Freeman monitorde de paarden eerst gedurende twee tot vier dagen, terwijl de dieren in de wei liepen. Daarna werden de paarden gedurende veertien dagen op stal gezet, waarbij ze slechts weinig beweging kregen. Freeman: “Op stal dronken de paarden meer. Maar dit kon de verandering in het dieet niet compenseren. Er ontstond een vertraging van de activiteit van de darmen. Daarnaast droogde de ontlasting die in de darmen zat uit.”
Volgens Freeman was deze verandering vooral zichtbaar in de eerste vijf dagen dat het paard op stal kwam te staan. Het risico op koliek is tijdens deze dagen dan ook het hoogst.
Malcolm Morley van de Stable Close paardenkliniek in Hampshire onderschrijft de uitkomst van het onderzoek. Paarden die van het land naar de stal verplaatst worden, moeten een aangepast dieet krijgen en voldoende in beweging blijven, zodat ze niet ‘dichtgepropt worden’, voegt hij toe. Volgens hem zijn er minder meldingen van koliek bij paarden die in de weide staan. “Maar als een paard dat altijd buiten staat koliek krijgt, dan is dat wel veel verontrustender”, zegt Morley.
Volgens cijfers van Freeman was er bij 59% van de koliekgevallen sprake van een veranderingen in de omgeving waar het paard gehouden werd. Op 43% van de slachtoffers werd niet gereden.
Bron: Horses / Horse and Hound
