Dressuurpaarden op een rijtje zetten, dat gaat prima. Iedereen weet hoe een goed dressuurpaard eruit ziet en hoe die moet lopen. Maar hoe moet een springpaard eruit zien? Jarenlang stonden Quick Star – een op de kop gebouwde pony – en Carthago – een kolossale karossier – gebroederlijk in de top tien van best verervende hengsten. I rest my case.
Kletskoek
Is er dan geen keuringsstandaard waar de KWPN-juryleden zich aan vast kunnen houden? Ik heb hem even gegoogeld, maar klikte gelijk op het rode kruisje toen ik daar las: ‘Maakt de hoogte van de schoft het voor een paard makkelijker of moeilijker om de gevraagde prestaties te leren en uit te voeren? Zo ja, dan staat in de keuringsstandaard hoe de ideale schoft eruitziet.’ Het zweet van plaatsvervangende schaamte brak me uit toen ik deze kletskoek las.
Geen logica
Ik weet ‘t, het staat zo gek, een Centrale Keuring zonder springpaarden. In Overijssel houd je dan nauwelijks een keuring over. Ik vraag mij af hoe erg dat zou zijn. Dan wekken we in ieder geval niet langer de schijn dat springpaarden zich zinvol op een rijtje laten zetten. En brengen we eigenaren ook niet meer in de waan dat ze het oneens kunnen zijn met een volgorde waar de logica per definitie aan ontbreekt.
Zwierig in z’n nakie
De leden van het KWPN willen kennelijk hun springpaarden – aan de hand dravend – op een rijtje gezet hebben. Ook al vind ik het zinloos, daar is niks mis mee. Als iedereen denkt dat de keizer prachtige nieuwe kleren aan heeft, dan mag hij van mij zwierig in z’n nakie lopen. Maar als iemand vervolgens gaat schreeuwen dat de koning geen verstand van mode heeft, dan wordt de schijnvertoning onaangenaam.
Halverwege vertrokken
Op de CK in Geesteren dacht een inzender dat hij er meer verstand van had dan Cor Loeffen, Henk Dirksen en Arnold Kootstra tezamen. Hij zette de beoogde kampioene op de wagen en vertrok halverwege de keuring. Daar heb ik een enorme hekel aan. Eigenaren gaan vrijwillig met hun paarden naar een keuring, ze vrágen feitelijk om het oordeel van de jury. Dat proces kent geen voorwaarden, juryleden geven onbelemmerd hun oordeel, inzenders hebben dat maar goedmoedig te accepteren.
Respect
Fatsoen en respect horen bij deelname aan de keuring. Ook als de zin daarvan twijfelachtig is.
Dirk Willem Rosie, hoofdredacteur


Beste D.W. Fatsoensnormen zijn van alle tijden en gelden in alle omstandigheden. Dat moeten we zo houden. Springpaarden op de lokale- of centrale keuring horen daar thuis. Je hebt gelijk dat ze aan een touwtje niet laten zien wat ze als beoogd springtalent in huis hebben. Maar we kunnen wel beoordelen of ze gebouwd zijn volgens de standaard die we samen in het stamboek hebben afgesproken. En we kunnen ook beoordelen of ze kunnen lopen. Iets wat ik zelf heel belangrijk vind. Met name wat ze met de achterhand kunnen. Een sterk achterbeen komt namelijk altijd van pas. En als het beoogde springpaard in de toekomst toch te weinig talent heeft voor over het hout, is het wellicht wel een goede allrounder. Of eentje die de dressuursport kan dienen. De voorbeelden kennen we allemaal. Sterker: we kunnen de invloed van goedbewegende springhengsten in de dressuurrsport niet missen.
Dag Willem,
Zelden ben ik het met iemand zó eens geweest als nu met jou. Springpaarden fokken aan de hand van een standaard-exterieur model is gillende onzin. Voorbeeld: ik fokte een merrie (Quattro x Zeus), die zegge en schrijve 55 punten voor haar exterieur kreeg van meneer Reijne van het WPN. Diezelfde merrie loopt nu Grand Prix onder Tobias Meijer met een winstsom van inmiddels 28 duizend euro. Ik bedoel maar!
@Hans De stamboekgeleerden zullen dan antwoorden: uitzonderingen bevestigen de regel.
En tuurlijk zullen paarden met een bepaalde exterieur makkelijker springen dan die een niet zo geschikt exterieur. Echter het karakter is eigenlijk net zo belangrijk en dat is niet op een scoringsformulier in te vullen of te beoordelen.
Over de populatie gezien zullen ze vast wel gelijk hebben maar er zijn natuurlijk uitzonderingen. De uitzonderingen maken het nog niet zo dat we dan maar moeten fokken naar een 55 punten paard. Niet elke GP hengst zal GP paarden leveren en soms geeft een hengst die zelf helemaal niets doet in de sport GP paarden op rij.
Die onvoorspelbaarheid maakt de fokkerij natuurlijk juist leuk.
Het klopt wel wat je zegt hoor. In de springsport zou je meer waarde kunnen hechten aan predikaten als “prok” en “sport’ of “ibop”. Want dat is waaruit blijkt hoe ze het onder het zadel doen.
Leren hoe een springpaard eruit ziet, kijk naar de top 1000, die presteren en dat willen we. Wat mij betreft heeft die 3 benen, als het maar springt. Ik denk dat er van die paarden geen een op een keuring is geweest, had je ook nog de kans dat er een proleet die paarden naar huis stuurde.
Geheel eens met D.W. Rosie.
Sterker nog, de hele keuring en ranglijst van spring dekhengsten heeft maar één doel en dat is geldklopperij.
Als je ziet hoe weinig topproducten de “tophengsten” voortbrengen dan is dat om te janken en heb je net zoveel kans een topper te fokken uit de hengst van de buren dan van een hengst die zogenaamd top vererft.
De belangrijkste factoren bij springpaarden zijn de moeder en de opleiding.