Casall werd in 1999 (overigens ook het jaar dat topverervers Cornet Obolensky en Balou du Rouet het levenslicht zagen) geboren bij Wilfried Thomann in Drelsdorf. Daar werd hij – toen hij vijf dagen oud was – ontdekt Dieter Mehrens en Detlef Reimer Hennings. Zij fokten hem op en stelden hem in 2001 voor op de voorselectie voor de Holsteiner keuring.
Bestuur moest meekijken
Daar viel hij Norbert Boley meteen op. Hij informeerde bij Mehrens en Hennings of hij de hengst voor het Verband kon kopen. Maar de prijs was dusdanig, dat Boley twee bestuursleden van het Verband erbij haalde om te vragen of hij de prijs mocht betalen. Breido Graf zu Rantzau en Hans-Werner Ritters stemden in en Casall kwam voor een flink bedrag in handen van het Holsteiner Verband.
Dure ruin
Op de hoofdkeuring in 2001 liet Casall het bij het vrijspringen afweten. Slechts een sprong leek er op en Boley was bang dat hij niet goedgekeurd zou worden. “Ik was stiekem even bang dat ik een dure ruin had gekocht. Gelukkig had de hengstenkeuringscommissie de goede prestaties op de voorselectie nog in het hoofd en werd hij goedgekeurd.”
Bengtsson
Vervolgens legde Casall een goede test af, maar had hij de hoge verwachtingen als vijfjarige nog niet helemaal waargemaakt. Het Holsteiner Verband maakte zich zorgen en ging op zoek naar een nieuwe ruiter. Aan het einde van het vijfde levensjaar van Casall kwam Bengtsson in beeld. Breido Graf zu Rantzau, de voorzitter van het Holsteiner Verband en de voorzitter van de FN, stelde Rolf Göran Bengtsson voor.
Het succesverhaal dat volgde en begon met het Holsteiner kampioenschap in 2005 en brons op het Bundeschampionat voor zesjarige springpaarden, kent iedereen. Bengtsson zegt er over: “Een paard als Casall, krijg ik nooit weer.”
Lees hier het hele Casall-portret (Duits)
Casall bij de eerste stop van zijn afscheidstournee:
Bron: Pferd+Sport/Paardenkrant-Horses.nl

