. En vervolgens staat die dubbel heel krap gebouwd.”
Ogenschijnlijk simpel zeilde Zenith SFN over de gigantische bouwwerken van Frédéric Cottier. “Maar dat is ook zijn specialiteit”, zegt Jeroen. “Ik kan heel rustig naar een brede oxer rijden, want hij springt uit weinig heel ver weg.”
Op het voorterrein voelde Dubbeldam vanmorgen gelijk dat zijn paard niets had geleden van het openingsparcours. “Hij was gelijk gemakkelijk op het achterbeen. Als je paard op je hand gaat hangen, weet je dat hij moe is. Daar was bij Zenith geen sprake van. Hij was scherp en fit.”
“Ik spring met hem nooit veel op het voorterrein. Ik denk dat ik vanmorgen tien hindernissen heb gesprongen. Hij krijgt er alleen maar stress van als ik veel zou springen. Dat is wel fijn, want zo houd je mooi de energie in je paard.”
Er was één lastig moment voor Dubbeldam. “Na de driesprong zag hij iets – geen idee wat – waardoor hij even opzij schoot. Maar ik kon ‘m meteen daarna weer heel makkelijk opsluiten en hij pakte zó weer aan.”
Onder het motto ‘wat goed is, komt snel’ is de opmars van Zenith SFN naar de absolute wereldtop zeer voorspoedig verlopen. “Dat is zo”, beaamt Dubbeldam, “maar we hebben ook een aanloop van een jaar of twee gehad. Zo werk ik het liefste met paarden. Eerst rustig alle knopjes erop zetten en als je je huiswerk af hebt, dan pas het laatste van een paard vragen. Zo een paard ‘maken’ en voorbereiden op het grote werk, dat is het liefste wat ik doe. Ik kan genieten als ik op de tribune een goede speedrubriek zie, dat is óók mooi. Maar ik zelf werk het liefste met een goed paard naar het hoogste niveau toe.”
Bron: Horses

