In mijn gesprek met de vertegenwoordiger van het Oldenburger Verband gluurde ik nog wat verder in de toekomst. ‘Zijn er straks nog wel hengstenhouders?’ Om mijn eigen voorzet gelijk in te koppen: ‘Omdat de steenrijke eigenaren van de grote sterren van de sport geen zin hebben om sperma te verkopen, zullen er altijd handelaren in vruchtbaarheidseenheden van hengsten zijn. Met alle technische ontwikkelingen en de waardetoename van internationale sporthengsten, gaat de handel straks niet in doses of rietjes, maar in cellen. Of in het recht om één veulen van één bepaalde hengst op de wereld te mogen zetten. Commerciële talentscouts met Fingerspitzengefühl voor ontwikkelingen in sport en fokkerij zullen de markt beheersen.’
Omdat het Oldenburger Verband de organisator is van het forum, vond ik het gepast om ook de functies van stamboekmedewerkers onder de loep te nemen. ‘De fokleider belichaamt het stamboek van de toekomst: één en al dienstverlening. Niet door zich af te zetten tegen andere stamboeken, maar door zich als dienstverlener voor fokkers in te zetten, kunnen fokleiders en stamboeken zich onderscheiden. Ik zie alleen voor de verkoopleider op termijn geen rol weggelegd. Een fokker die het stamboek nodig heeft om zijn product te verkopen, doet iets niet helemaal goed.’
Na mijn glazenbolbetoog nam Kanowski zelf het woord: ‘Uhh, prima dat verhaal over toekomstige fokkers, maar zou u alstublieft eerst iets willen zeggen over de mediaster die Nederland in de paardenwereld is? Wat doen de Nederlanders anders dan de Duitsers? Hoe komt het dat Nederland zich steeds op de linkerbaan van de hippische snelweg bevindt?’
De schellen vielen van mijn tunneldenkende ogen. Het moet op het Oldenburgse forum over de toekomst gaan en na Normandië 2014 ís Nederland voor veel buitenlandse fokgebieden en paardensportinstanties de toekomst. Maar als anderen naar Oranje kijken, is het voor Nederland ook weer tijd om zich op zijn eigen toekomst te bezinnen.
Dirk Willem Rosie, hoofdredacteur ()
Deze opinie verscheen woensdag 8 oktober 2014 in De Paardenkrant.

Leuk van de hr. Rosie dat hij zichzelf en het kwpn de hemel in prijst. Het kwpn is een vergaarbak van paarden van andere verenigingen en als een hengst van een andere vereniging het goed doet wordt hij meteen toegelaten tot het kwpn, en heet dan een kwpn er. Fokkers zoals van het Holsteiner verband die ,in mijn ogen, de beste springpaarden fokken, hebben zich jarenlang aan hun eigen hengsten gehouden en bij hoge uitzondering en na lang wikken en wegen andere hengsten als bloedvernieuwing toegelaten. Wat dan ook vaak een hengst van de eeuw werd, Mensen zoals Johannes Maas Hell heb ik bij het kwpn nog niet meegemaakt. Het kwpn maakt op een goedkope manier gebruik van andere hengsten die dan zogenaamd kwpn ers zijn. Kijk naar de afstamming en zijn bijna altijd buitenlandse afstammingen.
En dan nog een belangrijk item. Als je naar het kwpn belt voor raad of advies is er nooit iemand thuis. als ik naar het Holsteiner verband is er altijd een luisterend oor, meestal de hr.Muffels van de hengstenstal.
Ben benieuwd of je bijvoorbeeld een bijna 100%Oldenburg paard met een Groen-KWPN papier(dus geen blauw!),ook als Oldenburg paard mag zien! Groen papier =KWPN paard met Goedgekeurde hengst van een”Vreemd”stamboek.
Ik zelf zie het namelijk wel als Oldenburg met een “hulp”KWPNpapier.
Toch blijft het een raar iets.