Met de paardenhandel gaat het in Nederland nog steeds niet erg goed. Het onderscheid tussen de doorgereden kwaliteitspaarden en de jonge en doorsnee paarden groeit. Mensen willen kant-en-klare paarden, wat betekent dat paarden steeds verder gereden moeten zijn voordat de koper deze aantrekkelijk vindt. De markt voor jonge en groene paarden staat totaal op slot, daarin is weinig tot geen handel. Dat vertaalt zich in de dalende prijzen. Er is geen doorstroming, omdat de oudere paarden minder goed verkocht worden. De klant wordt kritischer en wil minder betalen.Wat betreft de toppaarden gaat de handel nog wel goed, zeker internationaal. Voor de Nederlandse sport is het jammer dat zoveel goede paarden naar het buitenland verdwijnen. Wel loopt het momenteel goed met de Nederlandse springsport. Er zijn mensen die investeren in topspringpaarden en fondsen als het Springpaarden Fonds Nederland.
Voor de fokkerij is de export juist een zege. Van alleen een Nederlandse markt is niet te leven. Ik zit voornamelijk in de handel van springpaarden en zie dat zo’n 70 procent van de wedstrijdruiters een paard ontwikkelt om vervolgens te verkopen. Slechts 30 procent is gebruiker of liefhebber. In de dressuur ligt het laatste percentage wel iets hoger, denk ik. Al de paarden die in de verkoop gaan, zijn alleen in Nederland niet te verkopen. Gelukkig is men in het buitenland ook geïnteresseerd in kwalitatieve paarden, anders zakt de markt helemaal in elkaar. We zijn van de export afhankelijk.
Zelf maak ik als vertegenwoordiger van de Verenigde Sportpaardenhandel Nederland deel uit van de onlangs opgerichte Holland National Horse Foundation. Dit fonds promoot Nederlandse sportpaarden in landen die zich steeds meer in paardensport verdiepen, als China en Rusland. Deze promotie is nodig om de export aan de gang te houden. Aan promotie moeten we eigenlijk nog veel meer doen, het is nodig daar meer geld voor uit te trekken. Zo mogen de jonge paarden wel aantrekkelijker worden gemaakt voor de export. Het ontwikkelen van een sportpaard kost echt heel veel geld en niet iedereen is in de gelegenheid om te investeren in de ontwikkeling van een paard.
Aangezien de handel op kwalitatieve paarden nog wel loopt, de goede paarden worden nog steeds duur verkocht, moeten we ons nog meer focussen op goede sportpaarden. Deze markt is slechts het topje van de ijsberg van de paardenhandel en dat topje moeten we zien te vergroten. Dat doen we op zich al wel, maar kan nog gerichter. We moeten nog beter nadenken over wat we willen fokken en nog meer proberen onze producten te verbeteren.
Egbert Schep, (op)fokker en paardenhandelaar
Deze column verscheen vrijdag 17 juni 2011 in De Paardenkrant