Wie ooit diergeneeskunde studeerde in Utrecht, kent haar waarschijnlijk nog: Faldo, de geduldige merrie die generaties studenten hielp hun eerste stappen te zetten in de paardenkliniek. Terwijl toekomstige dierenartsen leerden luisteren naar een paardenhart, een been onderzochten of voor het eerst een röntgenfoto maakten, bleef Faldo onverstoorbaar staan. Inmiddels is haar carrière voorbij. Na jaren trouwe dienst geniet ze van haar pensioen bij De Paardenkamp in Soest.
Daar staat ze nu tussen andere oudere paarden in de wei; ontspannen, nieuwsgierig en vooral relaxed. Een verdiende oude dag voor een paard dat jarenlang een belangrijke rol speelde in het opleiden van dierenartsen én in de zorg voor andere paarden.
‘Onze paarden zijn eigenlijk collega’s’
Faldo kwam als driejarige merrie naar de faculteit Diergeneeskunde van Universiteit Utrecht. In de jaren die volgden groeide ze uit tot een ervaren onderwijspaard: maar liefst 15 jaar verbleef ze op de faculteit. “Wat Faldo bijzonder maakte, was haar enorme geduld,” vertelt proefdiercoördinator Yteke Elte. “Bij radiologie kon ze eindeloos blijven staan terwijl studenten opnieuw een foto maakten. Nog een voetje iets omhoog, nog even een ander been: ze bleef rustig. Dat maakte haar ontzettend waardevol voor het onderwijs.”
Aan de faculteit staan momenteel achttien paarden die worden ingezet voor onderwijs en patiëntenzorg. Studenten leren er niet alleen hoe ze een paard medisch onderzoeken, maar ook hoe ze veilig en rustig omgaan met grote dieren. Voor veel studenten is dat spannend, omdat ze weinig ervaring met paarden hebben.
“Je ziet studenten in een paar weken enorm groeien,” zegt Elte. “In het begin vinden sommigen paarden groot en intimiderend. Aan het einde van hun coschap nemen ze zelfstandig een paard mee uit stal. Dat geeft zelfvertrouwen.”
Opleiden voor betere paardenzorg
De paarden op de faculteit spelen een cruciale rol in het opleiden van toekomstige dierenartsen. Ze helpen studenten bij het leren van onder meer radiologie, orthopedisch onderzoek, neurologisch onderzoek, wondverzorging en injectietechnieken. Ook worden sommige paarden ingezet als bloeddonor of als gezelschap voor zieke patiënten. Dat gebeurt onder strikte regels. Het welzijn van de dieren staat voortdurend centraal. “Alles is streng gereguleerd,” legt Elte uit. “We houden per paard dagelijks welzijnslogboeken bij en monitoren continu hoe het met ze gaat. We letten heel goed op gedragsveranderingen. Als een paard minder vrolijk wordt of sneller geïrriteerd raakt, onderzoeken we eerst of daar een medische oorzaak voor is. Soms blijkt een paard bijvoorbeeld ergens ongemak te hebben en moeten we dat behandelen.”
De paarden werken bovendien maar beperkt: vaak enkele uren per week, met verplichte rustperiodes tussendoor. Buiten de lessen staan ze zoveel mogelijk in de wei of paddock en worden ze verzorgd door studenten van de studentenvereniging.
Geen machines, maar levende leermeesters
Volgens Elte zit de waarde van de paarden niet alleen in medische vaardigheden. “Studenten leren van paarden ook iets over zichzelf,” zegt ze. “Dat ze rust moeten uitstralen, geduldig moeten zijn en vertrouwen moeten winnen. Dat leer je niet uit een boek.” Faldo bleek daarin een natuurtalent. Ze hielp studenten bij hun eerste longeerles, stond stil tijdens echografiecursussen en liep jarenlang mee als geliefd lespaard bij studentenrijvereniging De Solleysel. Dressuur vond ze minder interessant, maar buitenritten door het Panbos des te meer. “Buiten galopperen vond ze fantastisch,” lacht Elte.
Bokkesprongen alsof ze weer drie is
Na verloop van tijd kreeg Faldo last van artrose. Hoewel ze haar werk lang met enthousiasme bleef doen, merkten begeleiders dat ze minder plezier kreeg in haar onderwijstaken. “Dat zijn signalen waar we heel alert op zijn,” zegt Elte. “Voor ons is het belangrijk dat paarden hier een fijn bestaan hebben. Die paarden helpen ons de dierenartsen van de toekomst op te leiden; het zijn eigenlijk onze collega’s.”
Toen duidelijk werd dat Faldo toe was aan rust, ging de faculteit op zoek naar een passende pensioenplek. Die werd gevonden bij De Paardenkamp, gespecialiseerd in de opvang van oudere paarden. “Het gaf veel voldoening dat we voor haar zo’n fijne plek konden regelen,” vertelt Elte. “De Paardenkamp wordt gerund door professionals die precies begrijpen wat oudere paarden nodig hebben.” Volgens Elte zie je aan alles dat welzijn daar voorop staat: van de deskundige verzorging tot de rust, ruimte en aandacht voor ieder paard. “Ze hebben er niet alleen enorm veel kennis, maar behandelen de paarden ook echt met liefde en respect. We wisten dat Faldo daar een prachtige oude dag tegemoet zou gaan.”
En Faldo? Het pensioen lijkt haar prima te bevallen. Volgens haar verzorgers kan ze in de wei nog steeds ineens bokkend rondrennen “alsof ze weer drie jaar oud is”. Een mooie beloning voor een paard dat jarenlang rustig op de achtergrond stond, terwijl duizenden studenten leerden hoe ze later voor paarden in heel Nederland moeten zorgen.
Dit artikel is geschreven in het kader van de Week van het Paard: een landelijke publieksweek (23 t/m 31 mei 2026) waarin de Nederlandse paardensector haar deuren opent voor bezoekers. Door het hele land laten maneges, stallen, fokkerijen en andere paardenbedrijven zien hoe veelzijdig de paardenwereld is en hoeveel aandacht er dagelijks uitgaat naar welzijn, verzorging en vakmanschap. Zo wil de sector nieuwe mensen kennis laten maken met de wereld achter het paard. Kijk voor meer informatie en deelnemende hippische locaties op www.weekvanhetpaard.nl
