Bij de gezonde paarden werd vooral Firmicutes gevonden (68%), gevolgd door Bacteroidetes (14%) en Proteobacteria (10%). Bij de zieke dieren was er een ander beeld: Bacteroidetes (40%), Firmicutes (30%) en Proteobacteria (18%). Ook binnen andere microben werd verschil aangetroffen. Zo kwam de Escherichia coli bacterie niet voor bij de gezonde paarden, maar wel bij acht van de tien zieke.
De onderzoekers van de Universiteit van Guelph, Ontario, benadrukken vooral dat deze gegevens het belang én de complexiteit van de microben in de darmflora aantonen. “De oorzaak van koliek zou kunnen liggen in onbalans van de microben, in plaats van een toenamen van een enkel pathogeen (ziekteverwekker van biologische oorsprong).” De balans van de darmbacteriën is onder andere gevoelig voor factoren als gasproductie en –ophoping en veranderingen in de voeding.
Wat de precieze verwekker van koliek is, blijft onopgelost. Verstoring van de darmflora lijkt echter altijd een belangrijke rol te spelen. Het is van kritiek belang om de micro-organismen in de darm goed in beeld te krijgen. “Een goed beeld van het normale is nodig om het abnormale te kunnen interpreteren.” Het identificeren van de organismen die oververtegenwoordigd zijn bij paarden met koliek, kan leiden tot inzicht in hun rol als mogelijke veroorzaker. Onzeker factor in dit onderzoek is volgens de uitvoerders dat het niet volledig zeker is of de bacteriën die in de uitwerpselen terecht komen, dezelfde zijn als die in de dikke darm zitten. Verder onderzoek waarin de verschillende delen van de darmen onderzocht worden is dan ook noodzakelijk.
Bron: Horses / Horsetalk
