De nieuwe welzijnsnota ‘paard’ ligt op tafel. Een aantal richtlijnen zijn uitgezet om het gehouden paard een beter leven te geven. In de nabije toekomst hoort elk paard een box van tien vierkante meter te hebben. Vier uur per dag beweging is een tweede punt. Het probleem dient zich onmiddellijk aan: waar en bij wie gaat dit gebeuren en hoe wordt dat gecontroleerd?Bij bonafide bedrijven is dit redelijkerwijs mogelijk. Na lang en hard vechten door brancheorganisatie FNRS is de slechte smaak die vroeger bij het woord manege omhoog kwam, verdwenen. De malafide bedrijven kunnen deze smaak straks geheel terugbrengen. Minimaal vier uur beweging komt goed uit; zo’n paard kan dan mooi een uur extra het strand op met een klant op de rug. Naar de boxmaat wordt niet gekeken; alleen in het hoogseizoen staan er paarden en wie weet precies waar? Mensen die maar één paard hebben, worden nooit gecontroleerd.
Het is jammer dat iets wat heel goed zou kunnen zijn, gedoemd is te mislukken. Het gaat net als met de hondenfokkerij. De bonafide fokkers worden door allerlei regels overal op afgerekend. Ze worden onevenredig op kosten gejaagd en krijgen er niets voor terug. Maar de malafide, ongeregistreerde fokkers die ik weet niet hoeveel honden in een te kleine ruimte houden en jaarlijks bij elke hond twee nesten fokken om zo de onkosten te dekken, worden niet gecontroleerd. Teruggekoppeld naar de paardenwereld lijkt het dat, hoe beter je je best doet alles voor elkaar te hebben, hoe meer je erop wordt afgerekend. Een goed bedrijf heeft misschien paardenboxen van negen vierkante meter, maar moet volgens de regelgeving straks uitbreiden. De malafide bedrijven maakt het niets uit en dat gaat in de toekomst heus niet verbeteren.
Slag voor de branche
Ik ben er huiverig voor dat bedrijven die aangesloten zijn bij de FNRS en de KNHS straks niet meer voldoen aan de eisen van het veiligheidscertificaat van Stichting Veilige Paardensport. Deze bedrijven zullen ontkoppeld raken en alles naar eigen inzicht gaan doen. Jammer en een slag voor de branche nu het steeds beter lukt de manegeneuzen richting het veilig en fijn houden van paarden te krijgen.
Een voorbeeld: Op een bedrijf staan zeventig paarden, maar niet één box is tien vierkante meter. Als die boxen volgens de richtlijnen verbouwd moeten worden, staan er straks vijftig boxen van tien vierkante meter. Dezelfde hoeveelheid stro wordt gebruikt en dat is tegenwoordig bijna niet te betalen. Om de onkosten te dekken, wordt minder stro gebruikt, minder gevoerd en de hoefsmid komt een weekje later dan gebruikelijk. Het geld moet ergens vandaan komen. Particulieren of ongeregistreerde bedrijven gaan op dezelfde voet door.
Er wordt niets verbeterd door deze regels. Het zijn dezelfde mensen die met hun paarden ongelimiteerd voortjakkeren over het strand. De bedrijven die op het randje zitten, zullen naar de slechte kant gaan hellen. De goede bedrijven worden geraakt door het woud van regels, maar zij zullen proberen er het beste van te maken. De mensen die er alles voor over hebben, betalen de rekening. Dit wordt in de hand gewerkt dankzij de politiek. Een kwalijke zaak. Politici die kijken naar het welzijn van de vis in de vissenkom. Maar naar paardentransporten door Europa wordt niet gekeken.
Hypocriet
Mensen zijn hypocriete wezens. Een voorbeeld: in november 2006 verdronken bij het Friese Marrum een aantal paarden omdat het water steeg in het buitendijkse gebied waar zij stonden. Dat werd een hele heisa en bracht een flink mediacircus op de been. ‘O, wat zielig.’
Maar over de talloze paardentransporten binnen Europa rept vrijwel niemand. Die paarden staan niet aangebonden in de wagen en vallen tijdens het transport om, waarna ze elkaar vertrappen. Ze komen meer dood dan levend op de plaats van bestemming aan, waarna ze de wagens uitgesleept worden om te worden geslacht. Dat is pas zielig. En waar komt het deels door? Omdat dierenvrienden op het paspoort door middel van een stempel vermelden dat het paard ‘niet geschikt is voor consumptie’. Dus worden deze paarden niet netjes in Nederland geslacht, maar op transport gezet naar het buitenland om daar alsnog geslacht te worden. Het paardenoverschot moet tenslotte toch weggewerkt worden.
De politiek heeft deze richtlijnen uitgezet om het gehouden paard een beter leven te geven. Maar ik vind dat dit ten koste gaat van de bonafide bedrijven en degenen die hun best willen doen alles voor elkaar te hebben. Hiermee behaalt de politiek mijns inziens geen winst, al helemaal niet voor de paarden.
Yvonne Buijs is samen met haar echtgenoot Marc Vaarzon Morel eigenaar van viersterren FNRS-manege de Paardenhof te Kwadijk en is ledenraadslid van de FNRS.
Deze opinie verscheen woensdag 30 november 2011 in de Paardenkrant