De maximale hoogte van de hindernissen is 1,55 m en de snelheid waarmee Patrice Delaveau, Beezie Madden, Rolf-Göran Bengtsson en Jeroen Dubbeldam rond zullen moeten rijden is 375 meter per minuut. “De hele week was de snelheid vierhonderd meter per minuut, maar de FEI-reglementen schrijven voor dat in de paardenwissel de snelheid omlaag moet. De toegestane tijd gaat waarschijnlijk geen rol spelen”, legt Ismalun uit.
Het parcours begint met een steilsprong van 1,50 m richting het ‘voorterrein’, dat dit keer in de ring is opgesteld. Dan volgt oxer hindernis twee. Een iets opbouwende oxer, waarvan de voorste paal op 1,47 m ligt en de achterste op 1,50 m. De breedte is 1,50 m. “Deze hindernis is van de uitgang en het voorterrein afgebouwd. Wellicht worden de paarden wat afgeleid door de aanwezige paarden op het voorterrein”, aldus Ismalun. Na oxer twee volgt op een iets rustige vijf galopsprongen de FEI-steilsprong. Deze hindernis vijf ligt op 1,51 m. “We hebben expres voor een fractie korte vijf galopsprongen gekozen, zodat de paarden een beetje sprong houden op de steil.”
Na hindernis drie moeten de combinaties rechtsom naar hindernis vier draaien. Onderweg galopperen ze om ‘Parijs’ heen – een prachtig decorstuk met onder meer de Eiffel Toren. Oxer vier is een parallelle oxer van 1,50 m hoog en maar liefst 1,60 m breed. “Deze oxer is langs het voorterrein opgesteld. Wellicht zullen de paarden wat afgeleid worden. Daarna hebben de ruiters veel tijd tot de driesprong.”
De insprong van driesprong 5 ligt op 1,50 m-hoogte en is 1,50 m breed. “Van 5a naar 5b is het een vrij korte galopsprong, maar aangezien de driesprong een fractie bergopwaarts ligt, zal het niet heel kort zijn”, legt Ismalun uit over de 7,80 m tussen 5a en 5b. Het middelste element is een steilsprong van 1,50 m, terwijl de uitsprong 1,55 m hoog is. “De uitsprong is wat licht en waarschijnlijk zullen de fouten op of 5b of 5c worden gemaakt.”
De Final Four moeten dan door ‘het dorp’ naar hindernis zes. Een lastige roll-back naar een flinke oxer. Dat vindt ook voormalig topruiter Michel Robert, die aansloot bij het parcours verkennen. “Dit is echt een lastige wending en lastige hindernis. Er zijn veel kleuren om de hindernis heen, maar de oxer zelfs is wit. Echt niet eenvoudig”, vindt Robert. Deze ‘Brug van Normandië’ is 1,51 m hoog en 1,55 m breed.
Linksom moeten de ruiters langs decorstuk ‘de zee’ galopperen en terugdraaien voor de laatste lijn. Steilsprong zeven is 1,55 m hoog en slechts 2,5 m breed. “De ruiters moeten hun paarden echt goed in het midden krijgen”, vertelt Ismalun. De laatste lijn is een lastige. Van zeven naar de flinke oxer acht staan de ruiters voor een keuze: een voorwaartse zes galopsprongen of een korte zeven. “Dit gaat lastig worden! Deze Rolex-oxer is 1,50 m hoog en maar liefst 1,60 m breed. De ruiters zullen een goede beslissing moeten nemen: vooruit op zes of terug op zeven”, besluit assistent-parcoursbouwer Michel Ismalun.
Klik hier voor een overzicht van de Final Four.
Bron: Horses


toitoitoi