In een relatief korte tijdsspanne heeft dit ras zich aan de barre koude aangepast, uniek voor een zoogdier, zo is te lezen op de site van EOS wetenschap. De Jakoet migreerde gedurende de 13de, 14de en 15de eeuw van Turkije naar Jakoetië, een uitgestrekt gebied in het arctische deel van Siberië.
Wetenschappers verbonden aan de Universiteit van Kopenhagen vergeleken het genoom van het Jakoetpaard met een 5.000 jaar oud paardengenoom van een uitgestorven ras. De studie wijst uit dat veranderingen aan genen aan de basis liggen van de koudebestendigheid van de paarden. Het specifieke gen TGM3 is betrokken bij de haarontwikkeling, waardoor het jakoetpaard ’s winters een extreem dikke vacht heeft. Daarnaast spelen ook genen die antivrieseigenschappen stimuleren een grote rol.
In de winter gaat het ademritme van de paardjes met 50% omlaag en teren zij op hun vetreserves. Daarnaast overleven zij door hun gave om voedsel te vinden onder dikke lagen sneeuw. Opvallend is dat soortgelijke TGM3 genen ook bij de Jakoetmensen terug te vinden zijn. Zo heeft zich zowel bij paard als bij mens een gen geadapteerd dat zorgt voor koude rillingen.
Voor het hele artikel, klik hier.
De onderzoeksresultaten verschenen in PNAS.
Bron: Horses / EOS wetenschap
