Ik wil jongeren in laten zien dat, als ze er eenmaal voor gekozen hebben, ze er ook echt alles aan moeten doen om succesvol te zijn. Het is dan geen spelletje meer. Het gaat om veel geld. Niet alleen door de paarden en de instructie, maar ook door alle dingen eromheen, zoals de fysieke training, hoefsmeden en bijvoorbeeld de Flexchair. Aan de ene kant maken we de omstandigheden
beter en professioneler, maar de jeugd moet daardoor ook de verantwoordelijkheid nemen om zich professioneel op te stellen.
Haalbare doelen stellen is belangrijk. Wat kan er bijvoorbeeld qua tijd en wat is financieel mogelijk?
Als bondscoach moet ik zorgen voor medailles en successen. Ik stimuleer dan ook dat er op ervaren leerpaarden wordt gereden. Ouders moeten ook helder voor ogen hebben welke doelen zij met hun kinderen willen nastreven. Hebben ze kortetermijndoelstellingen en willen ze dat kinderen succesvol zijn in een team? Of kijken ze naar de lange termijn en willen ze dat hun kind op een jong paard rijdt, waardoor een teamplaats veelal niet haalbaar is.
Verder is fysieke training bij ruiters heel belangrijk. Bij de senioren is het nog geen vanzelfsprekendheid – hoewel Adelinde natuurlijk hard aan de weg timmert – maar de jeugd van nu weet niet anders. Fysieke training hoort erbij. Zelfs de ponyruiters gaan al naar fitness. Dat is een heel positieve trend, die hopelijk doorgezet wordt.
Vroeger keek ik tegen de ponyruiters aan als kinderen op een pony, maar die mening heb ik inmiddels bijgesteld. De pony’s zijn eigenlijk kleine paarden en er wordt ook echt paardgereden door de kinderen. Kinderen in de leeftijd van twaalf tot zestien jaar leren zo makkelijk en zijn zo spontaan. Daardoor ontwikkelen ze zich snel en kan er een goede basis worden gelegd voor de toekomst, bij de paarden. Deze groep verdient de aandacht ook echt. Wat bij de jeugdruiters heel positief is, is dat ze elkaar enorm inspireren en zich aan elkaar optrekken, omdat ze met leeftijdgenoten te maken hebben. Ze worden door elkaar opgezweept tot nog betere prestaties.
Nederland staat er best goed voor met de jeugd, maar Duitsland is ook sterk en Denemarken is enorm in opkomst. Daarom moeten we blijven knokken en verder professionaliseren.
Tineke Bartels, bondscoach dressuur young riders, junioren en pony’s
Deze column verscheen woensdag 19 juni 2013 in De Paardenkrant.
