Eugène Reesink: ‘Succes in de dressuur wordt voor een groot gedeelte bepaald door de ruiter’

Eugène Reesink: ‘Succes in de dressuur wordt voor een groot gedeelte bepaald door de ruiter’ featured image
Dinja van Liere met Mauro Turfhorst in Wezep Foto: Arnd Bronkhorst / www.arnd.nl

In de serie 'zonder eigenaren geen hippische topsport' spreekt de organisatie van CHIO Rotterdam met Eugène Reesink. Een naam steeds vaker opduikt op toonaangevende concoursen en wedstrijden. Een eigenaar met ambities.

“Waarom paarden? Omdat ik niets anders kan. Maar zonder dollen, ik was bezeten van paarden en had echt een ontzettende hekel aan school. Na een aantal turbulente middelbare schooljaren, kwam ik met mijn vader overeen dat als ik mijn Havo diploma zou halen, ik het mocht proberen in de paarden. Als ruiter was ik niet goed genoeg. Even heb ik aan hoefsmid gedacht, maar ik ben me toe gaan leggen op de handel. Ik deed vanaf mijn veertiende vakantiewerk bij grotere fokkers in de omgeving en las de hippische bladen van A tot Z”, vertelt Reesink.

“Destijds was ik ervan overtuigd dat je voor werk in de paarden geen opleiding nodig had. Ik vond dat ik genoeg leerde in de praktijk. Met mijn vader ben ik een dag in Deurne wezen kijken, maar gezien mijn school attitude vond mijn vader dat geen goed idee. Zo heb ik, zoals velen, zelf mijn weg gevonden in de paardenwereld. Ik ging handelen in paarden en pony’s in alle disciplines, springen, dressuur en eventing.”

“Ik ontmoette mijn vrouw doordat ik een paard verkocht aan een klant van Gerda Smelt, waar Annebeth voor werkte en in 1988 zijn we getrouwd. In de beginjaren verkochten we vooral veel jonge paarden. We kwamen er achter dat twee- en driejarige dressuurpaarden veel makkelijker te verkopen waren dan springpaarden van die leeftijd. Zo zijn we steeds meer de dressuurkant op gegaan.”

Ruiter bepaalt veel

Een geheim achter zijn successen heeft Reesink niet. “Ik ben ervan overtuigd dat succes in de dressuur voor een groot gedeelte wordt bepaald door de ruiter. We hebben altijd goede paarden gehad bij goede ruiters. Leida Strijk, Hans Peter Minderhoud en Jessica Lynn Thomas bijvoorbeeld. Ook hadden we veel goede hengsten die we verhuurden. Echter, we brachten hele goede paarden weg om te dekken, maar kregen vaak matig gereden paarden terug.” 

“In 2020 kwam Bas met het idee om een eigen dekstation met eigen ruiters te beginnen. In die tijd hadden we contact met Dinja, die toen aan de vooravond van haar Grand Prix successen stond. Van het één kwam het ander en we kwamen overeen dat ze onze paarden ging rijden en daarbij haar eigen accommodatie kreeg. Eind 2020 begon ze in Uden, in Corona-tijd. Ze begon met drie hengsten: McLaren, Mauro Turfhorst en Frankie Lee.”

“Het bedrijf groeide en ontwikkelde zich steeds. Er kwam onder andere een tweede ruiter in dienst, Kim Alting. Vanaf dat moment hebben we de beschikking over twee erg goede ruiters, wat in mijn ogen erg belangrijk is. Zoals eerder benoemd, bepaalt een ruiter in mijn ogen een erg groot deel van de kwaliteit van de combinatie. Door de samenwerking met deze ruiters houden we onze paarden langer aan. Voorheen verkochten we als ze vijf of zes jaar waren, maar we hebben zelf de omstandigheden gecreëerd om ze langer aan te houden. Op onze bedrijven vind je geen overbodige luxe, maar alles heeft wel kwaliteit als basis.”

Eerste keer CHIO in 1980

Reesink kwam voor het eerst op het CHIO in 1980, toen de alternatieve Olympische Spelen werden georganiseerd. “Typisch CHIO Rotterdam vind ik het Kralingse Bos en het mooie pad naar de stallen. Ook vind ik de sfeer altijd goed en heel gemoedelijk. Tenslotte is de uitstraling van jullie concours heel bepalend. Ik ga niet veel naar concoursen, maar de laatste jaren wel naar Rotterdam.”

“Ik ga ervan uit dat ik dit jaar ook weer van de partij ben. Niet alleen om naar Dinja te kijken, maar misschien ook naar Dominique Filion. Dominique rijdt ons paard The Boss succesvol in de Grand Prix. We werken al lang samen met Dominique en in onze ogen behoort zij tot de categorie betere ruiters.”

Aken en Los Angeles

Reesink hoopt erop dat zijn stal op het WK Dressuur in Aken vertegenwoordigd wordt. “Maar dat ligt er aan hoe de observaties gaan verlopen en alles moet heel blijven. Over 2028, ik ben niet alleen eigenaar van Dinja haar huidige toppaard Mauro Turfhorst. De mede eigenaar Familie Koele van Stoeterij Turfhorst droomt ervan om met zijn allen naar hun paard op de Olympische Spelen te gaan kijken. Wij zijn echter handelaar en paarden lang houden is altijd een beetje spannend. Ik geef geen garanties, maar ik sluit ook niets uit.”

McLaren, Mauro Turfhorst, Red Viper

“Over dat paarden houden, het helpt natuurlijk wel dat onze paarden hengsten zijn. Het is gewoon moeilijk, we zitten vaak in een spagaat. Er is altijd vraag naar de paarden die Dinja rijdt, maar je wilt je ruiters ook houden. Op dit moment zijn McLaren, Mauro Turfhorst en Red Viper niet te koop, mede omdat we ons dekstation intact moeten houden. Daarnaast, als wij twee of drie keer voor een groot kampioenschap onze beste paarden verkopen, houden wij Dinja ook niet. Natuurlijk is op een zeker moment alles te koop, maar dat moment moeten we zorgvuldig afwegen. Als we te vroeg verkopen, gooien we alles wat we zorgvuldig hebben opgebouwd weer overboord.”

“Het mooiste moment in mijn paardenleven vanaf het moment dat we met Dinja gingen samenwerken? Dat was zonder twijfel toen Dinja en de toen pas negenjarige Vita di Lusso in Aken aan de start kwamen. Tussen alle wereldtoppers werden ze tweede en derde. Op dat moment kreeg ik kippenvel. Maar hier thuis kan ik ook erg genieten van een paard zoals McMary. Als Phoebe Peters McMary traint krijg ik op sommige momenten kriebels in mijn buik.”

Lees hier het hele interview.

Bron: CHIO Rotterdam

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.

Mogelijk ook interessant