Wat betekenen de Wereldbeker, de Europese titel, de zege in de Nations Cup-finale, als de toekomst van de springsport op het spel staat ? In Montevideo vindt van 18 – 21 november de General Assemblee van de FEI plaats. In de hoofdstad van het hippisch nietige Uruguay staat onafwendbaar het systeem om ruiters uit te nodigen voor 5*-evenementen ter discussie.
Financiële drempel
Op topevenementen zijn de meeste punten voor de wereldranglijst te verdienen. De beste ruiters horen deze punten te verdienen, onder meer om zich te kwalificeren voor de Olympische Spelen. Als er een aanzienlijke financiële drempel wordt gelegd tussen de ruiters en het verdienen van wereldranglijstpunten, hebben kapitaalkrachtige ruiters een sportief voordeel ten opzichte van ruiters zonder geld of dikke sponsor.
60-20-20
Dat was de reden waarom de International Jumping Riders Club zich op de zaterdag van het EK in Göteborg unaniem uitsprak voor een verdeling van 60–20–20 procent bij het uitnodigen van deelnemers aan alle 5*-evenementen, inclusief de Global Champions Tour. 60 procent van de deelnemerslijst moet afkomstig zijn van de wereldranglijst, in aflopende volgorde, 20 procent van de startlijst is gereserveerd voor thuisruiters en het organiserende comité mag slechts 20 procent toekennen in de vorm van pay cards. Sportief succesvolle ruiters worden in dit systeem beschermd tegen kapitaalkrachtige ruiters.
2 miljoen
In de vergadering van de IJRC zei zelfs Ludger Beerbaum, die zich tegenwoordig specialiseert in Global Tour-wedstrijden, dat ‘alleen ruiters die het verdienen zich mogen kwalificeren voor de Spelen’. Steve Guerdat deed er nog een schepje bovenop: ‘We moeten de echte sport beschermen.’ De Olympische kampioen van Londen 2012 bedoelde: beschermen tegen de onechte sport van de Global Tour, waar teams eerst 2 miljoen moeten ophoesten alvorens de ruiters van die teams kunnen rijden. En waar 60 procent van het deelnemersveld zich naar binnen heeft gekocht.
Parallelle springwereld
De FEI zit nu in een spagaat. Enerzijds functioneert op dit moment de 60–20–20-regel voor alle topconcoursen behalve de Global Tour, anderzijds is er die parallelle springwereld van Jan Tops, die met de FEI een Memorandum Of Understanding heeft getekend waardoor hij 20 teams van 2 miljoen per stuk kan laten rond galopperen.
EEF solidair met IJRC
De IJRC is inhoudelijk verantwoordelijk voor zijn eigen wereldranglijst, de Europese nationale federaties hebben zich vorige week solidair verklaard met de springruiterclub. Wat gaat de FEI nu doen ? Wie het als eerste wil weten moet een vlucht naar Montevideo boeken.
Dirk Willem Rosie, hoofdredacteur
Reageren? Dat kan hier.
