Zo gek nog niet

Euthanasie bij paarden
PaardenhouderijTer voorbereiding op deze column ben ik mij eens verder gaan verdiepen in de ambtelijke molen die zich bezighoudt met maken en uitvoeren van het beleid ten aanzien van de paardenhouderij. Het resultaat: pakken papier, torenhoge stapels met beleidsnotities, beleidsrapporten, beleidsvisies etc. De cartridges op kantoor zijn niet meer aan te slepen en een chronisch tekort aan nietjes en ringbanden ligt op de loer. Waar is deze schijnbaar onbevredigbare lust tot het maken van deze rapporten toch uit ontsproten?

Immers, door de Sectorraad Paarden en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten is een stuk vakwerk afgeleverd met het rapport ‘Paardenhouderij in de praktijk’. Een belangrijke eerste stap waardoor louter nog de uitvoering op ambtelijk niveau een succesvolle implementatie van een nationaal paardenhouderijbeleid in de weg kon staan. In de praktijk wil dit nogal eens anders uitpakken. Geen gemeente is hetzelfde en voor de paardenhouder geldt eveneens dat er veel diversiteit bestaat. Zo zal een gemeente met een groot economisch belang ten aanzien van de paardenhouderij, bijvoorbeeld als gevolg van een grote recreatieve sector of topsportevenementen binnen haar gemeentegrenzen, eerder geneigd zijn tot het doen van concessies dan een gemeente waarbij de paardenhouderij lager op de prioritaire ladder staat.

Feit is echter wel dat elke gemeente naar beste weten en kunnen probeert beleid te formuleren dat helder en uitvoerbaar is. Probleem daarbij is dat voor de paardenhouderij toch vaak geldt dat maatwerk de oplossing is voor een ruimtelijk probleem.

Natuurlijk is het goed dat kaders worden geschetst waarbinnen de ontwikkeling van paardenhouderijen zich moet begeven. De tweede stap is echter de individuele beoordeling. Een ambtenaar van een gemeente in het oosten van het land voelde dit feilloos aan toen ik met hem beraadslaagde over een kwestie waarin mijn bedrijfsmatig paardenhoudende opdrachtgever voor een voldongen feit werd gesteld. Door een niet goed passende bestemming werd de bedrijfsvoering en -ontwikkeling van mijn opdrachtgever ernstig belemmerd.

In plaats van zelf het wiel opnieuw uit te gaan vinden, verzocht hij mij te rapporteren wat voor soort paardenhouderijbedrijf mijn opdrachtgever had, wat de hoofdzakelijke aard van de werkzaamheden was, hoeveel paarden er tot het bedrijf behoorden cq. wat de maximale stalbezetting was en of ik daarbij aantoonbaar wilde maken dat de continuïteit van het betreffende bedrijf op de lange termijn was gewaarborgd. Als ik daarbij zelf nog een suggestie wilde doen over de wijze van bestemmen, dan moest ik dat zeker niet laten. Inmiddels is het betreffende bestemmingsplan naar ieders tevredenheid in werking getreden. En deze manier van werken is eigenlijk zo gek nog niet!

Robert van Driesten, rentmeester en eigenaar van Rentmeesterskantoor Drie Zwaluwen, fokker en springruiter.
Deze column verscheen vrijdag 26 augustus 2011 in De Paardenkrant

Mogelijk ook interessant