“Eerder heeft het bestuur reeds gecommuniceerd, dat de goedkeuring van de hengst niet in strijd is met de reglementen”, aldus het KFPS. “In de voorwaarden voor deelname aan het CO is bepaald dat tijdens het verrichtingsonderzoek de hengsten worden gecontroleerd op cornage middels endoscopie/laryngoscopie. Hierin is aangegeven dat een geconstateerde afwijking naar aanleiding van de laryngoscopie een reden kan zijn om het onderzoek te beëindigen. Reglementair gezien is een afwijzing derhalve niet bepaald vanzelfsprekend.”
Afwijkend cornagebeeld
“Het bestuur realiseert zich, dat het beeld hierover bij de leden een andere is. Immers, de afgelopen vijftien jaar waren gevallen (voor zover bekend vier) met een afwijkend beeld altijd aanleiding voor afwijzing. De jury staat ook zeer terughoudend tegenover hengsten met een afwijkend cornagebeeld. In de praktijk betekent een afwijkend beeld ten aanzien van cornage in 99 van de 100 gevallen dat het CO zal worden beëindigd. Dit is afhankelijk van de mate waarin het cornagebeeld afwijkend is en de kwaliteiten van de betreffende hengst ten aanzien van fokdoelkenmerken als exterieur en sportaanleg. Het bestuur wijst erop, dat het in de eerdere vier gevallen ging om hengsten met een ernstigere vorm van cornage en/of om hengsten met minder kwaliteit.”
Twee keer endoscopie
“Eerder heeft het bestuur ook gecommuniceerd, dat het onderzoek en de besluitvorming door de jury correct en zorgvuldig heeft plaatsgevonden. Er heeft twee keer een endoscopie plaatsgevonden, een keer in Exloo en een keer op de Diergeneeskundige faculteit in Utrecht. De reden hiervoor was, dat wat de uiteindelijke besluitvorming over de hengst ook zou zijn, er geen twijfel zou mogen ontstaan over het geconstateerde cornagebeeld. In de eerste plaats omdat de hengst niet het bij cornage behorende geluid maakt bij de training en in de tweede plaats omdat het beeld van een endoscopie in zekere zin ook een momentopname is. Het beeld van beide onderzoeken was in dit geval echter vergelijkbaar.”
Nuancering
“In de rapportage van de faculteit is aangegeven dat de hengst volgens de normering van het KWPN in de klasse ‘net niet acceptabel’ valt. Dit is overigens een niet bestaande klasse. De door de beoordelingscommissie van het KWPN gehanteerde klassen zijn: in orde; acceptabel; net acceptabel en niet acceptabel. Met het woordje ‘net’ heeft de beoordelingscommissie een nuancering aangegeven.”
Afweging jury
“De jury heeft zich vervolgens laten adviseren over alle aspecten van cornage (variatie in klinisch beeld, oorzaken, genetische aspecten, etc.), onder meer door Prof. Dr. Sloet onder wiens verantwoordelijkheid de endoscopie op de faculteit heeft plaatsgevonden. Uiteindelijk heeft de jury de afweging gemaakt dat het uiterst positieve beeld van de hengst ten aanzien van exterieur en verrichting en het feit dat het om een lichtere vorm van cornage gaat, goedkeuring gerechtvaardigd is.”
Erfelijkheid cornage
“Cornage kan ontstaat door verschillende externe factoren, zoals verkoudheid, droes, trauma aan de hals, tekort aan vitamine B1, etc. In de meeste gevallen, meer dan 90%, blijft de oorzaak echter onduidelijk. Hieruit moet niet de conclusie getrokken worden, dat cornage voor 90% erfelijk is. Er is slechts beperkt onderzoek gedaan naar de erfelijkheid van cornage. Er is bijvoorbeeld gekeken of de (eventuele) verantwoordelijke genen gevonden kunnen worden. Het feit dat dit niet gelukt is, geeft aan dat de erfelijkheid van cornage waarschijnlijk complexer ligt dan bijvoorbeeld bij waterhoofd en dwerg. Niettemin mag uit het onderzoek afgeleid worden dat cornage wel degelijk een erfelijke component heeft. Dit is mede aanleiding voor de tekst in het rapport van Boet 516, dat fokkers rekening moeten houden met een verhoogde kans op cornage bij de nakomelingen.”
Nakomelingen monitoren
“Het bestuur realiseert zich dat deze rapporttekst de keuze voor fokkers niet gemakkelijk maakt. Anderzijds kan hier ook niet concreter over geadviseerd worden. Net zoals bij alle andere kenmerken, is het niet eerder bekend wat een hengst vererfd dan wanneer de nakomelingen beoordeeld worden. De afweging ligt derhalve bij de fokker. Het bestuur heeft besloten om de nakomelingen van Boet 516 te gaan monitoren voor cornage, door ze te scopen en te vergelijken met een controlegroep. Mocht het zo zijn dat bij de nakomelingen van de hengst significant vaker cornage wordt geconstateerd dan gemiddeld, dan kan op deze wijze de foktechnische schade beperkt blijven. De wijze (leeftijd, aantal, etc.) waarop deze monitoring zal plaatsvinden, zal de komende maanden vastgesteld gaan worden.
Reglementen
“De vraagt blijft uiteraard overeind of het gewenst is, dat hengsten met een afwijkend beeld voor cornage worden goedgekeurd. Met andere woorden, moet de kadering van cornage in de reglementen strakker geformuleerd gaan worden. En zo ja, hoe moet de normering dan exact vastgesteld worden. Immers, de categorie net wel acceptabel is in zekere zin eveneens een afwijkend beeld. Het bestuur heeft deze vraag bij de fokkerijraad neergelegd, die hiervoor binnenkort met een voorstel voor reglementswijziging zal gaan komen.”
Dierenwelzijn
“Er zijn door de leden ook vragen gesteld over hoe cornage gezien moet worden in het licht van dierenwelzijn. Cornage levert doorgaans geen beperkingen op ten aanzien van welzijn. Wel kan cornage beperkend zijn voor prestaties in de sport en dan met name in de duursporten.”
Bron: Phryso
