Ik moet bekennen dat ik heel goed de weg heb leren kennen in de verschillende uithoeken van Nederland door de vele kilometers in colonne achter de commissie aan te rijden van hengstenhouder naar hengstenhouder om daar ter plekke de veulens te bekijken. Je had dan wel veel grotere groepen, vooral van hengsten die veel hadden gedekt, maar het kostte naast veel kilometers heel veel tijd. Nu is het bedje gespreid voor de fokkers, al verschijnen er nog slechts zes of zeven veulens per hengst ongeacht het aantal dekkingen.
Niet te snel veroordelen
Van wijlen Huub van Helvoirt heb ik geleerd op afstammelingenkeuringen kritisch te kijken. Daarbij is de kwaliteit van de moeders ook een belangrijk gegeven. Nu moet je een hengst, met name een springhengst, op basis van de veulens ook weer niet te snel veroordelen. Daar ben ik zelf wel eens de mist mee in gegaan. Maar toch: “Zijn er meer veulens uit de groep die goed zijn, dan kun je de vererving al een beetje zien. Zijn er maar een paar goede veulens in een groep, dan moet je voorzichtig zijn”, luidde het advies van Van Helvoirt.
Inmiddels worden de veulens aan huis gescoord en op basis daarvan wordt mede het rapport geschreven. Tja en zoals Huub toen al zei: het is net als in de politiek. Je bent overgeleverd aan die ene inspecteur en vervolgens aan een rapportage zoals die is verwoord. En daar ligt nu net de clou, want ook dat is zeer diplomatiek: hoe interpreteer je die rapportage? Wat de één een aansprekend veulen vindt, hoeft de ander niet te vinden en wat versta je precies onder een draf en galop die functioneel zijn?
Een ware puzzel
Voor mij was het commentaar bij de springhengsten meestal wel goed te volgen, maar ook een paar keer totaal niet: zowel in positieve als negatieve zin. Werd de ene keer een Franse voorstand gemeld, een incorrecte sprong weer niet en het lineaire scoringsformulier is een ware puzzel.
Het is aan de fokkers met een eigen visie welke kenmerken zij belangrijk vinden. En daarom is het ook essentieel dat die fokkers dat met eigen ogen gaan bekijken. Dat was zo en dat blijft zo. Gelukkig krijgen ze die kans naast alle informatie waarmee ze worden overstelpt.
Jacquelien van Tartwijk, redacteur
