In de wereldbekerwedstrijd van Indoor Brabant was weer eens goed te zien dat we met z’n allen een denkfout hebben gemaakt door het ideaalbeeld van de FEI – expliciet beschreven in het FEI-dressuurprotocol – één op één op een driejarig paard te plakken. Dat FEI-ideaal beschrijft het paard aan het eind van een succesvolle opleiding tot ‘happy athlete’, in oprichting bewegend. Er staat dus niet: ‘in oprichting gebouwd’. En dat heeft het KWPN ervan gemaakt.
Nu zijn er heus wel in oprichting gebouwde paarden die zich succesvol laten scholen tot ‘happy athlete’. Maar ik ken helaas minstens zoveel in oprichting gebouwde paarden met achterbenen die de poeha van de voorbenen letterlijk niet bij kunnen benen. En in het optimale geval een toekomst als ‘happy athlete’ in de Lichte Tour tegemoet gaan.
Niet de bouw, maar de manier van bewegen – onlosmakelijk verbonden met het temperament – bepaalt uiteindelijk in hoeverre een paard aan het FEI-ideaal kan voldoen. Dat zag je aan Watermill Scandic HBC, die speelde met de opgaven van de Grand Prix, zijn niet ideale lichaamshouding ten spijt. Maar je zag het vooral aan Undercover, niet lang geleden nog een heet konijn, nu een koning.
Niet één paard weet zó goed waar het zijn benen laat, niet één paard gaat in drie gangen zo taktzuiver. En met zijn felle afdruk hóór je ook hoe hij de beenplaatsing volcontinu controleert. Een blinde had van Undercovers Grand Prix-proef kunnen genieten. De uitgestrekte galop klonk als de strakke ritmesectie van een popgroep, het was muziek in mijn oren.
Bij nader inzien is Undercover eigenlijk wel een heel toepasselijke naam. Op jongere leeftijd verhulde hij zijn ware identiteit als potentiële Grand Prix-topper. Het geheim school in de controle over zijn passen, in de gedragenheid bij overgangen, in het klein kunnen lopen. Niet direct kwaliteiten waar een jong dressuurpaard mee scoort.
Als ik het vergelijk met competities in andere landen is de Pavo Cup geen slecht systeem. Toch kunnen ook kundige juryleden de grootlopers vaak niet stuiten in hun oogstrelende opmars. Misschien moeten we komende zomer maar eens een Undercover-prijs instellen. Voor het jonge dressuurpaard met de beste kleine passen.
Dirk Willem Rosie, hoofdredacteur ()
Deze column verscheen woensdag 20 maart 2013 in De Paardenkrant.

DOLDRIEST
1) Baldadig 2) Gejaagd 3) Gewaagd 4) Ijlhoofdig 5) Lichtzinnig 6) Overmoedig 7) Onbezonnen 8) Onbeheerst 9) Onbedachtzaam 10) Onbesuisd 11) Roekeloos 12) Uitzinnig 13) Vermetel 14) Waaghalzig 15) Wild 16) Zeer onbezonnen
Gevonden op http://www.mijnwoordenboek.nl/puzzelwoordenboek/DOLDRIEST/1
@ Dirk Willem Rosie,
Ik vind het nou ZO jammer van U, dat U indeze Edward ENORM tekort doet!
Wie anders dan de trainer van het dier kan hem zover krijgen dat hij daadwerkelijk een athleet wordt?
Edward “vraagt” het aan zijn paarden en verdient het terug van zijn paarden,paarden lijken voor hem tot het uiterste te willen gaan.Hij geeft subtiele ,bijna onzichtbare aanwijzingen.Nooit werkt hij het paard tegen door druk,hij vraagt en geeft (beloond).Hij lijkt één te zijn met zijn dieren.Zijn paarden dragen hun staart waardig en trots,hebben een mooi gesloten mond,rustige ogen en de oortjes vrolijk naar voren,op elke aanwijzing reageren ze direct en correct.
De ruiter, Meneer Rosie,de ruiter die op diervriendelijke wijze het allerhoogst haalbare met zijn paard bereikt of zeer goed op weg is ,die mensen verdienen alle lof!
Het zijn de spaarzame ruiters/trainers die precies kunnen aanvoelen hoe het paard beweegt onder hen en daarop anticiperen.Paarden willen altijd graag werken voor deze mensen met passie ,geduld en liefde voor het dier! Dit zijn ook vaak mensen die het van nature in zich hebben en er dus niet mee te koop lopen..Alle respekt voor hen.
Amen 😉
@ Meta : Edward Gal mag dan een hele goede ruiter zijn, maar toveren kan hij niet. Hij zal het toch ook gewoon moeten doen met de kwaliteiten die het paard hem te bieden heeft. Hij zal absoluut in staat zijn om het onderste uit de kan te kunnen halen, maar op=op. Ik zie hem nog niet gauw met een fjord in de grand prix starten. De kwaliteiten van het paard tellen mijn inziens net zo goed mee als de kwaliteiten van diens africhter.
Met zijn conclusie:
“dat we met z’n allen een denkfout hebben gemaakt door het ideaalbeeld van de FEI – expliciet beschreven in het FEI-dressuurprotocol – één op één op een driejarig paard te plakken. Dat FEI-ideaal beschrijft het paard aan het eind van een succesvolle opleiding tot ‘happy athlete’, in oprichting bewegend. Er staat dus niet: ‘in oprichting gebouwd’. En dat heeft het KWPN ervan gemaakt.”
Gaat dhr. Rosie wel erg kort door de bocht. Al sinds jaar en dag heb ik en met mij veel meer mensen verkondigd dat het uit de lucht gegrepen modeplaatje met de lange voorbenen afbreuk doet aan de functionele voorwaarden van een sportpaard. De hippische pers bood echter amper ruimte voor deze gemotiveerde stelling en zette alle kaarten in op de lieden die het modeplaatje als zijnde het ultieme ideaal liepen te promoten. Waarbij deze lieden ook nog eens ruimschoots als deskundigen in de media aan het woord kwamen.
Met zijn uitspraak:
“Niet de bouw, maar de manier van bewegen – onlosmakelijk verbonden met het temperament – bepaalt uiteindelijk in hoeverre een paard aan het FEI-ideaal kan voldoen.”
heeft dhr.Rosie zelf nog steeds niet begrepen dat de bouw en de gedragen, tactmatige en evenwichtige bewegingen onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn.
Het evenwichtsmodel met de harmonische verhoudingen en met een gewelfde front- en bovenlijn stelt het paard in staat om in de beweging het surplus aan gewicht op de voorhand in stand door een dalende achterhand naar een zuivere 50/50 verdeling over de dragende benen in de beweging te brengen.
Dat alles heeft uitsluitend met de bouw en niets met het karakter en het temperament van doen. Het karakter en temperament bepalen uitsluitend of het paard deze door de natuur ontwikkelde functionele waarden ook in al zijn schoonheid en op het gevraagde moment aan ons als een volmaakt team onder de ruiter kan tonen.
http://www.easpstamboek.nl/files/Totilas.pdf
Ik sluit mij voor de volledig aan bij het kommentaar van Meta van Oosten-Nieuwenhuyzen !!
Ik lees nergens in deze blog dat Edward Gal op welke manier dan ook als ruiter tekort gedaan wordt. De blog gaat over de bouw van het paard dat volgens dhr. Rosie niet, of juist niet, hoeft te voldoen aan de KWPN-exterieureisen om uit te groeien tot een GP-paard.
Daarin ben ik het geheel met hem eens, het zijn tenslotte niet allemaal perfecte KWPN-paarden die op GP-niveau lopen. Sterker nog, van die perfecte paarden is de spoeling op het hoogste niveau nog heel dun. Wie weet komt dat nog, als na nog een paar jaar gespecialiseerde dressuurpaardenfokkerij wellicht het ‘perfecte plaatje’ is bereikt. De tijd zal het leren.
@ Karel de Lange; ik sluit me volledig bij uw opinie aan! De bouw bepaalt de kwaliteit van bewegen, in alle opzichten. Bouw van de gewrichten, spieren etc. , het gehele ‘bewegingsapparaat’! Echter, zonder het juiste karakter en temperament kan het paard / de atleet nog zo goed gebouwd zijn , er zal voor wat betreft de topsport weinig van terecht komen.
@ Meta; met de beste wil van de wereld , al ben je nog zo goed als ruiter / amazone, zonder het vereiste talent (karakter & temperament) en de juiste fysieke mogelijkheden van een paard kan een ruiter / amazone t.a.v. topsport met een paard niks beginnen . Hooguit de vernieling in helpen.
Ter illustratie; De trainer van Epke Zonderland verdient alle lof!! Maar Epke moet het doen ( = fysiek) en aankunnen ( = mentaal).
Hoewel het mentale talent en het fysieke talent in principe onlosmakelijk aan elkaar zijn verbonden
heeft mijn ervaring mij geleerd dat de mentale kracht van een atleet (wilskracht, inzet, doorzettingsvermogen, gretigheid, intelligentie) boven het fysieke aspect geplaatst kan worden. Dat bedoel ik in dit geval expliciet voor het paard. Omdat het doorzettingsvermogen van de ruiter / amazone te alle tijde in dienst van het paard gesteld moet worden. Om te voorkomen dat hij / zij anders door ‘verblinding’ een in mindere mate getalenteerd paard in de vernieling kan rijden.
Paard;
Grote fysiek mogelijkheden in combinatie met mentale zwakheid = geen talent voor topsport = blessuregevoelig.
Zeer beperkte fysieke mogelijkheden in combinatie met grote mentale kracht = geen talent voor topsport = blessuregevoelig.
Grote fysieke mogelijkheden in combinatie met grote mentale kracht = talent volgens ‘het boekje’ .
Uitzonderingen op de regels; misschien niet de bouw volgens ‘het boekje’ maar toch ongelooflijk sterk in uitvoering (correct in beweging) en overdracht (expressie). Dit zijn veelal de grootste toppers! Dun gezaaid!
@ Maria
Wederom de spijker op zijn kop!
Bij de selectie van sporters in een bepaalde tak van topsport, kan het meten van o.a. de lichaamsverhoudingen van de sporter, een belangrijke graadmeter zijn of deze sporter in deze tak van sport zou KUNNEN exelleren. Overal in de wereld is hier grote kennis over opgedaan.
Heel bijzonder dat er met dit inzicht en de kennis hierover niets gedaan wordt in de paardenfokkerij. De selectie binnen de paardenfokkerij is op dit punt dus nog zeer amateuristisch!
De fokkerijorganisaties laten hier dus duidelijk kansen liggen! Dat is jammer. Want het zou de Nederlandse fokkerij meer op voorsprong kunnen zetten.
Karel de Lange heeft hier wel degelijk een punt met zijn theoretisch model,welk een aantal uitgangspunten bevat waar je niet omheen kunt.
Om aan te geven waar ik het over heb noem ik er een: schofthoogte moet gelijk zijn aan lengte hals en hoofd samen (om zonder graasvoet te kunnen existeren).
En zo zijn er nog een aantal uitgangspunten te formuleren, die leiden tot het mogelijk maken van b.v. takt en verzameling.
Het zou bijzonder wenselijk zijn als daar in breder verband eens over nagedacht zou worden NADAT men alle voorhanden zijnde informatie over de hele wereld hierover heeft verzameld. Eigenlijk is het belangrijk genoeg om daar in al dan niet in samenwerking met de stamboeken een studiegroep voor te formeren, met mensen die werkelijk hier in geinteresseerd zijn, om advies te kunnen geven over lichaamsbouw in relatie tot biomechanica en dus ook prestatiegeschiktheid voor de topsport.
Zelf heb ik hierover al lang mijn conclusies getrokken en probeer dat in mijn fokbeleid te verwezenlijken. Zelf ben ik blij dat deze kennis tot steeds meer verdieping en inzicht voert en de takt en verzamelingsmogelijkheden steeds duidelijker naar voren komen.
Blessuregevoeligheid neemt af naarmate de lichaamsbouw voor het gevraagde doel meer optimaal is, zodat er minder gecompenseerd hoeft te worden door continue spieraanspanning al dan niet in andere lichaamsdelen , wat overbelasting tot stand brengt. Natuurlijk speelt innerlijke hardheid ook een rol. Deze is niet altijd geheel van de buitenkant af te lezen. Natuurlijk speelt de ruiter ook een hoofdrol. De extreme begaafdheid van Edward op het gebied van doseren van de hulpen(ruitergevoel) en zijn toewijding en drang om zich te verbeteren maken hem tot een topruiter! Een toppaard zonder topruiter zal nooit de top bereiken. Inderdaad andersom ook niet.
Er lopen daardoor in de schaduw nog vele toppaarden rond die net niet bij de juiste ruiter terecht zijn gekomen of waar een topruiter net geen juiste communicatie kan krijgen.
Sjaak Hoedjes
Bergen NH