“Ik ben zelf ongeveer acht jaar geleden ook benaderd om Bonfire en Salinero te laten klonen. Ik heb er heel bewust van afgezien. Want waren Bonfire en Salinero nou zo goed van zichzelf of had het ook te maken met hun vorming bij de eerdere fokkers en eigenaren? Voor mijn gevoel had hun opvoeding een grote invloed. Diezelfde historie kan je nooit meer tot in detail herhalen. Een kloon zal dus altijd, al is het maar een paar procent, afwijken van het echte model. Maar het draait in de topsport juist om details.”
Volle broers en zussen
“Ik maak natuurlijk dagelijks de uitgebreide fokprogramma’s van paarden mee. Kenners doen er alles aan om de fokproducten steeds beter te laten aansluiten op hun doel: de topsport. Dat lukt al heel vaak niet. Neem Salinero. Hij heeft zes volle broers en zussen, maar alleen Salieri heeft het gered als springpaard op de Spelen. Van de rest hebben we eigenlijk nauwelijks iets gehoord. Wat dat betreft kan je ook concluderen dat DNA niet alles is.”
Kloon van Joker
“Het enige wat mij nog wel aardig lijkt, is bijvoorbeeld een kloon van Joker. Met dat paard heb ik het juist net niet gered, terwijl hij mij wel heel erg intrigeerde. Hij werd ziek en we moesten hem laten inslapen. Daar zou ik een uitdaging in zien.”
Klik hier om de hele column te lezen via Blendle.com
Lees hier de column van Dirk Willem Rosie: Kloon-discussie
Bron: Telegraaf

