Ga naar hoofdinhoud

Incorrect

Libero HHoe belangrijk is nou eigenlijk het exterieur van het sportpaard? Dat vroeg ik me afgelopen weekend op het gloednieuwe ICNN Drachten regelmatig af. Ik zag de Grand Prix-paarden over de diagonaal recht op me af komen en noteerde meermalen een C of een B voor toontredendheid. Al dan niet in combinatie met blokvoeten.

Het viel me temeer op doordat onlangs twee voormalige leden van de KWPN-hengstenkeuringscommissie – onafhankelijk van elkaar – pittige dingen over de Nederlandse exterieurbeoordeling hadden gezegd. Frenk Jespers distantieerde zich in deze krant van de manier waarop het KWPN met het exterieur omgaat. Fijne gebruikspaarden krijgen vanwege exterieurdetails een negatieve beoordeling, vindt de man die negen jaar lang zitting had in de hengstenkeuringscommissie.

Zo lang deed Hans Horn geen dienst, maar lang genoeg om te weten dat je van heel goede huize moet komen als je bij het KWPN een pleidooi wilt houden voor een paard met exterieurmatige tekortkomingen. In een interview met Sport Horse Breeding herinnert Horn aan de man die zo’n gevaarlijk exterieurdebat glansrijk had doorstaan.

Hoofdinspecteur Gert van der Veen kletste zich twintig jaar geleden de blaren op de tong voor Libero H. In de ogen van de toenmalige hengstenkeuringscommissie had die hengst als zoon van Landgraf automatisch een krom achterbeen, maar toen alle vage vooroordelen over het exterieur van de latere wereldbekerwinnaar waren weggeëbd, stond er een lange rij topspringpaarden op naam van de stempelhengst Libero H.

Horn morrelt in Sport Horse Breeding zelfs aan het zeer heilige huisje der correctheid. Misschien wel omdat Egano olympisch teamgoud won met zeer toontredende voorvoeten, of omdat Felix met zijn zeer steile achterbenen Jos Lansink naar de top heeft gebracht. Hoe het zij, de focus op allerlei kenmerken behalve precies dat ene waar het om gaat (is ’t een springpaard?) is Horn een doorn in het oog.

Nadat ik in Drachten de deels incorrecte Grand Prix-paarden aan het werk had gezien, las ik dat een Air Jordan x Lupicor de VSN Trofee had gewonnen. Dezelfde fantastisch gefokte en goed gebouwde Air Jordan x Lupicor die vorig jaar in de eerste bezichtiging ook al de sterren van de hemel sprong. Maar die toen zijn biezen moest pakken vanwege een ‘incorrectheid’ die nooit meer dan een D op het scoreformulier kan hebben opgeleverd. De commissie heeft vorig jaar vaardig de loep gehanteerd. Maar ook het risico genomen dat het beste springpaard van de jaargang nooit de fokkerij zal dienen.

Dirk Willem Rosie, hoofdredacteur (
[email protected])
Deze column verscheen dinsdag 10 januari 2012 in De Paardenkrant

5 reacties op “Incorrect

  • Een liefhebber

    Dekhengsten moeten ook anders worden beoordeeld dan sportpaarden. Wij als fokkers willen ook graag correcte veulens fokken. Uitgangspunt is dan ook correct fokmateriaal.

    Wat correct genoeg is zal de fokker zelf beoordelen, maar de selectie wordt gedaan door de hengstenkeuringscommissie en daar kun je het mee eens zijn of niet.

    Is de hengsteigenaar dan toch nog overtuigd van zijn hengst dan kan die zich bewijzen in de sport of naar een ander stamboek gaan. Dit kunnen en doen fokkers namelijk ook, gebruik maken van andere stamboeken.

    Dus het verhaal dat deze hengst geen kans zou krijgen ligt bij de hengsteigenaar en niet bij het stamboek.

    Dus sport en fokkerij zullen altijd verschillend beoordeeld worden en maar goed ook.

  • jan jonas

    Een scherp stuk van Dirk Willem Rosie richting Keur commissie. Wat Dirk Willem met zoveel woorden wil zeggen is dat een kampioen van Nederland nog geen goede vererfer is voor de sport. Dus exterieur van het paard zegt nog niks. Je kan een fantastische model fokken, maar doen de nakomelingen het niet in de sport dan heb je aan dat model ook niets.
    Ik weet nog goed van mijn volbloedtijd dat Nederlandse jaarling kampioenen bij de volbloeds nooit Toppers waren die Derby’s of klassieke rennen konden winnen. Enkele daargelaten. En één van die enkelingen was Gadiraan (v.Shamaraan) die in 1990 de Derby won. Dit paard heb ik toen van af veulentijd begeleid en klaargemaakt in België voor de Derby in Nederland. Zonder die begeleiding was het nooit een Derby winnaar geweest. Zo heb ik ook kromme en scheve paarden koersen zien winnen. Er is meer voor nodig om een topper te maken. Exterieur zegt niets over de kwaliteiten van het paard. Zeker niet bij de nakomelingen.
    Ik begrijp heel goed dat de keurmeesters naar een super paard willen streven maar dat is niet realistisch. Het eerste correcte paard moet nog geboren worden. Het blijft een schepping van moeder natuur en die is ook niet perfect.

  • Karel de Lange

    Er ging iets mis bij de vorige plaatsing

    Uit de onderstaande reactie van Rosie blijkt hoe belangrijk het is om eerst de functionele waarden van een dressuurpaard te definiëren om vervolgens de juiste conclusies te kunnen trekken.

    Ik zag de Grand Prix-paarden over de diagonaal recht op me af komen en noteerde meermalen een C of een B voor
    toontredendheid.

    Bij een paard dat zuiver in balans gaat, dienen de diagonaal dragende benen precies in elkaars verlengde te staan. Daarbij wijst de heffende voorvoet precies naar het midden voor het paard – dat lijkt optisch dus toontredend- om bij de landing exact in het verlengde van het diagonaal landende achterbeen uit te komen. Alleen als een paard zuiver over één spoor gaat, voldoet het aan de voorgeschreven balans.

    FEI 404/4.4
    The fore feet should touch the ground on the spot towards which they are pointing.

    Een toontredende stand resulteert in een maaiende beweging en een Franse stand leidt precies tot het tegenovergestelde en dus in een scheppende beweging. Toontredenheid heeft dus alles met de stand van de voet en maar weinig met een optisch toontredende beweging van doen.

    Wat Rosie wel had moeten signaleren, als het om afwijkingen in de bouw gaat, of de betrokken GP-paarden zuiver in de FEI voorgeschreven balans werden gepresenteerd. En als de uitvoering afwijkend is van hetgeen wordt voorgeschreven, trachten te herleiden of die afwijking aan de bouw, de inwerking van de ruiter of aan een combinatie van beide te wijten is.

    FEI 404/3.
    The quality of the trot is judged by the general impression, the regularity and elasticity of the steps –originating from a supple back and well engaged hind quarters – and by the ability of maintaining the same rhythm and natural balance, even after a transition from one trot to another.

    Alleen vanuit een consequente, functionele invalshoek is er een goede afweging tussen de bouw en de prestatie van een paard op GP-niveau te maken.

  • Folkert Frans

    Op deze site

    http://www.fokt.nl/phpBB3/viewtopic.php?f=16&t=14599

    staat visueel precies de uitleg van dhr. de Lange aangegeven. De geprojecteerde foto van dit GP paard laat aan duidelijkheid niets te wensen over.

    Het is jammer dat die mogelijkheid hier niet bestaat. Want met dit visuele plaatje wordt niet alleen glashelder in beeld gebracht wat wel of niet toontredend is, maar ook hoe de balans er volgens het FEI-reglement uit hoort te zien. En dat is buitengewoon leerzaam.

  • Balagur

    Op deze site hoef je ook niet in te loggen om het beeld te kunnen zien.

    http://www.bokt.nl/forums/viewtopic.php?f=22&t=1588014&start=450

Reacties zijn uitgeschakeld.

Lees ook